Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Module 9 - Deelbaarheid

Total questions: 87

Worksheet time: 2hrs 52mins

Name
Class
Date
1.
Het kleinste priemgetal is
a)
2
b)
3
c)
4
d)
9
2.
Zijn 0 en 1 priemgetallen?
a)
Ja
b)
Neen
3.
Geef de eerste 5 priemgetallen
a)
1,2,3,4 en 5
b)
2,3,4,5 en 7
c)
2,3,5,7 en 8
d)
2,3,5,7 en 11
4.
Wat zijn de eerste 5 getallen die GEEN priemgetallen zijn?
a)
4,6,7,8,9
b)
0,1,4,6,8
c)
4,6,8,10,12
d)
0,1,4,5,6
5.
Door wat zijn priemgetallen deelbaar?
a)
Door geen enkel getal
b)
Door 1 en zichzelf
c)
Door 2
d)
Door 1, 2 en zichzelf
6.
0 is een veelvoud van elk getal en elk getal is een deler van 0
a)
Juist
b)
Fout
7.
1 is een veelvoud van elk getal en elk getal is een deler van 1
a)
Juist
b)
Fout
8.
Wat is een veelvoud van 7?
a)
28
b)
48
c)
71
d)
45
9.
Wat is geen veelvoud van 6?
a)
72
b)
36
c)
42
d)
35
10.
24, 48, 72, 96 zijn veelvouden van
a)
5
b)
7
c)
11
d)
12
11.
Welk getal is een priemgetal?
a)
1
b)
37
c)
63
d)
33
12.
Welke rij toont alle delers van 12?
a)
1,2,3,4,6,12
b)
1,2,3,4,6,8,12
c)
1,2,4,6,12
d)
2,4,6,8,10,12
13.
Welk getal is een deler van 54?
a)
4
b)
7
c)
5
d)
9
14.
Welke is een gemeenschappelijke deler van de getallen 20, 38, 14, 16 en 8?
a)
2
b)
3
c)
4
d)
6
15.
Geef de eerste 5 veelvouden van 4
a)
20
b)
0, 4, 8, 12, 16
c)
1, 4, 8, 12, 16
d)
4, 8, 12, 16, 20
16.
Geef alle priemgetallen tussen 10 en 20
a)
11, 13, 17
b)
11, 13, 15, 17, 19
c)
11, 13, 17, 19
d)
11, 13, 19
17.
Welk getal is een veelvoud van 4?
a)
33
b)
18
c)
22
d)
24
18.
Wat is een priemgetal?
a)
Een getal zonder delers
b)
Een getal met juist 1 deler
c)
Een getal met juist 2 delers
d)
Een getal met meer dan 2 delers
19.

In 154 : 12 = 12 en dan is er nog 10 over noem je 154

a)

het deeltal

b)

de deler

c)

het quotiënt

d)

de rest

20.

In 154 : 12 = 12 en dan is er nog 10 over noem je 10

a)

het deeltal

b)

de deler

c)

het quotiënt

d)

de rest

21.

Welke bewerking wordt door deze tekening voorgesteld ?

a)

de unie van A en B

b)

de doorsnede van A en B

c)

het verschil van A met B

22.

Welke tekening geeft A ∩ BA\ \cap\ B  weer ? 

a)
b)
c)
23.

⟺\Longleftrightarrow  lees je 

a)

als ... dan 

b)

als en slechts als

24.

Eigenschap: Een getal is deelbaar door 5 als en slechts als

a)

het laatste cijfer deelbaar is door 5.

b)

het getal eindigt op 5 of 0.

c)

de som van de cijfers deelbaar is door 5

d)

het getal gevormd door de laatste twee cijfers deelbaar is door 5.

25.

Eigenschap: Een getal is deelbaar door 9 als en slechts als

a)

het laatste cijfer deelbaar is door 9.

b)

het getal eindigt op 9 of 3.

c)

de som van de cijfers deelbaar is door 9

d)

het getal gevormd door de laatste twee cijfers deelbaar is door 9.

26.

Eigenschap: Een getal is deelbaar door 4 als en slechts als

a)

het laatste cijfer deelbaar is door 4.

b)

het getal eindigt op 4 of 8.

c)

de som van de cijfers deelbaar is door 4

d)

het getal gevormd door de laatste twee cijfers deelbaar is door 4.

27.

Welk(e) getal(len) is (zijn) deelbaar door twee EN door drie ?

a)

12369

b)

23610

c)

34578

d)

22586

e)

36222

28.

Wat is het kleinste gemeenschappelijk veelvoud van

3 en 6

a)

3

b)

6

c)

12

d)

18

29.

Wat is de grootste gemeenschappelijke deler van 12 en 36?

a)

3

b)

6

c)

12

d)

36

30.

Van welke 2 getallen is 7 de grootste gemeenschappelijke deler?

a)

3 en 21

b)

7 en 14

c)

14 en 28

d)

21 en 42

31.

Vraagstuk:

Twee van de lampen in het stadion flikkeren. Zonet flikkerden ze allebei op hetzelfde moment.

Een van de lampen flikkert elke 7 seconden en de andere lamp flikkert elke 8 seconden.

Hoeveel seconden duurt het voordat beide lampen wéér op hetzelfde moment flikkeren?

a)

8

b)

49

c)

56

d)

15

32.

Vraagstuk:

Ronald en Tim hebben vandaag allebei de was gedaan. Ronald doet elke 6 dagen de was en Tim doet elke 9 dagen de was.

Hoeveel dagen duurt het voordat Ronald en Tim wéér allebei op dezelfde dag de was doen?

a)

18

b)

15

c)

54

d)

nooit meer zullen ze samen de was doen

33.

