NEW
Font size
WorksheetsHoofdstuk 6
Total questions: 10
Worksheet time: 9mins
Twee beweringen over de minimumprijs:
I. Een minimumprijs kan dienen ter bescherming van (het inkomen van) de producent.
II. Een minimumprijs kan dienen ter ondersteuning van de productie van wenselijke goederen.
Welke bewering(en) is/zijn juist?
Beide beweringen zijn juist.
Bewering I is juist, bewering II is onjuist.
Bewering II is juist, bewering I is onjuist.
Beide beweringen zijn onjuist.
Twee beweringen over een minimumprijs:
I. Een minimumprijs leidt tot een vraagoverschot.
II. Om een aanbodoverschot te voorkomen kan de overheid een productiequotum invoeren.
Welke bewering(en) is/zijn goed?
Beide beweringen zijn juist.
Bewering I is juist, bewering II is onjuist.
Bewering II is juist, bewering I is onjuist.
Beide beweringen zijn onjuist.
Deze afbeelding schetst de situatie op de graanmarkt. Maak de volgende opmerking af: "Door het instellen van een minimumprijs van € 210 ontstaat er een ....I... en dit bedraagt ...II..... miljoen ton graan."
Door het instellen van de minimumprijs treedt er welvaartsverlies op dit is vlak ..I.. en vindt er een verschuiving van surplus plaats tussen consumenten en producenten, dit is vlak ..II...
Door de minimumprijs ontstaat:
Een vraagoverschot Qa -Qv
Een aanbodoverschot Pmin - Pev
Een aanbodoverschot Qa -Qv
Een vraagoverschot Pmin - Pev
De omzet op de botermarkt zonder accijns is:
€ 4.000.000
€ 8.000.000
€ 16.000.000
€ 16,-
De accijns per kg is:
€ 2,-
€ 4,-
€ 5,50
€ 5,33
Het surplus voor de overheid is
De blauwe driehoek
De rode driehoek
De oranje driehoek
De groene rechthoek
Welke van de volgende afbeeldingen (gemaakt door leerlingen) laat de afname van het consumentensurplus bij een heffing correct zien? De prijs voor invoering van de heffing bedroeg €5.
Steffie
Eva
Victor
Tim
