WorksheetsOefentoets havo 2 hst 6 elektriciteit 6.1 t/m 6.3
Total questions: 24
Worksheet time: 14mins
1) Het licht op je fiets werkt op elektriciteit. Om elektriciteit te krijgen heb je een spanningsbron nodig.Welk antwoord bevat alleen maar spanningsbronnen?
Batterij, spaarlamp, generator
Kachel, gloeilamp, batterij
Dynamo, generator, batterij
Oven, spaarlamp, dynamo
2) welke van de 4 opties is een geleider?
Koper
plastic
rubber
Hout
1) welke van de 4 heeft alleen spanningsbronnen?
batterij, dynamo, lamp
batterij, accu, dynamo
batterij, accu, HDMI kabel
batterij, playstation,toaster
2) je ziet hier een schakeling. Wat wijst het pijltje aan?
Batterij
krokodillen tangen
schakelaar
gebroken draad
2) Wanneer kan er in een stroomkring stroom lopen?
Als het rode draad in de plus kant zit en het zwarte draad in de min kant
Als er genoeg isolatoren in de stroomkring zitten
Alleen als de stroomkring gesloten is
Alle drie de antwoorden zijn juist
2) Welke stof is GEEN geleider?
Ijzer
Koolstof
Koper
Plastic
3) Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampen?
Alle lampjes gaan uit
De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder branden
Er gebeurt helemaal niets
Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit is gedraaid, werken nog.
3) Ik heb een schakeling met 1 lamp, die veel licht geeft.
Nu voeg ik een tweede lamp toe aan de schakeling (zoals in het plaatje rechts). Wat gebeurt er met het licht van de lampen?
Allebei de lampen blijven even fel branden als in de schakeling links.
Allebei de lampen branden niet.
Allebei de lampen branden half zo fel als bij de schakeling links.
Lamp 1 brand net zo fel als bij de linker schakeling, omdat het alle stroom verbruikt en lamp 2 staat uit.
3) Wat zijn de voordelen van een parallel schakeling?
Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.
Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.
Bij een parallel schakeling heb je slechts 1 stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.
Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.
Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.
Maar alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden.
Bij een parallel schakeling heb je een stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.
Alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden
2) Het plaatje is het symbool van een:
Batterij
Een gesloten schakelaar
Een geopende schakelaar
Een lamp
3) Welke zin over het schakelschema in het plaatje klopt? Het getoonde schakelschema is een:
Parallelschakeling met 2 lampjes en 1 spanningsbron
Parralelschakeling met 2 schakelaars en 1 spanningsbron
Serieschakeling met 2 lampjes en een weerstand
Serieschakeling met 2 lampjes en 1 spanningsbron
3) Hoeveel stroomkringen heeft het schakelschema in het plaatje?
3
5
6
7
3) Met welke schakeling bepaal je spanning over het lampje en de stroomsterkte door het lampje?
A
B
C
D
1) Welke spanning geeft de Voltmeter aan?
1,25 V
1,5V
12,5 V
15 V
3)In een serieschakeling is de spanning overal hetzelfde.
Waar
Niet waar
3) In een parallelschakeling is de stroomsterkte overal hetzelfde.
Waar
Niet waar
1) De spanning die een stopcontact in je huis geeft is....
12 V
24 V
110 V
230 V
3) Wat voor schakeling wordt in de afbeelding weergegeven?
Een serieschakeling
Een parallelschakeling
1) Met welke symbool wordt de grootheid spanning aangegeven?
S
V
U
I
2) Met welk symbool wordt de grootheid stroomsterkte aangegeven?
S
V
U
I
1) Wat is de eenheid van spanning?
volt (V)
ampere (A)
volt (U)
ampere (I)
2) Wat is de eenheid van stroomsterkte?
volt(U)
ampere(I)
volt(V)
ampere (A)
2) 450 mA = ... A
(a)
2) Wat betekent het volgende symbool?
Lampje
Batterij
Schakelaar
Meter
