Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

TV H5 2BK

Total questions: 60

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

De ..................... schade was enorm.

a)

aangerichtte

b)

aangerichte

c)

aangerichten

d)

aangerichtten

2.

Er ontstond een rel over de ........................ konijnen.

a)

afgeslachten

b)

afgeslachtten

c)

afgeslachte

d)

afgeslachtte

3.

Het opnieuw .................... stoeltje is mooi geworden.

a)

beklede

b)

bekleedde

c)

bekleden

d)

bekleedden

4.

De ................ held werd wereldberoemd.

a)

gedoodde

b)

gedode

c)

gedoden

d)

gedoodden

5.

De ................ foto werd in de hal opgehangen.

a)

vergrootte

b)

vergrootten

c)

vergroten

d)

vergrote

6.

De ...................... eend smaakte verrukkelijk.

a)

gebraden

b)

gebraadde

c)

gebrade

d)

gebraadden

7.

De .................. vrouw viel van haar stoel.

a)

dronken

b)

dronke

8.

Zij kreeg de .................... ketting van oma.

a)

goude

b)

gouden

c)

goud

9.

Mijn broer kocht een .................. tafel.

a)

ovaal

b)

ovale

c)

ovalen

10.

Ik koop vijfentwintig ...................... bekers.

a)

plastice

b)

plasticen

c)

plastic

11.

Vul een D of T in

Sonja vertel (a)   een verhaal

12.

Vul een D of T in

Maarten heeft een verhaal vertel...

(a)  

13.

Vul een D of een T in

Ik weet dat Monique een verhaal vertel (a)  

14.

Vul een D of een T in

De dokter behandel (a)   de wond zorgvuldig

15.

Vul een D of een T in

De tandarts heeft de kies zorgvuldig behandel (a)  

16.

Vul een D of een T in

Ik weet dat de dierenarts die wond van die kat zorgvuldig behandel (a)  

17.

Vul een D of een T in

Er gebeur (a)   daar iets

18.

Vul een D of een T in

Er is daar iets gebeur (a)  

19.

Vul een D of een T in

Hij weet dat daar iets gebeur (a)  

20.

Wat is de vergrotende trap van 'lief'?

a)

Liefst

b)

Liever

21.

Wat is de vergrotende trap van 'lief'?

a)

Liefst

b)

Liever

22.

Wat is de overtreffende trap van 'duur'?

a)

Duurder

b)

Duurst

23.

Wat is de overtreffende trap van 'oranje'?

a)

Oranjer

b)

Oranjest

c)

Meest oranje

24.

Wat is de goede volgorde?

a)

Boos - boost - bozer

b)

Bozer - boost - boos

c)

Boos - bozer - boost

d)

Boos - bozer - meest boos

25.

Bij welke bijvoeglijke naamwoorden zeg je in de overtreffende trap: meest ...? Één antwoord is juist!

a)

Woorden die eindigen op een -r

b)

Woorden die eindigen op een -s

c)

Woorden die anders raar klinken

d)

Woorden die anders lastig uit te spreken zijn

26.

Welk van deze woorden krijgt 'meest .....' als overtreffende trap?

a)

Mooi

b)

Enthousiast

c)

Groot

d)

Bijzonder

27.

Bij welke 'trap van vergelijking' gebruik je 'als'?

a)

Stellende

b)

Vergrotende

c)

Overtreffende

28.

Bij welke 'trap van vergelijking' gebruik je 'dan'?

a)

Stellende

b)

Vergrotende

c)

Overtreffende

29.

Goed of fout? Hij is groter als ik.

a)

Goed

b)

Fout

30.

