wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H7 Wie heeft het voor het zeggen

Total questions: 40

Worksheet time: 1hrs 23mins

Name
Class
Date
1.

Welk orgaan hoort niet bij de lagere overheden?

a)

waterschappen

b)

gemeente

c)

regering

d)

provincies

2.

Wat staat er in de Rijksbegroting?

a)

accijnzen en subsidies

b)

de verwachte inkomsten en uitgaven

c)

de totale belasting inkomsten

d)

een toelichting op de keuzes van de overheid

3.

Op welke dag wordt de rijksbegroting en de miljoenennota gepresenteerd door de regering?

a)

eerste maandag in november

b)

tweede donderdag in april

c)

derde dinsdag in september

d)

derde dinsdag in oktober

4.

Burgers en bedrijven zijn verplicht........... te betalen aan de overheid?

a)

belasting

b)

verzekeringspremies

c)

accijnzen

d)

subsidies

5.

Wat is geen voorbeeld van een situaties waarin je een uitkering van de sociale zekerheid kunt krijgen?

a)

als je arbeidsongeschikt bent

b)

als je werkloos bent

c)

als je onder het sociaal minimum zit

d)

als je een eigen bedrijf hebt

6.

De overheid en de instellingen voor de sociale zekerheid noem je samen de?

a)

private sector

b)

collectieve sector

c)

primaire sector

d)

Rijksoverheid

7.

Wat is het doel van accijnsheffing door de overheid?

a)

het verbruik van bepaalde producten af te remmen

b)

het verbruik van bepaalde producten te stimuleren

8.

Op welk product wordt geen accijns geheven?

a)

voeding

b)

sigaretten

c)

benzine

d)

wijn

9.

In welke optie staat een mogelijkheid om het begrotingstekort te verkleinen?

a)

Besparen op de uitgaven

b)

Meer uitgeven

c)

Zorgen dat de inkomsten minder zijn

d)

Zorgen dat de belastingen verlaagd worden

10.

In welke antwoordoptie staan alleen indirecte belastingen?

a)

OZB, BTW

b)

BTW, loonbelasting

c)

Loonbelasting, OZB

d)

BTW, accijns

11.

Welke bewering is juist?

  1. De AOW is een voorbeeld van sociale voorzieningen
  2. De AOW is een voorbeeld van een volksverzekering
a)

Bewering 1

b)

Bewering 2

c)

Beide beweringen zijn juist

d)

Beide beweringen zijn onjuist

12.

Het aantal ouderen in Nederland neemt drastisch toe. Waarom is dit voor de maatschappij een groot probleem?

a)

De uitvaartkosten voor ouderen zijn hoog

b)

De vakantiekosten voor ouderen zijn hoog

c)

De zorgkosten voor ouderen zijn hoog

d)

De werkloosheidsuitkeringen voor ouderen zijn hoog

13.

Op welke wijze kan de overheid het gebruik van bepaalde goederen stimuleren?

a)

Accijns heffen

b)

BTW op 21% zetten

c)

Subsidie geven

d)

Een uitkering geven

14.

De particuliere sector bestaat uit ...

a)

Burgers en bedrijven

b)

De overheid

15.

Wat is een kostprijsverhogende belasting?

a)

De belasting die de prijs in de winkel verhoogt

b)

De belasting die de prijs voor de producent verhoogt

c)

De loonbelasting

d)

De dividendbelasting

16.

Het wisselen van bedrijven van collectieve naar particuliere sector, heet

a)

nationalisatie

b)

privatisering

c)

regulering

d)

deregulering

17.

Welke instellingen helpen de overheid?

a)

SER

b)

ANWB

c)

CBS

d)

CPB

18.

Wat is de belangrijkste bron van inkomsten van de overheid?

a)

export

b)

import

c)

belastingen

d)

uitgaven

19.

Jordi heeft een betaalde baan. Elke maand betaalt Jordi belasting aan de overheid. Dit is belasting over

a)

winst

b)

vermogen

c)

inkomen

20.

"Loonbelasting en premies volksverzekeringen "noemt men ook wel

a)

de assurantiebelasting

b)

het inkomen

c)

de loonheffing

d)

de werknemersverzekeringen

21.

