Font size
S
M
L
XL
WorksheetsMaar/alleen/slechts/...
Total questions: 6
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
Ik heb ... vier tenen aan mijn rechtervoet.
a)
maar
b)
alleen
c)
slechts
d)
alleen maar
2.
Hij werkt hier ... voor het geld, want eigenlijk vindt hij het hier niet leuk.
a)
alleen
b)
maar
c)
alleen maar
d)
slechts
3.
Hij heeft ... van zijn vlees gegeten, zijn groentjes heeft hij niet aangeraakt.
a)
slechts
b)
enkel
c)
alleen maar
d)
maar
4.
Wij zijn hier helemaal ..., er is niemand anders.
a)
enkel
b)
slechts
c)
alleen maar
d)
alleen
5.
Ik heb ... twee tickets, dus iemand zal thuis moeten blijven.
a)
alleen
b)
alleen maar
c)
enkel
d)
maar
6.
Hij heeft lang gewerkt, ... hij heeft ... drie oefeningen gemaakt.
a)
maar ... slechts
b)
alleen ... maar
c)
maar ... maar
d)
en ... alleen
Reset
