wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Deel 6: een nieuwe wereldorde (vanaf 1990)

Total questions: 39

Worksheet time: 21mins

Name
Class
Date
1.

Wat zorgt ervoor dat de Sovjet-Unie uiteenvalt (1990-1991)?

a)

Doordat de economie van de Sovjet-Unie instort

b)

Door een herlevend nationalisme: volkeren willen onafhankelijk worden

c)

Door het beleid van Michael Gorbatsjov (glasnost en perestrojka)

2.

In welk jaar valt de Berlijnse Muur?

a)

1986

b)

1990

c)

1989

d)

1991

3.

Wat is de Duitse eenwording?

a)

Dat de BRD en DDR worden samengevoegd tot één Duitsland (1990)

b)

Dat het keizerrijk van Duitsland ontstaat

c)

Dat verschillende Duitse partijen gaan samenwerken

4.

Waarom zijn niet alle Europese landen blij met de Duitse eenwording?

a)

Zij zijn bang voor te veel economische concurrentie

b)

Zij zijn bang voor een te machtig Duitsland (net als in WOI en WOII)

c)

Zij zijn bang dat het communisme ten einde is in de DDR

5.

In 1949 wordt de NAVO opgericht. Wat was het belangrijkste doel van de NAVO van 1949 tot 1991?

a)

Zorgen voor orde en veiligheid in heel Europa

b)

Strijden tegen het terrorisme

c)

West-Europa beschermen tegen het communisme

6.

Welke taak heeft de NAVO na het wegvallen van het communisme en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie (vanaf 1991)?

a)

Zorgen voor orde en veiligheid in heel Europa

b)

Strijden tegen het terrorisme

c)

West-Europa beschermen tegen het communisme

7.

Welke taak krijgt de NAVO extra na 2001?

a)

Zorgen voor orde en veiligheid in heel Europa

b)

Strijden tegen het terrorisme

c)

West-Europa beschermen tegen het communisme

8.

Welke situatie voor de NAVO vanaf 1991 is juist?

a)

Er verdwijnen meer landen uit de NAVO

b)

Het aantal landen in de NAVO blijft gelijk

c)

De NAVO wordt uitgebreid met landen uit Oost-Europa

9.

Wat betekent globalisering?

a)

Verschillende werelddelen raken steeds nauwer met elkaar verbonden

b)

De temperatuur op aarde neemt toe door klimaatveranderingen

c)

Meer werelddelen raken in conflict met elkaar, onder andere door terrorisme

10.

Wat is een gevolg van globalisering?

a)

Meer landen hebben onderling conflicten.

b)

De wereldhandel stijgt.

c)

Het terrorisme neemt toe.

d)

De NAVO wordt uitgebreid.

11.

Wat versterkt de globalisering in de wereld?

a)

De opkomst van PC, mobiele telefoon en internet

b)

Uitbreiding van de Europese Unie

c)

Samen optreden tegen het internationale terrorisme.

12.

In Nederland bestaat de gewoonte dat werkgevers, werknemers en de overheid regelmatig met elkaar overleggen en onderhandelen. Hoe noemen we dit?

a)

Consessiepolitiek

b)

Appeaseementpolitiek

c)

Poldermodel

d)

Concilies

13.

Wat is het gevolg van het poldermodel in Nederland?

a)

We hebben nooit overstromingen in Nederland.

b)

Er zijn weinig rellen, stakingen of demonstraties en het bedrijfsleven doet het goed.

c)

Veel conflicten, stakingen, rellen en demonstraties in het bedrijfsleven van Nederland.

14.

Wat is de beste omschrijving van individualisering?

a)

Mensen zijn egoïstisch en vertonen meer huftergedrag.

b)

Mensen zien zichzelf steeds minder als onderdeel van een groep en steeds meer als individu dat eigen keuzes maakt.

c)

Mensen zijn tegen religies en gaan niet meer naar de kerk.

15.

Wat zijn twee voorbeelden van individualisering?

a)

Nederland is het eerste land ter wereld waar het homohuwelijk wordt ingevoerd

b)

Elke zuil heeft een eigen krant, politieke partij, radiozender, winkel, etc.

c)

Het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe.

d)

Nederland is een multiculturele samenleving.

16.

De invloed van kerk en het christelijk geloof neemt af.

a)

Poldermodel

b)

Secularisatie

c)

Multiculturele samenleving

d)

Verzuiling

17.

In 1994 vormen PvdA, VVD en D66 een kabinet. Wat is hier zo bijzonder aan?

a)

Deze partijen zijn normaal gesproken vijanden van elkaar.

b)

Het zijn alle drie confessionele partijen.

c)

Er zit geen één confessionele partij tussen.

d)

Nooit eerder waren slechts drie partijen in een kabinet.

18.

In 1994 zit geen één confessionele partij in het kabinet. Dit is het gevolg van:

a)

De multiculturele samenleving

b)

Secularisatie

c)

Individualisering

d)

Democratisch tekort

19.