Wat wordt van je brutoloon afgehaald?

a)

loonheffing

b)

premies werknemersverzekeringen

c)

assurantiebelasting

d)

pensioenpremie

22.

Er is een verschil tussen bedrijven in de particuliere sector en bedrijven in de collectieve sector.

Welke beschrijving is juist?

a)

Bedrijven in de collectieve sector hoeven geen belasting af te dragen.

b)

Bedrijven in de collectieve sector willen voornamelijk winst maken.

c)

Bedrijven in de particuliere sector hoeven geen belasting af te dragen.

d)

Bedrijven in de particuliere sector willen voornamelijk winst maken.

23.

Welke uitspraak over btw is juist?

a)

De consument betaalt uiteindelijk alle btw.

b)

De consument draagt de btw af aan de Belastingdienst.

c)

De consument hoeft geen btw te betalen.

d)

De consument mag de betaalde btw terugvragen van de Belastingdienst.

24.


De overheid in Nederland verwacht in het jaar 2019 aan inkomsten €430 miljard en aan uitgaven €440 miljard.

De overheid verwacht.................

a)
Een begrotingstekort
b)
Een begrotingsoverschot
c)
Een staatsschuld
25.
Een voorbeeld van een directe belasting is................
a)
Toeristenbelasting
b)
Onroerende zaak belasting accijnzen op brandstof
c)
Loonbelasting op salaris
d)
btw op kleren
26.
Een voorbeeld van een volksverzekering is................
a)
WW
b)
WIA
c)
AKW
d)
AOW
27.
Sociale voorzieningen worden betaald van.....................
a)
Belastingen
b)
Premies
28.

De overheid bestaat uit 3 lagen, de gemeente, het rijk en de provincie. Deze uitspraak is

a)

juist

b)

onjuist

29.

Door privatisatie kan marktwerking ontstaan. Dit betekent dat er concurrentie ontstaat en hierdoor kunnen prijzen dalen. Deze uitspraak is

a)

juist

b)

onjuist

30.

De miljoenennota is

a)

een toelichting op de Rijksbegroting

b)

een samenvatting van de Rijksbegroting

c)

een toelichting op de regeringsplannen

d)

een samenvatting van de regeringsplannen

31.

Als de gemeente de OZB belasting verhoogt dan is dit een nadeel voor iedere inwoner met een eigen huis. Deze uitspraak is:

a)

juist

b)

onjuist

32.

Wat is een kenmerk van de collectieve sector?

a)

veel winst maken

b)

geen winst maken

c)

alles privatiseren

d)

alles centraliseren

33.

Wat is een voorbeeld van de particuliere sector?

a)

de brandweer

b)

de politie

c)

de McDonalds

d)

het zwembad

34.

Een voorbeeld van een bedrijf die geprivatiseerd is:

a)

PTT (PostNL)

b)

De Nederlandse Spoorwegen (NS)

c)

Domino's Pizza

d)

HEMA

35.

Onder een verzorgingsstaat verstaan we een

a)

systeem waarbij er uitkeringen zijn

b)

systeem waarbij de overheid zorgt voor de zwakkere in de samenleving

c)

systeem waarbij er geen overheid ingrijpt en dat mensen voor elkaar moeten zorgen

d)

systeem waarbij de overheid de ouderen in de samenleving helpt met zorg en uitkeringen

36.

Wat is geen werknemersverzekering?

a)

Werkloosheidswet

b)

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

c)

Algemene Ouderdomswet

37.

Stel: Je kunt na je MBO opleiding niet direct een baan krijgen. Kun je dan een WW uitkering krijgen?

a)

Ja, je bent beschikbaar voor werk

b)

Ja, iedereen zonder werk krijgt WW

c)

Nee, daarvoor ben je te jong

d)

Nee, je hebt nog geen baan gehad

38.

Wat is infrastructuur?

a)

alle voorzieningen die nodig zijn voor vervoer en communicatie

b)

alle voorzieningen in een land zoals wegen, vliegvelden en havens

39.

Je krijgt een WW-uitkering als

a)

je ziek bent

b)

je werkeloos bent

c)

je geen geld hebt

d)

je er zin in hebt

40.
Welke wet regelt een uitkering op het moment dat de kostwinnaar overlijdt?
a)
AWBZ
b)
AOW
c)
ANW
d)
WIA