wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 3 Ordening

Total questions: 28

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Welke celorganellen worden gebruikt bij het ordenen van organismen in vier rijken?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Bladgroenkorrels

d)

Celwand

e)

Cytoplasma

2.

Bekijk de afbeelding. Bij welk rijk hoort deze cel?

a)

Bacteriën

b)

Schimmels

c)

Dieren

d)

Planten

3.

Bacteriën worden tot de ... gerekend.

a)

Prokaryoten

b)

Eukaryoten

c)

Archaea

d)

Chromista

4.

Bekijk de afbeelding. Welke groep is het meest verwant aan de muis?

a)

De kikker

b)

De vogel

c)

De kameleon

d)

De dolfijn

5.

Een Afrikaanse olifant en een Aziatische olifant lijken op elkaar. Ze kunnen geen vruchtbare nakomelingen krijgen.

Behoren de Aziatische en de Afrikaanse olifant tot hetzelfde ras, dezelfde soort, allebei of geen van beide?

a)

Ze behoren tot dezelfde soort EN hetzelfde ras

b)

Ze behoren tot dezelfde soort

c)

Ze behoren tot hetzelfde ras

d)

Ze horen niet bij dezelfde soort EN ook niet bij hetzelfde ras

6.

Een proces wordt als volgt beschreven:

"de ontwikkeling van het leven op aarde waarbij soorten ontstaan, veranderen en verdwijnen"

Wat is de naam die bij deze omschrijving past?

a)

Variatie

b)

Evolutie

c)

Selectie

d)

Verwantschap

7.

De slakken op het plaatje zien er verschillend uit. Slakken met een donkerder huisje hebben een grotere overlevingskans dan slakken met een lichter huisje. Dit komt door de donkere ondergrond.

Welk principe van de evolutietheorie is hier te zien?

a)

Selectie

b)

Evolutie

c)

Variatie

d)

Verwantschap

8.

Bekijk het plaatje. Welke groep is het meest verwant aan de eend?

a)

Krokodillen

b)

Zoogdieren

c)

Reptielen

d)

Vissen

9.

Een dier is tweezijdig symmetrische en heeft een inwendig skelet. Bij welke stam van het dierenrijk hoort dit dier?

a)

Geleedpotigen

b)

Gewervelden

c)

Stekelhuidigen

d)

Sponsdieren

10.

Welke dieren hoort bij de neteldieren?

a)
b)
c)
d)
11.

Welke stam uit het dierenrijk bevat als enige dieren die niet symmetrisch zijn?

a)

Neteldieren

b)

Sponsdieren

c)

Geleedpotigen

d)

Gewervelden

12.

Bij welke stam van het dierenrijk hoort de kreeft?

a)

Weekdieren

b)

Stekelhuidigen

c)

Geleedpotigen

d)

Neteldieren

13.
Meercellige schimmels planten zich voort met behulp van.........?
a)
Delen
b)
Zaadjes en eitjes
c)
Sporen
14.
Welke onderdelen zitten er wel in een schimmelcel?
a)
Bladgroenkorrels, celkern en celwand
b)
Celwand en celkern
c)
Celwand en bladgroenkorrels
d)
Celkern en bladgroenkorrels
15.
Wat is zwemmerseczeem?
a)
Voetschimmel die onder de voet zit
b)
Uitslag die veel zwemmers hebben als ze lang in een zwembad hebben gezwommen
c)
Ontstekingen op de handen
d)
Voetschimmel waardoor huid tussen tenen is ontstoken
16.

Wat zou er gebeuren als er geen reducenten meer in de bodem zitten?

a)

Er zou niets gebeuren

b)

Organische stoffen zullen niet omgezet worden in mineralen voor planten

c)

De bodem zal vruchtbaarder zijn voor planten om te groeien

17.

Wat zijn de celkenmerken van een bacterie?

a)

Celkern

b)

Celmembraan

c)

Celwand

d)

Bladgroenkorrels

e)

DNA los door het cytoplasma

18.

Hoe planten bacteriën zich voort?

a)

Met sporen

b)

Door deling

c)

Door bevruchting

d)

Door geslachtsgemeenschap

19.

Een bepaalde bacterie kan zich iedere 5 minuten delen. Hoeveel bacteriën kunnen uit 1 bacterie ontstaan na 20 minuten?

a)

2

b)

4

c)

8

d)

16

20.

Bacteriën vormen een laag op je huid. Ze beschermen je tegen schadelijke bacteriën. Is het zeer regelmatig goed of slecht voor je? Leg uit waarom.

a)

Goed, want zo zorg er je ervoor dat schadelijke bacteriën geen infecties veroorzaken.

b)

Goed, want zo zorg je ervoor dat er nog een beschermlaag over je huid heen komt te liggen.

c)

Slecht, want zo zorg je ervoor dat het laagje "goede" bacteriën ook wordt gedood en dus meer ruimte voor schadelijke bacteriën is.

d)

Slecht, want zo zorg je ervoor dat je handen meer uitdrogen.

21.

Bij welke klasse van de gewervelden hoort een zeeschildpad?

a)

vissen

b)

amfibieën

c)

reptielen

d)

vogels

e)

zoogdieren

22.

Welk van deze dieren is levendbarend?

a)
b)
c)
d)
23.

Welke klasse van de gewervelden legt eieren met een kalkschaal?

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Zoogdieren

e)

Vogels

24.

Bij welke klasse van de gewervelden hoort een salamander?

a)

Vissen

b)

Amfibieën

c)

Reptielen

d)

Zoogdieren

e)

Vogels

25.

Bij welke klasse hoort een teek?

a)

insecten

b)

spinachtigen

c)

kreeftachtigen

d)

duizendpoten

26.

Bij welke klasse hoort een wandelende tak?

a)

insecten

b)

spinachtigen

c)

kreeftachtigen

d)

duizendpoten

27.

Welke klasse van de geleedpotigen is volledig opgebouwd uit segmenten?

a)

Insecten

b)

Kreeftachtigen

c)

Veelpotigen

d)

Spinachtigen

28.

Klik de juiste opties aan voor de kenmerken van geleedpotigen.

a)

Tweezijdig symmetrisch

b)

Veelzijdig symmetrisch

c)

Niet symmetrisch

d)

Inwendig skelet

e)

Uitwendig skelet