wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Examentraining I

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

hervorming van de kerk betekent...

a)

Katholieken bestaan niet meer.

b)

Naast katholieken waren er ook protestanten

c)

Protestanten wilden katholiek worden

2.

Wie was Maarten Luther?

a)

Hij was de leider van de katholieken.

b)

Hij had ontslag genomen van de kerk.

c)

Hij had kritiek op de katholieke kerk.

d)

Hij had kritiek op de protestantse kerk.

3.

Welk antwoord is onjuist. De Europese overzeese expansie begon doordat ...

a)

Portugezen de Afrikaanse westkunst gingen verkennen op zoek naar goud.

b)

Columbus een nieuwe westelijke route naar Indië dacht gevonden te hebben.

c)

Portugezen grote winsten wensten te verkrijgen met de handel in specerijen.

d)

Spanjaarden grote suikerrietplantages in India wilden opzetten.

4.

Wat is het juiste antwoord?

a)

Calvijn vond dat vorsten het geloof van hun onderdanen moest bepalen.

b)

Luther was van mening dat priester noodzakelijk waren om tot het ware geloof te komen.

c)

Calvijn was van mening dat God bepaalde of je naar de hemel ging, daar had je zelf geen invloed op.

d)

Luther was van mening dat je in opstand mocht komen tegen een overheid die en "valse godsdienst" oplegde.

5.

Wat was geen oorzaak van de Nederlandse Opstand.

a)

De onvrede onder de adel met centraliseringspolitiek van de landsheer Filips II.

b)

De strenge vervolging van protestanten in de Nederlanden.

c)

De schending van privileges van de steden in de Nederlanden door de landsheer Filips II.

d)

De grote armoede in de steden door de vele oorlogen van de landsheer Filips II.

6.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron.

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.3. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.4. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

7.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.3. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.4. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

8.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip aflaat?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

5.2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

5.3. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.4. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat

9.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip Unie van Utrecht?

a)

5.1. Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling.

b)

5.2. De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid

c)

5.3. Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

5.4. De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

5.5. Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat.

10.

Wat is de juiste volgorde:

a)

hagenpreek - beeldenstorm - komst alva - smeekschrift

b)

hagenpreek - smeekschrift - komst alva - beeldenstorm

c)

komst alva - smeekschrift - beeldenstorm - hagenpreek

d)

smeekschrift - hagenpreek - beeldenstorm - komst alva

11.

Welke gebeurtenis zie je hierboven?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De Beeldenstorm

c)

De slag bij Nieuwpoort

d)

De moord op Willem van Oranje

12.

Door welke uitvinding werden de ideeën van Maarten Luther sneller verspreid?

a)

De boekdrukkunst

b)

De radio

c)

Het schrift

d)

De fiets

13.

Bij welke vrede erkenden de Spanjaarden officieel de Republiek als een Soeverein (dat betekent vrij en zelfstandig) land?

a)

Vrede van Munster

b)

Vrede van Munchen

c)

Pacificatie van Gent

d)

Vrede van Atrecht

14.

In welk document werd Filips II definitief als koning afgezet door de Noordelijke Nederlanden?

a)

Unie van Utrecht

b)

Unie van Atrecht

c)

Acte van Verlatinghe

d)

Pacificatie van Gent