wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Urinestelsel

Total questions: 10

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Waar in een nefron vindt filtratie plaats?

a)

In de proximale tubulus

b)

In de distale tubulus

c)

In het kapsel van Bowman

d)

In de lis van Henle

2.

Wat is GEEN normaal component in het FILTRAAT dat uit het kapsel van Bowman komt?

a)

Zouten

b)

Ureum

c)

Glucose

d)

Eiwitten

3.

Het medicijn furosemide blokkeert het transport van NaCl vanuit het stijgende deel van de lis van Henle. Wat is het verwachte effect van dit medicijn op het urinevolume?

a)

Het urinevolume neemt toe

b)

Het urinevolume neemt af

c)

Het urinevolume blijft gelijk

4.

Vink de TWEE belangrijke functies van de distale tubulus aan.

a)

Water-resorptie

b)

Regulatie van de Na+/K+-huishouding

c)

Regulatie van de pH

d)

Secretie van afvalstoffen uit de lever

5.

Per liter bevat urine, vergeleken met voorurine....

a)

een grotere hoeveelheid ureum

b)

een kleinere hoeveelheid zouten

c)

een grotere hoeveelheid suikers

d)

een kleinere hoeveelheid galkleurstoffen

6.

Het is mogelijk dat bij een persoon die normale hoeveelheden koolhydraten eet, toch glucose in de urine aanwezig is.


Een directe oorzaak hiervan is:

a)

een gering glucoseverbruik van het lichaam

b)

een te hoog glucosegehalte van het bloedplasma

c)

een te grote doorlaatbaarheid van de nierkapsels voor glucose

d)

een verhoogde activiteit van de cellen van de wand van de nierkanaaltjes

7.

Bij een nier zijn schors, merg en nierbekken te onderscheiden.


In welk deel of in welke delen worden actief stoffen uit de voorurine gehaald?

a)

Alleen in de schors

b)

In d schors en het merg

c)

Alleen in het merg

d)

In de schors, het merg en het nierbekken

8.

De taak van het nierbekken is ...

a)

het maken van urine

b)

het verzamelen van urine

c)

het zuiveren van bloed

d)

Het produceren van voorurine

9.

Eigenschap van het nierbekken

a)

Bloedvaten treden in en uit.

b)

Begin van de urine leider

c)

Filtratie van het bloed

d)

Interne secretie

e)

Hier wordt urine opgevangen

10.

Wat betekend de Latijnse benaming Ureter?

a)

Urine buis

b)

blaas

c)

urineleider