wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Naamwoordelijke gezegde

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Hoelang is hij al populair?

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

2.

We hebben een jaar voor dit reisje gespaard.

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

3.

Hij las het verslag aan het begin van de vergadering voor.

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

4.

Het bouwen van die brug was niet gemakkelijk.

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

5.

Het blussen van de brand duurde uren.

a)

werkwoordelijk gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

6.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Tijdens de wedstrijd wordt iedereen uitvoerig beoordeeld.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

7.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Sommige wiskundesommen blijven lastig.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

8.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


Gisteren bleek zijn fiets onbruikbaar.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

9.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


De zon schijnt fel mijn slaapkamer in.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

10.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:


In mijn pauze heb ik een kopje thee gedronken.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

11.

Is er in de zin sprake van een werkwoordelijk of naamwoordelijk gezegde?:

Mijn nieuwe tandarts is een aardige man.

a)

werkwoordelijke gezegde

b)

naamwoordelijk gezegde

12.

Welke drie koppelwerkwoorden moet je kennen?

(a)