wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

klas 3 voltooid deelwoord

Total questions: 25

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Ik heb gisteren veel gegamed. Wat is gegamed in deze zin?

a)

een persoonsvorm

b)

een voltooid deelwoord

c)

een infinitief

2.

Geef de infinitief van het werkwoord in de zin. Ik voetbal elk weekend.

a)

voetbalde

b)

gevoetbald

c)

voetballen

d)

voetbal

3.

In een wetenschappelijk blad heb ik het artikel "Leuke plaatjes, slecht rapport" gelezen.

a)

pv

b)

inf/hele ww

c)

vdw

4.

In een wetenschappelijk blad heb ik het artikel "Leuke plaatjes, slecht rapport" gelezen.

a)

pv

b)

inf/hele ww

c)

vdw

5.

Selecteer de zin waarin de persoonsvorm is onderstreept.

a)

Ik denk dat ik ziek ben.

b)

Ik denk dat ik ziek ben.

c)

Ik denk dat ik ziek ben.

d)

Ik denk dat ik ziek ben.

6.

Selecteer de zin waarin de persoonsvorm is onderstreept.

a)

Muziek kan veel emotie losmaken bij mensen.

b)

Ruud gaat vandaag met de trein naar zijn werk.

c)

Deze rode broek vindt Daniel het mooist.

d)

Anna denkt dat ze de blauwe broek mooier vindt.

7.

In welke zin zijn onderwerp en persoonsvorm vetgedrukt?

a)

Als Anna naar school gaat, is het al bijna half negen.

b)

Als Anna naar school gaat, is het al bijna half negen.

c)

Als Anna naar school gaat, is het al bijna half negen.

d)

Als Anna naar school gaat, is het al bijna half negen.

8.

Jan (worden) morgen 17 jaar oud.

a)

word

b)

wordt

9.

(Worden) Klaas opgehaald door zijn vader?

a)

Worden

b)

Word

c)

Wordt

10.

Zondag (gebeuren) er niks op de weg!

a)

gebeuren

b)

gebeurt

c)

gebeurd

11.

Wat is er zondag bij Expeditie Robinson (gebeuren)?

a)

gebeuren

b)

gebeurt

c)

gebeurd

12.

De stam van een werkwoord vind je door van het hele werkwoord -en af te halen.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Werkwoordsvormen als gefietst, gekocht, gebeurd en verdeeld noemen we voltooide deelwoorden.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Wat voor een werkwoord is gevraagd in de volgende zin: Vanmorgen heb ik zakgeld aan mijn vader gevraagd.

a)

persoonsvorm

b)

voltooid deelwoord

c)

onvoltooid deelwoord

d)

infinitief

15.
vdw: Welke zin is juist?
a)
Wij hebben gerent
b)
Ik  heb gerend
c)
Wij hebben gerendt
d)
Ik hebt gerend
16.
vt: Ik wasde de was
a)
Goed
b)
Fout
17.
vt: Hij strafte dat kind
a)
Goed
b)
Fout
18.
vdw: Waarom is het gespeeld met een 'd'?
a)
Omdat een 't' lelijk staat
b)
Omdat de 'l' niet in 't kofschip staat
c)
Omdat alle voltooid deelwoorden met een 'd' zijn
d)
Het is niet gespeeld met een 'd'
19.
wat is de verleden tijd van barsten?
a)
hij barstte
b)
hij barste
c)
hij barsde
d)
hij barstten
20.
Wat is de verleden tijd van voeden?
a)
zij voedde
b)
zij voede
c)
zij veodde
d)
zij voedte
21.
Wat is de verleden tijd van wedden?
a)
zij wedde
b)
zij wede
c)
zij weedde
d)
zij wedte
22.

Wat is het voltooid deelwoord van 'bakken'?

a)

gebak

b)

gebaken

c)

gebakt

d)

gebakken

23.

Wat is het voltooid deelwoord van 'poetsen'?

a)

gepoetst

b)

gepoetsen

c)

gepoetsd

24.

Welke zin staat in de voltooide tijd?

a)

Ik heb de tafel gedekt.

b)

Ik dekte de tafel.

c)

Ik dek de tafel.

25.

Welke zin staat in de voltooide tijd?

a)

Safaa kwam altijd op tijd naar de les.

b)

Selen maakte haar huiswerk.

c)

Sindi heeft een sprookjesboek gelezen.