WorksheetsOefentoets Theme 5 klas 1
Total questions: 23
Worksheet time: 20mins
Wat is de vertalingen van: back garden
voortuin
achtertuin
woonkamer
badkamer
Wat is de vertalingen van: detached house
(a)
Wat is de vertalingen van: tidy
(a)
Wat is de vertalingen van: gazon
(a)
Wat is de vertalingen van: neighbourhood
(a)
Wat is de vertalingen van: onder de indruk
(a)
Wat is de vertalingen van: mansion
(a)
Wat is de vertalingen van: chore
(a)
Wat is de vertalingen van: eten maken
(a)
Wat is de vertalingen van: dusting
(a)
Welke zin geeft geen bezit aan?
John's mother.
My sisters' room.
The front door of the house is open.
My cats are climbing the curtains.
Wat is de vertalingen van: I have got my own room.
(a)
Wat is de vertalingen van: I live in a terraced house.
Ik woon in een rijtjeshuis.
Ik woon in een villa.
Ik woon op een boerderij.
Ik woon in vrijstaand huis.
Wat is de vertaling van: Ik woon hier met mijn vader, mijn stiefmoeder en mijn stiefzussen.
I live here with my mother, my stepfather and my stepsisters.
I live here with my grandparents, my twin brothers and our cat.
I live here with my parents, my twin brothers and our dog.
I live here with my dad, my stepmother and my stepsisters.
Wat moet je doen als er in de opdracht staat als je een 'negation' moet gebruiken?
Weet ik niet
Dan moet de zin of het zinsdeel ontkennend worden gemaakt door het toevoegen van 'not'.
Dan moet ik onderhandelen.
Dan maak ik de zin vragend.
Maak de volgende zin ontkennend: Kim has got a new skateboard.
(a)
Maak de volgende zin ontkennend: I have bought a new car.
(a)
Maak de volgende zin ontkennend: My sisters have messy rooms.
(a)
Vertaal de volgende zin: Is hij de afwas aan het doen?
(a)
Vertaal de volgende zin: Ja, Henry is zijn kamer aan het schoonmaken.
(a)
In welke zin wordt gezegd dat iets aan de gang is of dat iemand iets aan het doen is?
My mother is at work.
I'm baking a pie.
I live in London.
I have an idea!
Fill in the blanks. Use the words between brackets. My parents (a) (to watch) TV.
Fill in the blanks. Use the words between brackets. Jack (a) (to chat) with a friend.
