wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H2 Nederland in 2050 paragraaf 1 t/m 3

Total questions: 27

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Welk begrip? Binnen de bestaande steden bijbouwen in lege of in onbruik geraakte gebieden om zo de ruimte in de stad efficienter te benutten

a)

Renovatie

b)

Verdichting

c)

vergroening

d)

woningdichtheid

2.

Hoe heet het beleid om meer woningen in en dicht tegen de stad aan te bouwen?

a)

Compacte stadbeleid

b)

Difussiebeleid

c)

gentrificatie beleid

d)

specialisatie

3.

Wat voor soort woningen wordt weergegeven in het groen?

a)

Sociale huurwoningen

b)

Vrije huurwoningen

c)

Koopwoningen

d)

overig

4.

De woningvoorraad bestaat grotendeels uit koopwoningen, omdat mensen graag een (groot) eigen huis willen met een tuin.

a)

juist

b)

onjuist

5.

Wat voor soort woningen bouwen woningcorporaties voornamelijk?

a)

koopwoningen

b)

sociale huurwoningen

c)

vrije huurwoningen

6.

Welke begrip hoort bij deze afbeelding?

a)

circulaire materialen

b)

vervoersarmoede

c)

smart city

7.

Wat zijn voorbeelden van gespecialiseerde voorzieningen?

a)

bakker

b)

Efteling

c)

Orpheus

d)

basisschool

8.

Wat is de relatie tussen grondprijs en de afstand tot het centrum van de stad?

a)

Hoe dichterbij het centrum, hoe lager de grondprijs

b)

Hoe dichterbij het centrum, hoe hoger de grondprijs

c)

Hoe dichterbij het centrum, hoe hoger de huizenprijzen

d)

Hoe dichterbij het centrum, hoe lager de huizenprijzen

9.

Hoe kunnen steden duurzaam en toekomstbestendig gemaakt worden?

a)

vergroening dat hittestress voorkomt

b)

circulair bouwen

c)

flexibel bouwen (woningen die aan te passen zijn aan de situatie op dat moment)

d)

sociale huurwoningen bouwen

10.

vertical farming is een voorbeeld van grondgebonden akkerbouw

a)

juist

b)

onjuist

11.

Een gevolg van bevolkingskrimp is vervoersarmoede

a)

juist

b)

onjuist

12.

Welke kenmerken horen bij intensieve landbouw?

a)

monocultuur

b)

mechanisatie

c)

kunstmest

d)

biologische landbouw

13.

Door toename van de intensieve landbouw is de werkgelegenheid op het platteland afgenomen.

a)

juist

b)

onjuist

14.

De Kop van Zuid was vroeger een industrieterrein. Welke uitspraken zijn juist over deze afbeelding?

a)

Hier is sprake van herinrichting

b)

Er is sprake van functiemix in de Kop van Zuid

c)

In de afbeelding zijn koopwoningen en sociale huurwoningen te zien

d)

Hier is sprake van gentrificatie

15.

Welk begrip: Minimum aantal mogelijke klanten dat een voorziening nodig heeft om te kunnen blijven bestaan.

a)

reikwijdte

b)

drempelwaarde

c)

draagvlak

d)

huishoudverdunning

16.

Welke twee voorzieningen hebben een grote reikwijdte?

a)

Basisschool

b)

Efteling

c)

Bakker Maassen

d)

IJsbaan De Scheg

17.

Welke begrip hoort bij deze krantenkop?

a)

Drempelwaarde

b)

Reikwijdte

c)

Draagvlak

18.

Vergrijzing in dorpen zorgen voor een afname van het aantal jonge gezinnen en dus ook kinderen. Welk begrip hoort hier bij?

a)

Drempelwaarde

b)

Reikwijdte

c)

Draagvlak

19.

Welke ruimtegebruiker hoort bij de letter A?

a)

landbouw

b)

natuur

c)

wonen

d)

werken

20.

Stel: In het gebied Rijnenburg en Reijerscop worden woningen gebouwd. Is er sprake van compacte stadbeleid?

a)

Ja, want de woningen worden gebouwd aan de randen van de stad

b)

Nee, want Utrecht is geen stad

c)

Nee, want er wordt niet gebouwd binnen de grenzen van de stad

21.

Welk begrip hoort bij deze afbeelding?

(a)  

22.

Welke kenmerken horen bij vertical farming?

a)

Gecontroleerde omgeving

b)

Niet grondgebonden landbouw

c)

biologische landbouw

d)

grote gewassen kunnen er worden verbouwd

23.

Doordat steeds meer boeren stoppen, is het ruimtegebruik van de landbouw gedaald.

a)

Goed

b)

Fout

24.

Deze veerpont is te vinden in Amsterdam achter het het Centraal Station. Welke uitspraken zijn juist?

a)

Door de veerpont hoeven mensen minder lang te reizen, waardoor ze met de fiets kunnen i.p.v. de auto

b)

De veerboot is een voorbeeld van verdichting

c)

Door de veerboot is de reisafstand langer geworden

d)

Door de veerboot is er minder mobiliteit nodig

25.

Welke kenmerken horen bij het platteland?

a)

bevolkingstoename

b)

Bio-industrie

c)

gebruik van bestrijdingsmiddelen

d)

monocultuur

e)

mechanisatie

26.

Welke combinatie van functies levert de minste problemen en bezwaren op?

a)

Zonneparken & landbouw

b)

Windmolens en wonen

c)

Windmolens en landbouw

d)

Zonneparken en wonen

27.

Welke 2 uitspraken zijn juist over het compacte stadbeleid?

a)

Er is sprake van combinatie van functies in wijken zoals wonen, werken en recreatie

b)

Door de compacte stad neemt de suburbanisatie toe

c)

Bij het compacte stadbeleid neem de vervoersarmoede toe

d)

Bij het compacte stadbeleid kan de mobiliteit afnemen