wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H5 Produceren maar!

Total questions: 24

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.

Waarom is de btw een indirecte belasting?

a)

Omdat je de btw meteen betaalt als je iets koopt.

b)

Omdat je de btw niet meteen betaalt als je iets koopt.

c)

Omdat je de btw rechtstreeks aan de overheid betaalt.

d)

Omdat je de btw via de winkelier aan de overheid betaalt.

2.

Juist of onjuist: De inkoopprijs + btw is de consumentenprijs

a)

Juist

b)

Onjuist

3.
Welke formule voor het berekenen van de omzet is juist?
a)
afzet x verkoopprijs
b)
afzet x inkoopprijs
c)
afzet - inkoopkosten
d)
winst - inkoopkosten
4.
Je bent net klaar met werken, je besluit je in te schrijven bij het UWV, je bent nu onderdeel van de....
a)
geregistreerde werkloosheid
b)
verborgen werkloosheid
5.
De consumentenprijs is een ander woord voor
a)
De verkoopprijs
b)
De verkoopprijs exclusief btw
c)
De verkoopprijs inclusief btw
6.
De verkoopprijs exclusief btw is altijd gelijk aan
a)
100%
b)
121%
c)
119%
d)
21%
7.

Een ander woord voor omzet is verkoopprijs

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Wat is de juiste berekening?

a)

Brutowinst = omzet – inkoopwaarde.

b)

Brutowinst = omzet + inkoopwaarde.

c)

Brutowinst = omzet – bedrijfskosten.

d)

Brutowinst = omzet – nettowinst.

9.

Welke productiefactoren zijn er?

a)

Prijs, plaats, promotie & product

b)

Kapitaal, arbeid, natuur & ondernemerschap

c)

Wie, wat, waar & wanneer

d)

Customer's Solution, Cost to Customer, Convenience & Communication.

10.

Wat betekend mechanisatie?

a)

Als alle machines in een bedrijf kapot gaan

b)

Als menselijk denkwerk wordt overgenomen door machines

c)

Als handwerk wordt overgenomen door machines

d)

Als alle machines vervangen worden door personeel

11.

Wat betekend automatisering?

a)

Als handwerk word overgenomen door machines

b)

Een auto zonder een schakelbak

c)

Als bestellingen verwerkt worden zonder hulp van personeel

d)

Als menselijk denkwerk wordt overgenomen door machines

12.

Als een automonteur vervangen wordt door een machine, dan is dat een voorbeeld van .......?

a)

Mechanisatie

b)

Automatisering

13.

Als je in 2030 niet meer zelf achter het stuur hoef te zitten omdat auto's zelf kunnen rijden, dan is dit een voorbeeld van .........?

a)

Mechanisatie

b)

Automatisering

14.

Jan gebruikt hout om een tafel te produceren.

welke productiefactor kom je hier tegen?

a)

Kapitaal

b)

Arbeid

c)

Natuur

d)

Ondernemerschap

15.

Jack gebruikt aardbeien om zijn taart af te maken.

welke productiefactor kom je hier tegen?

a)

Kapitaal

b)

Natuur

c)

Arbeid

d)

Ondernemerschap

16.

Peter moet een kast maken in elkaar zetten voor al zijn producten.

welke productiefactor kom je hier tegen?

a)

Kapitaal

b)

Arbeid

c)

natuur

d)

Ondernemerschap

17.

Wat betekend produceren?

a)

Het bedenken van een product

b)

Het onderhouden van een product

c)

Het maken van een product

d)

Het verkopen van een product

18.

Waar staat de afkorting BTW voor?

a)

Belasting tegenover waarde

b)

Belasting tot waarde

c)

Belasting toegevoegde waarde

d)

Belasting tegen

waarde

19.

wat is omzet?

a)

totale geldwaarde van verkochte producten

b)

totale verkochte producten

c)

totale geldwaarde

d)

totale markt

20.

wat is afzet

a)

aantal verkochte producten in een bepaalde tijd

b)

aantal gekochte producten

c)

het gehele product

d)

helft van het product

21.

wat is een bedrijfskolom?

a)

bedrijven die na elkaar aan een product mee werken

b)

bedrijf dat een product maakt

c)

bedrijf dat producten maken

22.

wat is brutowinst?

a)

de omzet min de inkoopwaarde van de producten

b)

inkoopwaarde = producten

c)

omzet plus de inkoopwaarde

23.

wat is nettoresutaat?

a)

brutowinst - bedrijfskosten

b)

bedrijfskosten = brutowinst

c)

brdijfskosten+ brutowinst

24.

wat is inkoopwaarde ?

a)

totaal bedrag wat een dat een bedrijf afgeeft aan de inkoop van product

b)

inkoop van producten

c)

verkoop van producten