Font size
Worksheets3TL unit 4 NED/ENG Geef steeds de vertaling volgens je boek
Total questions: 80
Worksheet time: 40mins
(feest)locatie
(a)
(laten) vallen
(a)
aangebrand
(a)
aankomend
(a)
aardig
(a)
beïnvloeden
(a)
beroemd
(a)
beslissing
(a)
blij
(a)
blizzard
(a)
boos
(a)
cause
(a)
dekking zoeken
(a)
drumstel
(a)
eenzaam
(a)
ellende
(a)
ernaast; op een ander bord
(a)
evacuatie
(a)
flauw
(a)
gapen
(a)
gefrustreerd
(a)
geïnteresseerd zijn in
(a)
geïrriteerd
(a)
genre
(a)
geschokt, in shock
(a)
golf
(a)
heerlijk
(a)
herstellen
(a)
hoop
(a)
huilen
(a)
hulp
(a)
improviseren
(a)
inspirerend
(a)
kaasplank
(a)
kippenvel
(a)
klagen
(a)
klef
(a)
kracht
(a)
lepel
(a)
medelijden hebben met
(a)
meesterwerk
(a)
moeilijke
(a)
muzikant
(a)
nieuwsgierig
(a)
nummer
(a)
ober
(a)
om mee te nemen
(a)
onder de indruk
(a)
onmiddellijk
(a)
opgelucht
(a)
optreden
(a)
overslaan
(a)
overstroming
(a)
pakkend
(a)
plaat
(a)
podium
(a)
ramp
(a)
rekening
(a)
repeteren
(a)
ritme
(a)
roerei
(a)
schuld
(a)
songtekst
(a)
stemmen
(a)
stoofpot
(a)
strijd
(a)
taai
(a)
terugspoelen
(a)
to be relieved
(a)
to bury
(a)
toets (van piano)
(a)
tragisch
(a)
treffen
(a)
trompet
(a)
vast
(a)
vernietigen
(a)
voor altijd
(a)
voorgerecht
(a)
voorkomen
(a)
zanger
(a)
