wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

spreekwoorden en gezegden

Total questions: 20

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

Wat baten kaars en bril, als de uil niet zien wil.

a)

Je hebt meer nodig dan instrumenten om iemand tot inzicht te brengen.

b)

Het heeft geen zin om mensen iets uit te leggen, als ze het niet willen begrijpen.

c)

Blinden hebben geen verlichting of brillen nodig.

d)

Het is niet door geschenkjes te geven en te belonen dat je iemand kan overtuigen.

2.

Het is een pleister op een houten been.

a)

een verkeerd inzicht, een foute diagnose, een slechte inschatting

b)

een placebo: een middeltje waarvan een patiënt denkt te genezen maar eigenlijk louter bedrog is

c)

Iemand die niet verdient om verzorgd te worden. (cfr. een piraat)

d)

Het is een nutteloos voorstel.

Een zinloze actie.

3.

Een blauwe maandag.

a)

Een treurig begin van de week. Het niet zien zitten op maandag.

b)

Een helse maandag waarbij je het zwaar te verduren krijgt.

c)

Een korte periode. Van onbetekenende duur, tussendoor.

d)

Een lange periode die niemand ziet zitten.

4.

Het zijn twee handen op één buik.

a)

een zwanger koppel

b)

een dikke buik

c)

onafscheidelijk,

eensluidend,

elkaar steeds steunend

d)

onweerstaanbare drang om alsmaar meer te vermageren

5.

Nieuwe wijn in oude (leer)zakken.

a)

Er wordt iets met opzet verstopt.

b)

Het is iets nieuws op een oude manier gebracht.

c)

De kwaliteit deugt niet.

d)

De opvolging is verzekerd.

6.

Wie zal de kat de bel aanbinden?

a)

Wie zal het hem zeggen?

b)

Wie wil zich er mee bemoeien?

c)

Wie zal dat feest betalen?

d)

Wie waagt het met dat gevaarlijke werk te beginnen?

7.

De hond in de pot vinden.

a)

bij late thuiskomst geen eten meer hebben/krijgen

b)

een teleurstelling ondergaan

c)

opmerken dat het eten bedorven is

d)

een verstopte wc

8.

Het gouden kalf aanbidden.

a)

afgoden vereren

b)

spotten

c)

alles doen voor rijkdom

d)

de verkeerde keuze maken

9.

Men kan nooit weten hoe een koe een haas vangt.

a)

ook de domste kan wel eens succes halen

b)

je kan niet in andermans gedachten kijken

c)

je weet nooit hoe je ergens in kunt lopen

d)

vroeg of laat krijg je hem/haar toch te pakken

10.

Zijn haring braadt niet.

a)

hij voelt zich niet op z'n gemak

b)

hij is niet welkom

c)

hij heeft het niet naar zijn zin

d)

hij kan z'n zin niet doordrijven

11.

Onder iemands duiven schieten.

a)

voordeel halen uit iets dat eigenlijk behoort aan iemand anders

b)

het onmogelijk maken dat ergens nog voordeel uit te halen is

c)

falen, doel missen

d)

iets of iemand ernstig en met opzet hinderen

12.

Daar kraait geen haan naar.

a)

daar begrijpt niemand iets van

b)

daar zal niemand zich om bekommeren, dat zal niemand ontdekken

c)

het heeft geen bestaansrecht, het is volkomen waardeloos

d)

het is nog veel te vroeg om daar iets over te zeggen

13.

Het heeft veel voeten in de aarde.

a)

het kost veel moeite

b)

hij zit compleet aan de grond

c)

er lopen veel mensen overheen

d)

veel mensen werken er aan mee

14.

De vinger op de wonde leggen.

a)

de pijn proberen te verminderen

b)

precies doen wat verlangd wordt

c)

geduldig afwachten tot het juiste moment

d)

de fout precies aanwijzen

15.

Een brede rug hebben.

a)

een flink postuur hebben

b)

hard zijn voor andere mensen

c)

veel kunnen verdragen

d)

heel erg sterk zijn

16.

Iemand met de nek aankijken.

a)

iemand langs achter bekijken

b)

iemand minachtend voorbijgaan, negeren

c)

iemand kwaad aankijken

d)

iemand verkeerd beoordelen

17.

Een dikke huid hebben.

a)

ongevoelig zijn voor humor

b)

ongevoelig zijn voor complimentjes

c)

ongevoelig zijn voor pijn

d)

ongevoelig zijn voor beledigingen of commentaren

18.

Waar het hart van vol is, loopt de mond van over.

a)

als je verdriet hebt, wil je dat graag aan anderen meedelen

b)

als je ergens vol van bent, erg enthousiast dus, wil je dat graag aan anderen meedelen

c)

als je lekker eten ziet of er aan denkt, dan loopt het water je uit de mond

d)

als je zelf in roddels geïnteresseerd bent, zal je zelf ook roddelen

19.

Ergens het hoofd aan bieden.

a)

ergens over denken

b)

iemand helpen door te bemiddelen

c)

de schuld op je nemen

d)

ergens weerstand aan bieden

20.

Zwaar op de hand.

a)

overdreven ernstig

b)

snel fysiek geweld gebruiken

c)

te weinig kracht om iets te tillen

d)

heel erg hinderlijk om iets uit te voeren