Wat is de priemontbinding van 52

a)

2x2x13

b)

52 is een priemgetal

c)

2x2x3x5

d)

2x13+2

34.

Wat is de grootst gemene deler van 45 en 90?

a)

3x3x5

b)

3x3x5

c)

2x3x3x5

d)

3x5

35.

Wat is de grootst gemene deler van 32 en 40?

a)

2x2x2x2x2

b)

2x2x2x5

c)

2x2x2

d)

2x2x2x2x2x5

36.

Bepaal de GGD en KGV van (8,12,16)

a)

GGD:2x2 KGV:2x2x2x2x3

b)

GGD:2x2x2x2 KGV:2x2x2x2x2x2

c)

GGD:2x2x3 KGV:2x2x2x2x2x2x3

d)

GGD:2 KGV:2x2x2x3x3

37.

Is 3747 deelbaar door 3?

a)

Nee, wel deelbaar door 7

b)

Nee het is een priemgetal

c)

Ja!

38.

Wat is de priemontbinding van 336

a)

2x2x2x2x3x7

b)

3x113

c)

2x3x3x3x11

d)

2x2x3x7x11

39.
Waarom moet je de grootste gemeenschappelijke deler (GGD) kunnen vinden?
a)
Voor het gelijknamig maken van een breuk
b)
Voor het vereenvoudigen van een breuk
c)
Voor het cijferen
d)
Voor het optellen van een breuk
40.
GGD van 5 en 15
a)
10
b)
3
c)
5
d)
15
41.
GGD van 15 en 12
a)
5
b)
3
c)
4
d)
15
42.
GGD van 16 en 32
a)
4
b)
2
c)
16
d)
8
43.
GGD van 25 en 40
a)
15
b)
5
c)
10
d)
25
44.
GGD van 12 en 48
a)
24
b)
4
c)
8
d)
12
45.
GGD van 32 en 56
a)
16
b)
8
c)
14
d)
6
46.
GGD van 28 en 49
a)
6
b)
14
c)
7
d)
8
47.
GGD van 18 en 81
a)
9
b)
18
c)
6
d)
3
48.
GGD van 22 en 55
a)
8
b)
4
c)
22
d)
11
49.
GGD van 45en 60
a)
15
b)
10
c)
5
d)
25
50.
GGD van 25 en 100
a)
5
b)
15
c)
12,5
d)
25
51.
GGD van 18 en 42
a)
3
b)
4
c)
6
d)
12
52.
GGD van 32 en 48
a)
8
b)
12
c)
32
d)
16
53.
GGD van 8 en 20
a)
4
b)
8
c)
12
d)
2
54.
GGD van 6 en 9
a)
3
b)
6
c)
9
d)
18
55.
GGD van 30 en 75
a)
5
b)
10
c)
15
d)
3
56.
GGD van 21 en 56
a)
8
b)
9
c)
3
d)
7
57.
GGD van 27 en 63
a)
7
b)
6
c)
9
d)
27
58.
GGD van 24 en 36
a)
6
b)
3
c)
9
d)
12
59.
GGD van 40 en 64
a)
12
b)
4
c)
8
d)
2
60.
GGD van 12 en 22
a)
2
b)
4
c)
6
d)
3
61.
kgv(8,12)=
a)
60
b)
24
c)
36
d)
72
62.
kgv(7,8)=
a)
36
b)
70
c)
56
d)
24
63.
kgv(5,14)=
a)
40
b)
70
c)
60
d)
90
64.
kgv(24,72)
a)
144
b)
312
c)
72
d)
216
65.
kgv(14,21)
a)
42
b)
21
c)
84
d)
72
66.

Vul het gepaste symbool in:
3 . . . . B

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

67.

Vul het gepaste symbool in:
{1,2,3} . . . . A

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

68.

Vul het gepaste symbool in:
{ } . . . . . C

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

69.

Vul het gepaste symbool in:
9 . . . . . A

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

70.

Vul het gepaste symbool in:
{2,3,6,8,9} . . . . . C

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

71.

Vul het gepaste symbool in:
{2,3,6} . . . . . A

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

72.

Vul het gepaste symbool in:
12 . . . . . B

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

73.

Vul het gepaste symbool in:
{1,2} . . . . . C

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

74.

Vul het gepaste symbool in:
7 . . . . . B

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

75.

Vul het gepaste symbool in:
A . . . . . B

a)

∈\in  

b)

∉\notin  

c)

⊂\subset  

d)

⊄\not\subset  

76.
1/4 + 3/5 = ?
a)
4/5
b)
3/20
c)
17/20
d)
4/20
77.
2/12 + 3/12 = ?
a)
5/12
b)
5/24
c)
6/12
d)
6/144
78.
1/2 + 2/3 = ?
a)
5/6
b)
3/5
c)
3/6
d)
1/2
79.
2/8 + 1/4 = ?
a)
4/8
b)
3/32
c)
2/32
d)
3/12
80.
a)
3/20
b)
1/1
c)
3/9
d)
1/9
81.
a)
1
b)
3/6
c)
1/2
d)
2
82.
a)
2/15
b)
2/0
c)
1/2
d)
-1/2
83.
a)
14/16
b)
7/8
c)
8/7
d)
4/10
84.
a)
22/5
b)
6/3
c)
22/15
d)
6/15
85.
a)
4/5
b)
3/20
c)
17/20
d)
4/20
86.
a)
7/9
b)
1/5
c)
12/20
d)
1/20
87.
a)
2/4
b)
0
c)
0/4
d)
1/2