wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal thema 7 (groep 8)

Total questions: 36

Worksheet time: 1hrs 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat is je persoonlijkheid?

a)

Je karakter en de eigenschappen waardoor je verschilt van anderen

b)

Je karakter waardoor je verschilt van andere

c)

Je eigenschappen waardoor je verschilt van anderen

2.

Wat is je identiteit?

a)

Dat wat eigen aan jou is, zowel officieel als persoonlijk, en je maakt tot wie je bent

b)

Je karakter en je eigenschappen waardoor je verschilt van anderen

c)

Of je getrouwd of ongetrouwd bent

3.

Wat kan je burgerlijke staat zijn?

a)

Ik ben getrouwd

b)

Ik ben ongetrouwd

c)

Ik ben gescheiden

d)

Ik ben weduwe/

weduwnaar

4.

Wat is je nationaliteit?

a)

Van welk land je burger bent. 'Ik heb de Nederlandse nationaliteit'

b)

Wat je identiteit is 'Ik heb de Nederlandse nationaliteit'

c)

Of je getrouwd bent of niet. 'Ik ben niet getrouwd'

5.

Wat betekent buitengewoon?

a)

Heel erg goed

b)

Adembenemend

c)

Helemaal geweldig

6.

Wat betekent sensationeel?

a)

Heel erg goed

b)

Adembenemend

c)

Helemaal geweldig

7.

Hij uit zich altijd zo netjes. Wat betekent dan 'zich uiten'?

a)

Zeggen, opschrijven of op een andere manier laten weten wat je denkt of voelt

b)

Heel overdreven dansen

c)

Antwoorden op een vraag

d)

Schreeuwen

8.

Wat zie je hier?

a)

Een contactadvertentie

b)

Een context

c)

De burgerlijke staat

d)

Een nieuwsbericht

9.

Welk woord is een ander woord voor 'daadwerkelijk'?

Hij ziet het ongeluk daadwerkelijk voor zijn ogen gebeuren.

a)

Echt

b)

Spannend

c)

Niet

d)

Altijd

10.

Wat is een context?

a)

De omgeving waarin je iets ziet, hoort of leest

b)

Een grote tekst waar veel wordt uitgelegd

11.

Wat is het opzicht?

'In welk opzicht verschilt een meisje van een jongen?'

a)

Vanuit een bepaalde kant bekeken

b)

Op een bepaalde manier zeggen

12.

Wat betekent 'appels met peren vergelijken'?

a)

Twee dingen vergelijken met elkaar die niet met elkaar te vergelijken zijn omdat ze zoveel van elkaar verschillen

b)

Twee dingen vergelijken met elkaar die veel op elkaar lijken

13.

Wat is een ander woord voor begeleiden?

a)

Coachen

b)

Dwarsbomen

c)

Leiden

14.

Wat is griesmeel?

a)

Grof gemalen tarwe, spelt, maïs of rijst

b)

Pudding

c)

Pudding met bessen

15.

Wat betekent 'iemand voor het hoofd stoten'?

a)

Iemand beledigen

b)

Iemand kwetsen

c)

Iemand met zijn hoofd aanstoten

d)

Iemand lichamelijk pijn doen

16.

Wat is het tegenovergestelde van bekrompen (als je geen of weinig begrip hebt voor de wensen en ideeën van anderen)?

a)

Ruimdenkend zijn

b)

Overgevoelig zijn

c)

Koelbloedig zijn

d)

Gelaten zijn

17.

Welk woord hoort bij deze uitleg:

Zonder iets terug te doen of te zeggen, berustend.

a)

Overgevoelig

b)

Koelbloedig

c)

Gelaten

18.

Wat is een ander woord voor desalniettemin?

Desalniettemin was hij erg verdrietig op zijn verjaardag

a)

Toch

b)

Ook

c)

Omdat

d)

Daardoor

19.

Welk woord past hierbij?

a)

Sjorren

b)

Tolereren

c)

Eigen haard is goud waard

d)

Koelbloedig

20.

Wat is tolereren?

Tijdens het verkeersexamen tolereert de directeur dat wij op het schoolplein fietsen

a)

Toelaten dat iets gebeurt

b)

Omhooggaan

c)

Zonder iets terug te doen of te zeggen

d)

Straf geven

21.

Wat betekent wezenlijk?

Zijn wereldreis heeft Pim wezenlijk veranderd, hij is nu veel gelukkiger.

a)

Iets wat zijn basisideeën raakt

b)

Helemaal niet

c)

Boven de omgeving uitsteken

22.

Welk woord past hierbij?

a)

Zich verheffen

b)

Eigen haard is goud waard

c)

Op onbegrip stuiten

d)

Tolereren

23.

Wat betekent 'Eigen haard is goud waard'?

a)

Het is het fijnst om in je eigen huis te zijn

b)

Iemand of iets wordt niet begrepen door een ander

c)

Iets wat raakt aan de belangrijkste kenmerken van een persoon

24.

Hij stuit op onbegrip. Wat betekent dat?

a)

Hij wordt niet begrepen door een ander

b)

Hij wordt wel begrepen door een ander

25.

Wat is een moeilijk woord voor laken?

Daarin laakt hij haar bekrompen antwoord.

a)

Afkeuren

b)

Tolereren

c)

Wensen

d)

Sturen

26.

Wat past hierbij?

a)

De buitenstaander

b)

Iemand die er niet bij hoort

c)

De populaire

d)

Iemand die er bij hoort

27.

Wat betekent deze uitdrukking?

a)

Soms heb je meer aan iemand die dichtbij woont maar geen vriend is, dan aan iemand die ver weg woont

b)

Soms heb je niks aan een buurman, want dat is geen vriend van jou

28.

Wat is de globalisering?

a)

Het verschijnsel dat mensen over de hele wereld steeds meer met elkaar verbonden zijn

b)

Het verschijnsel dat mensen over de hele wereld elkaar staat minder begrjipen

29.

Welke stelling klopt?

a)

Nederig betekent overdreven gehoorzaam en heel bescheiden

b)

Zelfbewust betekent op iemand neerkijken

c)

Uit de hoogte betekent op iemand neerkijken, omdat je denkt beter te zijn dan de ander

d)

Nederig is op iemand neerkijken

30.

Wat is het tegengestelde van heimelijk (in het geheim)?

a)

Onverholen (openlijk)

b)

Een beetje stiekem

c)

Onverholen (een beetje stiekem)

31.

Wat past bij dit plaatje?

a)

De frustratie

b)

Ontevredenheid of ergernis omdat je iets niet kunt of krijgt

c)

Verregaand

d)

Hemel en aarde bewegen

32.

Wat is gelegen?

Je bezoek komt zeer gelegen, ik heb net hulp in de tuin nodig.

a)

Op een geschikt moment

b)

Erg uitgebreid

c)

In het openbaar

33.

De politie wil verregaand onderzoek na het zoveelste auto-ongeluk.

Wat betekent verregaand?

a)

Erg uitgebreid

b)

Heel precies

c)

Heel overdreven

d)

Erg belangrijk

34.

Wat is verkondigen?

a)

In het openbaar vertellen

b)

Als een machine

c)

Alles doen om een doel te bereiken

35.

Wat doe je als je hemel en aarde beweegt?

a)

Alles doen om je doel te bereiken

b)

Met je handen de lucht richting de aarde duwen

36.

Ik voel me altijd prettig in het bijzijn van mijn hond. Wat betekent 'in het bijzijn van'?

a)

In aanwezigheid van

b)

Als ik knuffel met

c)

Niet in de buurt van