Free Printable Worksheets
Font size
More settings
Hij (a) veel geld aan kleren. (Besteden)
Wij (a) naar de supermarkt. (Lopen)
Ik (a) een brief van de overheid. (Ontvangen)
Zij ... naar de supermarkt. (Rijden) (a)
Ik ... op mijn nieuwe stoel. (Wiebelen) (a)
Wij (a) veel vissen vandaag. (Vangen)
Ik (a) bang voor haaien. (zijn)
Zij (a) naar de supermarkt. (Gaan)
Hij ... een nieuwe fiets. (Hebben) (a)
Ik (a) een rondje in het midden van het schoolplein. (Draaien)
View all
10 questions
El aspecto físico
Worksheet
•
8th Grade
Fun Revision from Term 2
KG - 4th Grade
15 questions
Taal Actief thema 1
11 questions
Roblox
1st - 2nd Grade
G2N
1st - 3rd Grade
BZ.juist/onjuist voeding/vocht
5th Grade
12 questions
Powtórka klasa 7
7th Grade
redekundige grammatica klas 3
10th Grade