wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geluid NOVA H8.3-8.4 vmbo kgt

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Een geluidstrilling heeft een grote amplitude. Wat is waar?

a)

De geluidssterkte klein (een zacht geluid)

b)

De geluidssterkte is groot (een hard geluid)

c)

De toonhoogte hoog.

d)

De toonhoogte laag.

2.

Welk apparaat gebruik je om de geluidssterkte te meten?

a)

Oscilloscoop

b)

Microfoon

c)

Speaker

d)

Decibelmeter

3.

Welke eenheid gebruik je voor geluidssterkte?

a)

Decibel

b)

Hertz

c)

Meter

d)

Golflengte

4.

Wat is er speciaal aan de dB(A)-schaal?

a)

Dit is de decibelschaal aangepast aan het menselijk gehoor.

b)

Dit is de decibelschaal aangepast aan het omgevingsgeluid.

c)

Dit is de decibelschaal aangepast aan de geluidsbron.

d)

Dit is de decibelschaal aangepast aan de tussenstof.

5.

Bij welke geluidssterkte krijg je zeker gehoorschade?

a)

80 dB(A)

b)

100 dB(A)

c)

120 dB(A)

d)

140 dB(A)

6.

Maatregelen tegen geluidsoverlast kan alleen bij de geluidsbron.

a)

Waar

b)

Niet waar

7.

Geluidsisolatie wordt bij de geluidsbron aangebracht.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Om geluid te weerkaatsen moet een materiaal de volgende eigenschappen hebben:

a)

hard en glad

b)

hard en onregelmatig van vorm

c)

zacht en glad

d)

zacht en onregelmatig van vorm

9.

Om geluid te absorberen moet een materiaal de volgende eigenschappen hebben:

a)

hard en glad

b)

hard en onregelmatig van vorm

c)

zacht en glad

d)

zacht en onregelmatig van vorm

10.

Een hard en glad materiaal zal geluid

a)

weerkaatsen

b)

absorberen

c)

geen van beide

11.

Een zacht en onregelmatig materiaal zal geluid

a)

weerkaatsen

b)

absorberen

c)

geen van beide

12.

Om geluidsoverlast van een snelweg te beperken gebruiken we tegenwoordig geluidsarm asfalt. Dit is een maatregel bij de ......

a)

bron

b)

tussen de bron en de ontvanger

c)

ontvanger

13.

Om bij een concert geen gehoorschade op te lopen doen veel mensen oordopjes in. Dit is een maatregel bij de ......

a)

bron

b)

tussen de bron en de ontvanger

c)

ontvanger

14.

In een bioscoopzaal zijn de muren voorzien van geluidsisolatie. Dit is een maatregel bij de ......

a)

bron

b)

tussen de bron en de ontvanger

c)

ontvanger