wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Systeem Aarde H3 H4 vwo

Total questions: 40

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

De Middellandse Zee is op de volgende plaatsen toegankelijk voor zeeschepen

a)

Nauw van Calais

b)

Straat van Gibraltar

c)

Suezkanaal

d)

Golf van Biskaje

2.

Welk gesteente zie je op de foto?

a)

basalt

b)

tuf

c)

graniet

d)

kalksteen

3.

Welk begrip hoort bij de volgende omschrijving? 'De meest recente plooiingsperiode die aan het eind van het Tertair begonnen is en nog steeds voortduurt'

(a)  

4.

Hoe is het vulkanisme in Italië ontstaan?

a)

Door een hotspot

b)

Door divergentie

c)

Door convergentie

d)

Door subductie

5.

Hoe is in de kaart te zien dat er bij Italie subductie plaatsvindt?

a)

De vorm van de hak van de laars van Italië

b)

De vulkanen van Italië liggen aan de westkant van de breuk

c)

De vulkanen van Italië liggen aan de oostkant van de breuk

d)

De diepte van de Tyrreense Zee

6.

Met welke snelheid schuift de Afrikaanse plaat richting de Euraziatische plaat?

a)

een paar mm per jaar

b)

een paar cm per jaar

c)

een paar m per jaar

d)

een paar hm per jaar

7.

De Rode Zee (tussen Egypte en Saudi Arabië) is ontstaan door:

a)

een convergente breuk

b)

een divergente breuk

c)

een transforme breuk

8.
Uit welke delen is de aarde opgebouwd?
a)
Kern, Aardkorst, convectiestromingen
b)
Kern, magma, aardkorst
c)
kern, aardmantel, aardkorst
d)
Aardkorst, mantel, gebergten
9.

Welk element uit de afbeelding is een restant van de historische Tethys Oceaan?

a)

hypocentrum

b)

sediment

c)

Afrikaanse continentale korst

d)

Afrikaanse oceanische korst

10.

De Middellandse Zee is de grootste binnenzee ter wereld. Dit antwoord is:

a)

Juist

b)

Onjuist

11.

Welk begrip hoort hierbij?

De hoeveelheid neerslag die per uur of per dag valt.

(a)  

12.

................. zorgen voor een droge zomer in het Middellandse Zeegebied

a)

Hogedrukgebieden met stijgende lucht

b)

Lagedrukgebieden met stijgende lucht

c)

Lagedrukgebieden met dalende lucht

d)

Hogedrukgebieden met dalende lucht

13.

Hoe verschilt de mediterrane landbouw met die in bijvoorbeeld Nederland

a)

Meer gebruik van bestrijdingsmiddellen in de mediterrane landbouw

b)

2- of 3-jarige cyclus bij mediterrane landbouw in plaats van een 1-jarige cyclus

c)

Meer kassen in het mediterrane gebied

d)

Landbouw in Nederland is meer verweven met de agribusiness

14.

.............. karakteriseren het Middellandse Zeeklimaat.

a)

Warme natte zomers en zachte droge winters

b)

Warme droge zomers en zachte natte winters

15.

Welke klimaat heerst er in het Middellandse Zeegebied? Noem de afkorting uit het klimaatsysteem van Koppen.

(a)  

16.

Welke soorten planten en bomen komen veel voor in het Middellandse Zeegebied

a)

Maquis

b)

Amerikaanse Eiken

c)

Olijfbomen

d)

Douglasspar

17.
Bij een lagedrukgebied is er sprake van:
a)
een dalende luchtbeweging
b)
een stijgende luchtbeweging
18.

Je ziet hier een grafiek van het ...-klimaat

a)

Cw

b)

Cs

c)

Cf

d)

BW

19.

Verzilting wordt met name door de mens veroorzaakt.

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

In een tropische zone komen veel latosolbodems voor, die niet heel vruchtbaar zijn.

a)

Juist

b)

Onjuist

21.

Als je van de evenaar naar de polen loopt, komt je eerst door de gematigde zone en dan pas door de boreale zone.

a)

Juist

b)

Onjuist

22.

