wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

productie & bedrijf

Total questions: 12

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

omzet is...

a)

het geld dat je krijgt, wanneer je iets verkoopt

b)

aantal verkochte spullen

2.

Timo verkoopt 10 schoenen en heeft hierdoor €600,- verdient. Zijn afzet is...

a)

10 schoenen

b)

€600,-

3.

omzet - inkoopwaarde = nettowinst

a)

juist

b)

onjuist

4.

brutowinst - inkoopwaarde = nettowinst

a)

juist

b)

onjuist

5.

brutowinst - bedrijfskosten = nettowinst

a)

juist

b)

onjuist

6.

omzet - inkoopwaarde = brutowinst

a)

juist

b)

onjuist

7.

vraag en aanbod van een product:

een consument is de .... van een product

a)

vrager

b)

aanbieder

8.

vraag en aanbod van een product)

een producent die een product produceert doet een aanbod van het product aan de consument

a)

juist

b)

onjuist

9.

vraag en aanbod van een product:

consumenten zijn de aanbieders van producten

a)

juist

b)

onjuist

10.

is het beter om €7000,- brutowinst te hebben of nettowinst

(a)  

11.

welke twee ondernemingsvormen kennen wij?

a)

koophandel

b)

eenmanszaak

c)

grote bedrijf

d)

BV

12.

noem de 4p's

(a)