wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Academische woordenschat voorbereiding taalvariatie

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

De maatregelen hadden weinig tot geen (invloed/effect) i (a)   op de coronacijfers

2.

Omdat de glazen goed verpakt waren, bleven ze tijdens de verhuis (ongeschonden) i (a)  

3.

De leerkracht wetenschappen is altijd precies op tijd. Hij is heel p (a)  

4.

Ik kan me 'op kot gaan' in Gent heel moeilijk voorstellen m.a.w. ik kan het echt niet v (a)  

5.

Doe toch niet zo dramatisch over zoiets alledaags. Het is echt maar iets b (a)  

6.

Geef het juiste woord voor de volgende omschrijving: iets zeggen met je eigen woorden: p (a)  

7.

Geef het juiste woord voor de volgende omschrijving: lastige keuze tussen twee zaken: d (a)  

8.

Geef het juiste woord voor de volgende omschrijving: zich beter voelen dan iemand anders, hooghartig (H (a)   )

9.

Geef het juiste woord voor de volgende omschrijving: nietig, onbeduidend (= F (a)   )

10.

Wat betekent schizofreen?

a)

geestesziekte die leidt tot waanbeelden

b)

geestesziekte die leidt tot psychose

c)

geestesziekte waardoor je verward wordt en verschillende persoonlijkheden hebt

d)

geestesziekte waarbij je denkt dat je Napoleon bent

11.

desertie is

a)

verloren lopen in de woestijn

b)

zich onttrekken van militaire dienst

c)

verslaafd zijn aan desserts

d)

het niet eens zijn met je overste in het leger

12.

Je moet niet zo snoeven betekent

a)

je moet niet huilen

b)

je moet niet kwaad zijn

c)

je moet niet opscheppen

13.

Binnen het gerecht is een ander woord voor uitspraak of beslissing een v (a)  

14.

Iemand die op een ziekelijke manier van zichzelf houdt, is een n...

(a)  

15.

wat te maken heeft met het verwerken van informatie in het brein is

a)

courant

b)

cruciaal

c)

cognitief

d)

consequent