wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Franse Revolutie

Total questions: 18

Worksheet time: 56mins

Name
Class
Date
1.

Hoeveel standen waren er in de standenmaatschappij in Frankrijk?

a)

Vier

b)

Twee

c)

Drie

d)

Vijf

2.

Waarop hadden vele burgers en boeren voorafgaand de Franse Revolutie kritiek op?

a)

Dat de eerste en tweede stand geen belasting hoefde te betalen.

b)

Op de voorrechten die de tweede en derde stand had.

c)

Dat de koning alleen het land bestuurde

d)

Op de hoge belasting op voedsel.

3.

Wat past bij Frankrijk vóór de Franse Revolutie?

a)

De koning bepaald de geloof van de onderdanen.

b)

Een burger mag geen kritiek geven op de koning.

c)

Iedereen heeft dezelfde kansen op een baan.

d)

Eerlijke verkiezingen

4.

Wat voor begrip past bij Lodewijk XVI?

4 lines
5.

In welke jaar werd de Bastille bestormd?

(a)  

6.

Wat is het verschil tussen een republiek en een koninkrijk?

4 lines
7.

Ancien régime is niet hetzelfde als absolutisme.

a)

Waar

b)

NIET waar

8.

Noem een kenmerk van de radicalen.

(a)  

9.

De gematigden en de radicalen wilden beiden hetzelfde met de revolutie bereiken.

a)

Waar

b)

NIET waar

10.

De Verklaring van de Rechten van de Mens en van de Burger is het begin van een grondwet.

a)

Waar

b)

NIET waar

11.

Zet de gebeurtenissen op chronologische volgorde (zet er comma's tussen de letters)

A. Ondertekening van de eerste grondwet door de koning

B. De Terreur

C. Bestorming van de Bastille

D. Vergadering Staten-Generaal

(a)  

12.

Leg het begrip constitutionele monarchie uit in eigen woorden.

4 lines
13.

De onthoofding van Marie-Antoinette was een oorzaak van de Terreur.

a)

Waar

b)

NIET waar

14.

Koppel wat je ziet op de afbeelding aan het begrip 'radicalen' en geef een reden waarom de gematigden hier niet blij mee waren.

4 lines
15.

Frankrijk had door de jaren heen verschillende soorten regering. Zet ze op chronologische volgorde (met comma's er tussen).

A. Constitutionele monarchie

B. Republiek

C. Absolute monarchie

(a)  

16.

Op welke gebied had de Franse Revolutie het meeste invloed?

a)

Economisch

b)

Bestuurlijk/politiek

c)

Sociaal

d)

Geloof

17.

Kun je Frankrijk in 1792 een democratie noemen?

4 lines
18.

Welke veranderingen kwamen er bij het leger na de Terreur?

a)

Het leger bestond uit adel.

b)

Er kwam een soort van dienstplicht

c)

Het leger moest worden geleid met iemand met talent ondanks de afkomst.

d)

Er kwamen helemaal geen veranderingen.