NEW
Font size
Worksheets5H biologie alle stof
Total questions: 20
Worksheet time: 27mins
A1
Het organisme op de afbeelding doet aan fotosynthese, is ééncellig en bevat een celkern.
Dit organisme is een
dier
plant
bacterie
schimmel
A4
Welke uitspraak is juist?
Geslachtscellen bevatten slechts 1 chromosoom
In een zaadcel kunnen geen X-chromosomen voorkomen
Een menselijke geslachtscel bevat 24 chromosomen
In een eicel kunnen geen Y-chromosomen voorkomen
A8
Welke van onderstaande omschrijvingen geeft op juiste wijze weer wat fotosynthese is?
Proces waarbij glucose en zuurstof wordt omgezet in water en koolstofdioxide. Dit kost energie.
Proces waarbij water en koolstofdioxide wordt omgezet in glucose en zuurstof. Dit kost energie.
Proces waarbij glucose en zuurstof wordt omgezet in water en koolstofdioxide. Dit levert energie op.
Proces waarbij water en koolstofdioxide wordt omgezet in glucose en zuurstof. Dit levert energie op.
C1
Welke stelling is NIET juist:
Een enzym is een stof die een scheikundige reactie versnelt
Een enzym is een eiwit
Enzymen spelen een belangrijke rol bij de spijsvertering
Enzymen zijn alleen werkzaam binnen de cel
E6
Welke groep in de pyramide zijn planteneters?
Producenten
Consumenten 1e orde
Consumenten 2e orde
Consumenten 3e orde
Wat is de naam van onderdeel 1 en wat geven de zwarte pijlen (2) aan in dit onderdeel?
1 = celkern, 2 = prikkel
1 = axon, 2 = impuls
1 = axon, 2 = prikkel
1 = dendriet, 2 = impuls
Een vleermuis gebruikt echolocatie voor het opsporen van vliegende prooien zoals insecten. Daarbij maakt de vleermuis geluiden die weerkaatst worden door de omgeving. Door het opvangen van de weerkaatste geluiden bepaalt het dier waar de insecten zich bevinden. De vleermuis vliegt er dan op af om ze op te eten.
De vleermuis gebruikt spieren om de geluiden te maken. Deze spieren laten de stembanden bewegen en worden snelle spieren genoemd omdat ze wel 160 keer per seconde kunnen samentrekken.
Welke zenuwcellen geven impulsen aan de snelle spieren?
Schakelcellen
Gevoelszenuwcellen
Bewegingszenuwcellen
Dansers sturen heel gericht bepaalde spiergroepen aan voor verfijnde, soepele bewegingen van hun benen en armen. De aansturing voor deze bewegingen zijn afkomstig van een bepaald gebied op de hersenschors. Ligt het plek voor de aansturing van de armen en benen voor of achter de centrale groeve? En ligt de plek bovenop de hersenen of aan de zijkant? (tip: Binas 88C)
Voor de centrale groeve, aan de zijkant
Achter de centrale groeve, bovenop de hersenen
Voor de centrale groeve, bovenop de hersenen
Achter de centrale groeve, aan de zijkant
Een atleet uit Nederland traint enkele maanden in het hooggebergte. Hierna blijkt hij in Nederland tot een grotere prestatie te komen.
Welke verandering in het bloed zal mede tot deze grotere prestatie geleid hebben?
een groter aantal witte bloedcellen
een groter aantal rode bloedcellen
een groter aantal bloedplaatjes
een grotere hoeveelheid bloedplasma
Wanneer zijn zowel de hartkleppen tussen de boezems en de kamers, als de kleppen aan het begin van de grote slagaders open (bij een normaal werkend hart)?
tijdens het samentrekken van de boezems
tijdens het samentrekken van de kamers
tijdens de rustpauze van het hart
nooit
De afbeelding geeft de doorsnede van een bloedvat uit het been van een mens weer.
Is dit een beenader of beenslagader?
Vervoert dit bloedvat zuurstofarm of zuurstofrijk bloed?
beenader / zuurstofarm
beenslagader / zuurstofarm
beenader / zuurstofrijk
beenslagader / zuurstofrijk
Konijnen kunnen tegen de virusziekte myxomatose worden ingeënt met een vaccin. Dit vaccin bevat verzwakte ziekteverwekkers. Inenting daarmee is een vorm van immunisatie en levert na één week al een goede immuniteit op.
Hoe wordt deze vorm van immunisatie genoemd?
Kunstmatige, actieve immunisatie
Kunstmatige, passieve immunisatie
Natuurlijke, actieve immunisatie
Natuurlijke, passieve immunisatie
Sinds 1987 worden kinderen in Nederland ingeënt tegen bof, mazelen en rode hond. Het vaccin wordt het BMR-vaccin genoemd.
Bevat het BMR-vaccin antigenen? En bevat het antistoffen?
alleen antigenen
alleen antistoffen
zowel antigenen als antistoffen
geen van beide
Anne is nierpatiënt. Haar man Joris biedt zich als nierdonor voor Anne aan. De weefseltypen van beiden komen voldoende overeen. Anne heeft bloedgroep B en Joris heeft bloedgroep A. Gelet op de bloedgroepen is Joris geen geschikte donor voor Anne.
Wat is hiervoor de reden?
Het bloed van Anne bevat anti-A.
Het bloed van Anne bevat anti-B.
Het bloed van Anne bevat antigeen A.
Het bloed van Anne bevat antigeen B.
Het erfelijk materiaal van een bepaald virus heeft de volgende samenstelling van stikstofbasen: cytosine = 19%, adenine = 25%, thymine = 33% en guanine = 23%.
Kan men op grond van deze gegevens bepalen wat voor erfelijk materiaal het is? Zo ja, welke vorm is het?
Biochemisch onderzoek bij drie onderzochte mannen leverde inderdaad bewijs voor een verstoorde neurotransmitter-huishouding.
Een gen is een drager van erfelijke informatie.
Waarvan is een gen de code?
In de dunne darm en in de dikke darm spelen zich een aantal processen af, zoals:
1) afgifte van enzymen aan het voedsel
2) kneedbewegingen
3) activiteit van bacteriën
Welk(e) van deze processen zal (zullen) leiden tot een toename van de hoeveelheid stoffen, die geresorbeerd kunnen worden (2p)?
Alleen 1
Zowel 1 als 2
Zowel 1 als 3
Zowel 1, 2 als 3
