wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Modale werkwoorden

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Ik .... morgen niet komen. Ik heb een andere afspraak.

a)

wil

b)

kan

c)

moet

2.

Anita ..... later heel graag studeren, daarom maakt zij nu altijd heel braaf haar huiswerk.

a)

wil

b)

kan

c)

zal

3.

Hendrik .... naar de dokter gaan, want hij heeft erge last van zijn rug en kan niet werken.

a)

wil

b)

zal

c)

moet

4.

De kinderen ..... elke dag huiswerk maken. Alleen zo leren zij goed Nederlands.

a)

moeten

b)

kunnen

c)

zullen

5.

Ik .... morgen niet komen. Ik heb een andere afspraak.

a)

wil

b)

kan

c)

moet

6.

Anita ..... later heel graag studeren, daarom maakt zij nu altijd heel braaf haar huiswerk.

a)

wil

b)

kan

c)

zal

7.

Hendrik .... naar de dokter gaan, want hij heeft erge last van zijn rug en kan niet werken.

a)

wil

b)

zal

c)

moet

8.

De kinderen ..... elke dag huiswerk maken. Alleen zo leren zij goed Nederlands.

a)

moeten

b)

kunnen

c)

zullen

9.

Mijn zus .... heel goed koken. Zij maakt heel veel lekkere dingen.

a)

moet

b)

zal

c)

kan

10.

.... jij morgen bij mij komen, of is dat niet mogelijk?

a)

kan

b)

moet

c)

zal

11.

De kinderen.... niet op straat spelen, want dat is erg gevaarlijk.

a)

willen

b)

mogen

c)

moeten

12.

Jan ..... nog niet alleen met de trein reizen, want hij is nog te jong.

a)

kan

b)

wil

c)

moet

13.

Moeder ..... elke dag medicijnen nemen. Zonder medicijnen wordt zij ziek.

a)

mag

b)

moet

c)

wil

14.

Peter ..... erg hard studeren, omdat hij morgen examens heeft.

a)

kan

b)

moet

c)

wil