wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Examen NE 2014 - 1

Total questions: 25

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Vraag 1

Op welke manier wordt het onderwerp van de tekst in alinea 1 ingeleid?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

2.

Vraag 2

Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 3, 4 en 5?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

3.

Vraag 3

Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 6, 7 en 8?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

4.

Vraag 4

In alinea 5 vraagt Sip van Wieren zich af of beesten de ruimte moetenkrijgen, of dat de twee werelden van mens en wild dier vollediggescheiden moeten worden.

Geef de twee argumenten uit alinea 6 voor de stelling dat bepaaldedieren de ruimte moeten krijgen

(a)  

5.

Vraag 5

Op welke manier sluit alinea 6 aan op alinea 5?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

6.

Vraag 6

Welke deskundige uit dezelfde alinea geeft antwoord op de vraag “Hoe bestrijd je de overlast?

(a)  

7.

Vraag 7

Welk ander woord voor woongebied wordt in alinea 7 gebruikt?

(a)  

8.

Vraag 8

Een schrijver van een artikel kan gebruik maken van

1 feiten.

2 de eigen mening.

3 de mening van anderen.

Waarvan maakt de schrijver van dit artikel gebruik in de alinea’s 4 en 5?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

9.

Vraag 9

De schrijver wil in deze tekst een probleem benoemen. Welk probleem is dat?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

10.

Vraag 10

“Veel wijst er echter op dat de koers gaat richting meer hoefdieren die ookbuiten natuurgebieden kunnen leven, in combinatie met meer afschot.”(regels 168-172)

Welke deskundige in de tekst is het niet eens met deze stelling?

(a)  

11.

Vraag 11

Sla je vraag 11 over?

a)

ja

b)

ja

12.

Vraag 12

Hoe is in deze advertentie de verhouding tussen foto en tekst?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

13.

Vraag 13

Wat zijn de belangrijkste doelen van deze advertentie?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

14.

Vraag 14

De afkorting EBS staat eigenlijk voor Egged Bus Systems. Deze advertentie geeft ook een andere uitleg aan deze afkorting, namelijk Echt Bewust Schoon. Hiermee wordt

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

15.

Vraag 15

Hoe wordt het onderwerp van de tekst in alinea 1 ingeleid?De tekst wordt ingeleid door

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

16.

Vraag 16

Wat is het verband tussen alinea 2 en alinea 3?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

17.

Vraag 17

Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 5 en 6?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

18.

Vraag 18

Welk kopje geeft het beste de inhoud weer van de alinea’s 8 en 9?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

19.

Vraag 19

“De beginnende boeren en boerinnen voelen zich geïnspireerd door devraag naar lokale producten, zorgen over het milieu en de kans om in debuitenlucht te werken.” (regels 32-36)

Citeer een zin uit de alinea’s 8 en 9 waarin ongeveer hetzelfde wordt beweerd

(eerste twee en laatste twee woorden)

(a)  

20.

Vraag 20

De deskundigen Edith Daniel (regel 47) en Gied Donkers (regel 110) doen allebei een uitspraak over jongeren.

 Welke overeenkomst hebben die jongeren?

(a)  

21.

Vraag 21

De schrijver van een tekst kan op verschillende manieren gebruik makenvan de mening van anderen. Hoe gebruikt de schrijver in deze tekst de mening van anderen?

De schrijver

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

22.

Vraag 22

Welke zin geeft het beste de hoofdgedachte weer van deze tekst?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

23.

Vraag 23

Wat is het voornaamste doel van de schrijver met deze tekst?

a)

a

b)

b

c)

c

d)

d

24.

Vraag 24

Geef twee oorzaken waarom volgens de tekst het aantal stagiaires opboerenbedrijven merkbaar toeneemt.

(a)  

25.

Vraag 25

“De studenten hebben steeds meer het idee dat je landbouw kunt inzetten als instrument van verandering, als een manier om echt iets bij te dragen.” (regels 120-124)

 Citeer de zin uit de alinea’s 2 en 3 waarin deze verandering nader wordt beschreven.

(a)