In de zomer op het noordelijk halfrond schuift de ITCZ (lage drukgebied rond de evenaar) naar het noorden. Daardoor:

a)

Schuift Azoren hoog (hoge drukgebied) ook naar het noorden en komt het boven het Middellandse Zeegebied te liggen

b)

Schuift Azoren hoog (hoge drukgebied) naar het zuiden en komt het boven het Middellandse Zeegebied te liggen

23.

Welk landschap zie je op de foto?

a)

Savanne

b)

Steppe

c)

Woestijn

d)

Tropisch regenwoud

24.

Een voorbeeld van een landschap op lage breedte is de polaire zone.

a)

Onjuist

b)

Juist

25.

Dit landschap komt voor in de...

a)

Polaire zone

b)

Gematigde zone

c)

Subtropische zone

d)

Tropische zone

e)

Boreale zone

26.

Welk klimaat heeft het grootste verschil tussen zomertemperatuur en wintertemperatuur?

a)

het hooggebergteklimaat

b)

het landklimaat

c)

het mediterraan klimaat

d)

het toendraklimaat

27.
Dit klimaat wordt gekenmerkt door een temperatuur die altijd hoger is dan 18 graden en een droge en natte tijd.
a)
Savanneklimaat
b)
Steppeklimaat
c)
 Middellands zeeklimaat
d)
Woestijnklimaat
28.
Een klimaat waarin de tempratuur altijd hoger is dan 18 graden en het hele jaar door veel regen valt.
a)
Woestijnklimaat
b)
Tropisch regenwoudklimaat
c)
Steppeklimaat
d)
Middellands zeeklimaat
29.

Wat laat de afbeelding zien?

a)

Drainage

b)

Beregening

c)

Geulirrigatie

d)

Druppelirrigatie

30.

Welke kenmerken horen bij tropische regenwouden?

a)

Hoge temperatuur en vochtigheid

b)

Langzame mineralisatie

c)

Rode bodem

d)

Dikke humuslaag

e)

Permanent groeiseizoen

31.

Juist of onjuist?


In het tropisch regenwoud spoelen de grondstoffen die vrijkomen bij de mineralisatie direct weer weg door de grote hoeveelheid neerslag die de grond intrekt.

a)

Juist

b)

Onjuist

32.

Juist of onjuist?


De grondsoort, de hoogteligging en het reliëf hebben invloed op de manier waarop de geofactoren op elkaar inwerken. Hierbij zijn klimaat en ondergrond onder natuurlijke omstandigheden de dominante geofactoren.

a)

Juist

b)

Onjuist

33.

Wat hebben bossen nodig om te kunnen groeien?

a)

Voldoende water

b)

Een niet te lage zomertemperatuur

c)

Voldoende reliëf

d)

Een kort groeiseizoen

34.

Van hoge naar lage breedte staan de volgende landschapszones op de juiste volgorde...

a)

Tropische zone - Gematigde zone - Boreale zone - Polaire zone

b)

Boreale zone - Polaire zone - Gematigde zone - Tropische zone

c)

Gematigde zone - Subtropische zone - Tropische zone - Boreale zone

d)

Polaire zone - Boreale zone - Gematigde zone - Tropische zone

35.

Wat is de belangrijkste oorzaak van landdegradatie?

a)

Landbouwkundige ingrepen

b)

Veel reliëf

c)

Veel neerslag

d)

Weinig neerslag

36.

Vul in...


Door geulirrigatie ... de grondwaterspiegel.

a)

Stijgt

b)

Daalt

c)

Blijft gelijk

37.

Verkeerd of teveel irrigeren is een oorzaak van...

a)

Verwoestijning

b)

Versnelde bodemerosie

c)

Verzilting

38.

De achteruitgang van de kwaliteit van de bodem en het landschap heet...

a)

Verzilting

b)

Landdegradatie

c)

Verwoestijning

d)

Ontbossing

39.

Juist of onjuist?


Toendrabodems bestaan voor het grotendeel uit veen omdat door de lage temperatuur het organisch materiaal langzaam verteerd.

a)

Juist

b)

Onjuist

40.

In welke zone is de meeste kans op erosie door de wind?

a)

Boreale zone

b)

Subtropische zone

c)

Aride zone

d)

Gematigde zone