wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 4 thema 5 hormonen

Total questions: 19

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

De schildklier geeft een hormoon af dat de verbranding versnelt. Waar in het lichaam kan door dit hormoon de verbranding worden versneld?

a)

Alleen in de hartspier

b)

Alleen in de lever

c)

Alleen in de schildklier

d)

In het hele lichaam

2.

Enkele bloedvaten in het lichaam van een persoon zijn:

1. halsader

2.halsslagader

3.beenader

4.beenslagader

In welk van deze bloedvaten komen hormonen uit de teelballen voor?

a)

Alleen in 1 en 3

b)

Alleen in 2 en 4

c)

alleen in 3 en 4

d)

in 1,2,3 en 4

3.

Via welk orgaan of welke organen wordt glucose bij een suikerpatiënt uitgescheiden?

a)

via de darmen

b)

via de huid

c)

via de lever

d)

via de nieren

4.

In het lichaam van een mens komen o.a. de volgende klieren voor: bijnieren, eilandjes van Langerhans en de schildklier.

Welk van deze klieren liggen onder het middenrif?

a)

Alleen de bijnieren

b)

Alleen de eilandjes van Langerhans

c)

Alleen de bijnieren en de eilandjes van Langerhans

d)

Allemaal

5.

Enkele beweringen over de alvleesklier:

1. de alvleesklier produceert spijsverteringsenzymen

2. in de alvleesklier liggen cellen die hormonen produceren

3. De alvleesklier heeft zowel een endocriene als een exocriene functie

Welke bewerkingen zijn juist?

a)

1 en 2

b)

1 en 3

c)

2 en 3

d)

alle drie

6.

Welk nummer geeft de hypofyse aan?

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

7.

In welk van de aangegeven organen wordt adrenaline geproduceerd?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

8.

Het strottenhoofd van een man van 30 jaar is in verhouding tot het lichaam groter dan bij een jongen van 8 jaar.

Hoe komt dit?

a)

doordat mannelijke geslachtshormoon de groei van het strottenhoofd stimuleert

b)

doordat mannelijke geslachtshormonen de groei van organen remt, maar niet die van het strottenhoofd

c)

doordat de man van 30 jaar meer groeihormonen produceert

d)

doordat groeihormonen bij de van van 30 jaar sterker werkt dan bij een jongen van 8 jaar

9.

De productie van geslachtshormonen wordt bij de volgende vrouwen vergeleken.

Ans, 8 jaar

Birgit, 18 jaar

Nina, 58 aar

Tena, 78 jaar

Bij wie zal de productie het hoogst zijn?

a)

Ans

b)

Birgit

c)

Nina

d)

Tena

10.

Enkele hormoonklieren bij mensen zijn: eierstokken, schildklier en teelballen.

Welk of welke van deze klieren worden beïnvloed door hormonen uit de hypofyse?

a)

Eierstok

b)

Schildklier

c)

Teelballen

d)

Eilandjes van Langerhans

11.

In welk(e) orgaan of organen vindt in het lichaam vorming van glycogeen plaats?

a)

in bloedplasma

b)

in de lever

c)

in de eilandjes van Langerhans

d)

in de bijnieren

e)

in de spieren

12.

Welke verschijnsel zal voorkomen bij een patiënt met een tekort aan thyroxine?

a)

de patiënt voelt zich moe en slaapt veel

b)

het hart van de patiënt klopt sneller

c)

Het lichaamsgewicht van de patiënt neemt af

13.

Vier uitspraken over glucose en insuline. Welke is waar?

a)

Wanneer veel glucose in het bloedplasma wordt opgenomen, daalt de afgifte van glucagon

b)

Wanneer iemand enkele uren niets heeft gegeten, stijgt de afgifte van insuline door de alvleesklier

c)

Een hoge concentratie glucagon stimuleert de opname van glucose uit het bloedplasma door spiercellen, zonder de glucoseafgifte aan het bloedplasma door levercellen te vergroten.

d)

Een hoge concentratie insuline stimuleert de afgifte van glucose in de lever

14.

Waardoor wordt de hoeveelheid insuline geregeld die wordt afgegeven?

a)

Door de hoeveelheid koolhydraten in het voedsel dat in de dunne darm zit

b)

Door de hoeveelheid glucose in het bloed

c)

Door de mate van activiteit van de alvleesklier bij de enzymproductie

d)

Door de grootte van glycogeenvoorraad die in de lever aanwezig is.

15.

Het hormoon dat het lichaam snel tot grote activiteit kan zetten (bijv. vluchten) wordt geproduceerd door:

a)

bijnieren

b)

schildklier

c)

hypofyse

d)

alvleesklier

16.

Een onderzoekje naar het verband tussen het glucosegehalte van het bloed een een schrikreactie. Op welk tijdstip schrok deze persoon hevig?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

17.

Bij een wielerwedstrijd over een afstand van 210km is halverwege een revitaileringsplaats ingericht waar eten en drinken aan de deelnemers wordt verstrekt. Een van de deelnemers vergeet hier eten en drinken te nemen, waardoor hij verder niets kan nuttigen. Zes uur na de start bereikt hij de finish. Bij het passeren van de finish is de concentratie van een bepaald hormoon in zijn bloed hoger dan in rust.

Welk van deze hormonen zullen verhoogd zijn: adrenaline, ADH, glucagon en insuline?

a)

adrenaline

b)

ADH

c)

glucagon

d)

insuline

18.

Verschijnselen die kunnen optreden bij een persoon met een verhoogde thyroxine-afgifte zijn: (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Daling van de stofwisselingssnelheid

b)

Toename van transpiratie

c)

Verlaging van de lichaamstemperatuur

d)

Versterking van de hartwerking

19.

Als het gevolg van meer adrenaline in het bloed: (meer antwoorden mogelijk)

a)

Worden de luchtwegen nauwer

b)

Worden de bloedvaten naar de darm nauwer

c)

Daalt de hoeveelheid glucose

d)

Wordt de hartslag versneld