wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Persoonsvorm tegenwoordige tijd

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Hij (a)   veel geld aan kleren. (Besteden)

2.

Wij (a)   naar de supermarkt. (Lopen)

3.

Ik (a)   een brief van de overheid. (Ontvangen)

4.

Zij ... naar de supermarkt. (Rijden)

(a)  

5.

Ik ... op mijn nieuwe stoel. (Wiebelen)

(a)  

6.

Wij (a)   veel vissen vandaag. (Vangen)

7.

Ik (a)   bang voor haaien. (zijn)

8.

Zij (a)   naar de supermarkt. (Gaan)

9.

Hij ... een nieuwe fiets. (Hebben)

(a)  

10.

Ik (a)   een rondje in het midden van het schoolplein. (Draaien)