wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nucleinezuren MBO 1 LAB

Total questions: 9

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Een nucleotide bestaat uit drie hoofdcomponenten:

a)

1. een nucleobase

2. een triose

3. 1 tot 3 fosfaatgroepen

b)

1. een nucleobase

2. een pentose

3. 1 tot 3 fosfaatgroepen

c)

1. een nucleobase

2. een pentose

3. 1 tot 6 fosfaatgroepen

d)

1. een nucleobase

2. een triose

3. 1 tot 6 fosfaatgroepen

2.

Wat is het verschil tussen DNA & RNA? (2 antwoorden zijn goed)

a)

RNA heeft een ribose-suikergroep, in tegenstelling tot de deoxyribose-suikergroep

b)

DNA heeft een ribose-suikergroep, in tegenstelling tot de deoxyribose-suikergroep

c)

In RNA zit uracil (U)

d)

In DNA zit uracil (U)

3.

Het DNA-polymerase leest de oorspronkelijke DNA-streng af van het 5-eind naar het 3-eind

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

Wat is deletie?

a)

Een deletie is een mutatie waarbij een deel van de eiwitten in een chromosoom ontbreekt

b)

Een deletie is een mutatie waarbij een deel van de erfelijke code in een chromosoom ontbreekt

c)

Een deletie is een mutatie waarbij een deel van Het RNA in een chromosoom ontbreekt

d)

Een deletie is een mutatie in het Fenotype

5.

Wat is substitutie?

a)

Hoewel het aantal nucleotiden bij substitutie niet verandert, wordt er wel een nucleotide in het chromosomaal eiwit gewijzigd

b)

Hoewel het aantal nucleotiden bij substitutie verandert, wordt er wel geen nucleotide in het chromosomaal DNA gewijzigd

c)

Hoewel het aantal nucleotiden bij substitutie niet verandert, wordt er wel een nucleotide in het chromosomaal DNA gewijzigd

d)

Hoewel het aantal nucleotiden bij substitutie niet verandert, wordt er wel een nucleotide in het chromosomaal RNA gewijzigd

6.

Wat gebeurt er met een puntmutatie?

a)

Er ontstaat een onwerkbare enzym doordat 1 eiwit wordt veranderd

b)

Er ontstaat een onwerkbare enzym doordat 2 of meer nucleotiden worden veranderd

c)

Er ontstaat een onwerkbare enzym doordat 1 nucleotide wordt veranderd

d)

Er ontstaat een werkbaar enzym doordat 2 of meer nucleotiden worden veranderd

7.

Bij een verdeelfout tijdens de mitose of meiose kan er:

a)

Twee dochtercellen met één of meer chromosomen te veel ontstaan

b)

Een moedercel met één of meer chromosomen te veel en een moedercel met één of meer chromosomen te weinig ontstaan

c)

Een dochtercel met één of meer chromosomen te veel en een dochtercel met één of meer chromosomen te weinig ontstaan

d)

Twee dochtercellen met één of meer chromosomen te weinig ontstaan

8.

Het m-RNA kan worden gebonden aan een ribosoom wat is het startcodon?

a)

ACG en het bijpassend t-RNA heeft het anticodon UGC

b)

AUG en het bijpassend t-DNA heeft het anticodon UAC

c)

UAA en het bijpassend t-RNA heeft het anticodon AUU

d)

AUG en het bijpassend t-RNA heeft het anticodon UAC

9.

Een t-RNA-molecule is opgebouwd uit

a)

70-90 nucleotiden

b)

50-70 nucleotiden

c)

7-9 nucleotiden

d)

5-7 nucleotiden