In Nederland maken sommige Nederlanders zich zorgen om de nationale cultuur. Is er nog wel sprake van een Nederlandse cultuur?

Waarom zijn sommige Nederlanders bezorgd? Kies de juiste antwoorden.

a)

Door de komst van buitenlanders, met name in de grote steden.

b)

Door de toename van de individualisering.

c)

Door de toenemende macht van de Europese Unie.

d)

Door het internationale terrorisme.

20.

In welk jaar wordt de Europese Unie opgericht?

a)

1989

b)

1990

c)

1993

d)

2002

21.

In welk jaar wordt de euro ingevoerd?

a)

1989

b)

1990

c)

2001

d)

2002

22.

Het invoeren van de euro maakt de internationale handel tussen EU-landen makkelijker.

a)

Politieke reden

b)

Economische reden

23.

Het invoeren van de euro benadrukt de eenheid in de EU en staat symbool voor de Europese identiteit.

a)

Politieke reden

b)

Economische reden

24.

Binnen de Europese Unie zijn er geen onderlinge grenscontroles.

Als je lid bent van de EU mag je overal in de EU wonen en werken.

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

Welke instelling wordt direct door burgers uit alle EU-landen gekozen?

a)

Raad van Ministers

b)

Europese Commissie

c)

Europees Parlement

26.

Welke taken heeft het Europees Parlement?

a)

Europese wetsvoorstellen goedkeuren.

b)

Europese wetsvoorstellen wijzigen (recht van amendement).

c)

Het controleren van de Europese Commissie.

27.

Waaruit bestaat de Raad van Ministers (EU)?

a)

Uit gekozen parlementsleden

b)

Uit ministers van de EU-landen

28.

Wat is de Europese Commissie?

a)

Het gekozen parlement.

b)

Het dagelijks bestuur van de EU.

c)

De ministers van alle EU-landen.

29.

Welke taken heeft de Europese Commissie?

a)

Als dagelijks bestuur leiding geven aan Europese ambtenaren.

b)

Wetsvoorstellen maken (recht van initiatief).

c)

Wetsvoorstellen goedkeuren.

30.

Welke gebeurtenis zien we in 2004 binnen de Europese Unie?

a)

De EU verliest een aantal lidstaten.

b)

De EU wordt uitgebreid met Oost-Europese landen, zoals Polen

c)

De EU wordt opgeheven.

d)

De EU gaat over in de EG.

31.

Stelling:

Het bestuur van de EU bestaat uit eindeloze discussies, ingewikkelde regels en het kost ontzettend veel geld.

a)

Stelling van een voorstander van de EU.

b)

Stelling van een tegenstander van de EU.

32.

Sommige mensen vinden dat in de EU sprake is van een democratisch tekort. Welke voorbeelden horen hierbij?

a)

Mensen weten te weinig wat er in Europa gebeurt; kennen geen Europese politici.

b)

Mensen hebben het gevoel dat de EU toch niet naar ze luistert.

c)

Mensen voelen zich niet Europeaan of verbonden met andere Europeanen.

d)

Weinig mensen komen opdagen bij de Europese verkiezingen.

33.

Sommige politici vinden dat de politiek veel meer de wil van het volk moet uitvoeren (volkswil).

a)

Democratie

b)

Populisme

c)

Socialisme

d)

Liberalisme

34.

Wat is een referendum?

a)

Dan kan het volk stemmen (ja of nee) over wetten en andere onderwerpen.

b)

Dan zijn er om de vier jaar landelijke verkiezingen.

c)

Dan kan je de koning afzetten.

d)

Dan heeft het volk niks meer te zeggen.

35.

Populisten willen het referendum invoeren.

a)

Juist

b)

Onjuist

36.

Wat is juist over Pim Fortuyn?

a)

Pim Fortuyn had veel kritiek op de Islam.

b)

Na de terroristische aanslagen van 2001 werd Fortuyn populairder.

c)

Fortuyn had veel kritiek op de bestaande politiek.

d)

In 2002 is Fortuyn vermoord.

37.

Wat is een verzorgingsstaat?

a)

De overheid helpt mensen, bijvoorbeeld met uitkeringen en pensioenen.

b)

Het zorgstelsel in Nederland wordt flink uitgebreid.

c)

Mensen verzorgen elkaar, waarbij de overheid zich zo min mogelijk bemoeit.

38.

Waarom komt er kritiek op de verzorgingsstaat?

a)

Het werkt niet goed.

b)

Het is ontzettend duur.

c)

Het is oneerlijk.

39.

Als we in 2008 een economische crisis hebben, wordt er bezuinigd op de verzorgingsstaat. Welke maatregelen worden er genomen?

a)

Alle uitkeringen stoppen.

b)

De AOW-pensioenleeftijd gaat omhoog.

c)

Er wordt flink bezuinigd op de (thuis)zorg

d)

Er komen geen mensen erbij die een uitkering kunnen aanvragen.