Goed of fout? Hij is hipper dan ik.

a)

Goed

b)

Fout

31.
melden
De leerling ............ zich gisteren bij de receptie.
a)
melden
b)
melde
c)
meldde
d)
.meldt
32.
maken
Alan en Fay hebben al hun huiswerk..........
a)
gemaaktt
b)
gemaakd
c)
maakte
d)
gemaakt
33.
kopen
Lisa heeft nieuwe schoenen  ........
a)
gekopen
b)
kocht
c)
gekocht
d)
kochdt
34.
werken
Yara ........ graag alleen.
a)
werkdde
b)
werkd
c)
werkt
d)
work
35.
bakken
De ............... frietjes smaakten goed.
a)
gebakke
b)
gebakte
c)
gebakken
d)
gebakten
36.
sturen
Ik heb een mailtje ............... naar de Bossche Vakschool.
a)
gestuurt
b)
gestuurd
c)
stuurde
d)
sturend
37.
aandurven
De docent heeft het niet meer ...........om er iets te zeggen.
a)
aangedurfd
b)
aangedurft
c)
durfde aan
d)
gedurfd
38.
zoeken
De ............ crimineel werd gearresteerd door de politie.
a)
gezoekte
b)
gezocht
c)
gezochten
d)
gezochte
39.
afsnijden
Hans ............ elke dag een stukje worst .....
a)
snijdt af
b)
sneed af
c)
snijd af
d)
snijdde
40.
knoeien
Het broertje van Chadi heeft op de tafel.............
a)
geknoeid
b)
geknoeidde
c)
knoeide
d)
knoeien
41.
struikelen
Hans Koevoet ...........over de  boeken en valt hard op de bank op zijn stuitje.
a)
struikelt
b)
struikeld
c)
struikelden
d)
gestruikeld
42.
tekenen
Marieke ........ vorige week een prachtige Pokemon.
a)
tekent
b)
tekenend
c)
tekentte
d)
tekende
43.
breken
Vorig jaar en dit jaar ........ Bryan zijn arm.
a)
breekt
b)
brak
c)
breekd
d)
brakden
44.
vallen
Andy ..........soms van zijn fiets.
a)
valde
b)
valt
c)
viel
d)
vallen
45.

vergeten

Sjonnie Strooizout .................... ineens zijn mop.

a)
vergeet
b)

vergat

c)
vergeette
d)
vergatt
46.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


De rode auto reed langs de school.

a)

De

b)

rode

c)

auto

d)

school

47.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


Het Zone College is de gezelligste school van Enschede.

a)

Het

b)

Zone College

c)

gezelligste

d)

Enschede

48.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


In de kantine kan je de lekkerste broodjes krijgen.

a)

kantine

b)

kan

c)

lekkerste

d)

krijgen

49.

Zoek de bijvoeglijk naamwoord(en) in de volgende zin.

De kleinste klas hangt vol met grote posters.

a)

kleinste

b)

hangt

c)

met

d)

grote

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

50.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


De houten picknicktafels staan er al jaren.

a)

houten

b)

picknicktafels

c)

staan

d)

jaren

51.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


DJ Martin Garrix is de beste DJ van Nederland.

a)

Martin Garrix

b)

is

c)

beste

d)

Nederland

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

52.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


Hij verdient veel geld met het maken en draaien van muziek.

a)

Hij

b)

verdient

c)

veel

d)

muziek

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

53.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


In het kleine lokaal hangt een grote poster van Martin Garrix.

a)

kleine

b)

lokaal

c)

grote

d)

poster

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

54.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


De Duitse man woonde in het zonnige Spanje.

a)

De

b)

Duitse

c)

man

d)

zonnige

e)

Spanje

55.

Zoek bijvoeglijk naamwoord(en) in de volgende zin.


Onder de brug ligt een geheime schat

a)

Onder

b)

brug

c)

ligt

d)

geheime

e)

schat

56.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


Iedereen houdt van ijs, behalve mijn kleine zusje.

a)

Iedereen

b)

houdt

c)

ijs

d)

kleine

e)

Er staat geen bijvoeglijk naamwoord in

57.

Zoek: bijvoeglijk naamwoord(en)


In de zee zwemmen veel vissen.

a)

de

b)

zee

c)

veel

d)

vissen

e)

Er staat geen bijvoeglijk naamwoord in

58.

Zoek: bijvoeglijk naamwoorden


De vragen staan in het boek.

a)

vragen

b)

staan

c)

het

d)

boek

e)

Er zijn geen bijvoeglijk naamwoorden

59.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin?


Zijn blauwe ogen schitteren in het licht.

(a)  

60.

Wat is het bijvoeglijk naamwoord in de volgende zin?


Geef jij me de pittige mosterd even aan?

(a)