Font size
WorksheetsNederlands Blok 1 & 2
Total questions: 12
Worksheet time: 6mins
Als twee werkwoorden uit verschillende gezegden naast elkaar staan, zet je een komma.
Bij welke van de volgende zinnen gaat dat NIET goed?
Als twee werkwoorden uit verschillende gezegden naast elkaar staan, zet je een komma.
Als we de trein van 10.14 halen, zijn we op tijd.
We hadden langer moeten, kunnen blijven.
Zoals het klokje thuis tikt, tikt het nergens.
Wat is een woordweb?
Allemaal woorden geplakt in een web.
Een overzicht van woordsoorten.
Willekeurige woorden die niets met elkaar te maken hebben in een overzicht bij elkaar zetten.
Objectieve taal wordt gebruikt in uitleggende teksten.
Wat voor teksten zijn dat precies?
Teksten welke een mening geven.
Teksten die de lezer proberen te overtuigen.
Teksten die worden gebruikt om te vertellen hoe iets werkt.
Objectieve taal...
Gebruik je als je je mening wilt geven.
ja, klopt.
nee, klopt helemaal niets van
De 1e alinea van een tekst bevat bijna altijd de hoofdzaken. Hoe noemen we dit ook wel?
de 'lead'
de samenvatting
de conclusie
een opsomming
Verwijswoorden
HIER , DAAR en ER zijn verwijswoorden die verwijzen naar....
een de-woord enkelvoud
naar een hele zin of een deel van de zin
een plaats
woorden in het meervoud
verwijswoorden
ZE , ZIJ , DEZE , DIE verwijzen naar...
een de-woord
een plaats
woorden in het meervoud
hele zin of deel van de zin
verwijswoorden
HET , DIT , DAT verwijzen naar...
de- woord enkelvoud
het-woord enkelvoud
een hele zin of een deel van de zin
woorden in het meervoud
signaalwoorden
ten eerste, ten tweede, vervolgens, ook...
zijn voorbeelden van wat voor signaalwoorden?
reden
opsomming
conclusie
signaalwoorden
hierdoor , daardoor, doordat
zijn voorbeelden van wat voor signaalwoorden?
opsomming
tegenstelling
oorzaak gevolg
signaalwoorden
maar, echter, toch, enerzijds, anderzijds
zijn voorbeelden van wat voor signaalwoorden?
reden
tegenstelling
voorbeeld
signaalwoorden
als een signaalwoord van het type tegenstelling/reden/oorzaak gevolg in een zin staat, zet je er meestal een komma voor.
signaalwoorden zijn dan bijvoorbeeld maar/echter/daardoor/omdat/want
ja, dat klopt helemaal
nee, dat is echt grote onzin
