Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Osmose en diffusie

Total questions: 12

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Waardoor is een celmembraan selectief-permeabel en niet semi-permeabel?

a)

Omdat in water oplosbare stoffen via eiwitten in het celmembraan kunnen diffunderen

b)

Omdat in water oplosbare stoffen via fosfolipiden in het celmembraan kunnen diffunderen

c)

Omdat in water oplosbare stoffen door osmose via eiwitten in het celmembraan getransporteerd kunnen worden

d)

Omdat in vet oplosbare stoffen door osmose via eiwitten in het celmembraan getransporteerd kunnen worden

2.

Een bepaalde cel wordt achtereenvolgens in drie verschillende keukenzoutoplossingen gelegd en bij dezelfde vergroting getekend (zie afbeelding). In welke figuur heeft de getekende cel de grootste stevigheid?

a)

1

b)

2

c)

3

3.

Aan mondingen van rivieren kan het bij vloed voorkomen dat zoetwaterplanten worden overspoeld met zeewater. Daardoor neemt de turgor van de cellen van deze planten af. De daling van de turgor

wordt hoofdzakelijk veroorzaakt doordat de cellen van deze planten in zeewater...

a)

water verliezen

b)

water opnemen

c)

zouten afgeven

d)

zouten opnemen

4.

Een leerling bestudeert met zijn microscoop cellen van een rok van een ui in een druppel gedestilleerd water. Daarna wil hij intacte rode bloedcellen bestuderen. Hij moet de rode bloedcellen in een druppel van een zoutoplossing met een bepaalde concentratie leggen en niet in een druppel gedestilleerd water. Waarom is dit verschil in behandeling nodig?

a)

Omdat cellen van een ui geen celmembraan hebben en rode bloedcellen wel

b)

omdat de osmotische waarde van de cellen van een ui hoger is dan die van rode bloedcellen

c)

omdat rode bloedcellen in gedestilleerd water opzwellen en vervolgens knappen en cellen van een ui niet

d)

omdat rode bloedcellen in gedestilleerd water een te grote hoeveelheid zouten door e celmembraan naar buiten laten gaan en cellen van een ui niet

5.

Uit een aardappel worden enkele staafjes gesneden. De staafjes zijn even lang en even dik. Ze worden in verschillende suikeroplossingen gelegd. Een dag later wordt de lengte van de staafjes gemeten. Het resultaat hiervan is weergegeven in het diagram van de afbeelding. Ook de lengte van de staafjes voor de proef is in het diagram weergegeven. Bij welke van de in het diagram aangegeven suikerconcentraties is de turgor van de aardappelcellen het hoogst?

a)

Bij concentratie P

b)

Bij concentratie Q

c)

Bij concentratie R

d)

Bij concentratie S

6.

Deze afbeelding is een voorbeeld van...

a)

osmose

b)

diffusie

c)

geleide diffusie

d)

actief transport

7.

De afbeelding geeft verschillende moleculen weer die in en uit de cel bewegen. Op welke manier beweegt molecule C uit de cel?

a)

actief transport

b)

diffusie

c)

Natrium-Kalium pomp

d)

osmose

8.

Wanneer Joris verlepte sla in water legt, merkt hij dat de sla opnieuw fris en knapperig wordt. Verklaar zijn waarneming.

a)

De cellen van de sla nemen water op door actief transport.

b)

De cellen van de sla nemen zout op door diffusie

c)

De cellen van de sla nemen water op door osmose

d)

De cellen van de sla geven water af door osmose

9.

Na een heerlijk lang bad blijken je vingers verschrompeld. Dit is een voorbeeld van...

a)

actief transport

b)

diffusie

c)

osmose

10.

Tijdens een experiment wordt een dialyseslang ( = semi-permeabel membraan) gevuld met een waterige oplossing die 3% zetmeel en 3% glucose bevat. Daarna wordt deze in een beker met gedemineraliseerd water gelegd (zie afbeelding). Na 3 uur wordt er een waarneming gedaan. Welke uitspraak past bij deze waarneming?

a)

Zetmeel moleculen verplaatsen zich doorheen de dialyseslang naar de beker.

b)

De concentratie aan zetmeel en glucose is gelijk, zowel in de dialyseslang als in de beker.

c)

Water verplaatst zich via osmose van de beker doorheen de dialyseslang.

d)

Water verplaatst zich via diffusie doorheen de dialyseslang naar de beker.

11.

Robin verstuift water over de groenten in de versafdeling zodat ze er 'frisser' uitzien. Dit is een voorbeeld van

a)

osmose

b)

diffusie

c)

actief transport

12.

Dit dialyse zakje ligt in een oplossing en vertoont ’turgor’. Waarmee zal het zakje dus gevuld zijn?

a)

met een hypertonische oplossing

b)

met een hypotonische oplossing

c)

met een isotonische oplossing