wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz over paragraaf 1,2 en 3

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Wat zijn voorbeelden van secundaire geslachtskenmerken bij een man? (meerdere antwoorden goed)

a)

Teelballen

b)

Okselhaar

c)

Baardgroei

d)

Bredere schouders

e)

Baard in de keel

2.

Wat is een primaire geslachtskenmerk van een vrouw?

a)

Vagina

b)

Bredere heupen

c)

Borstgroei

d)

Schaamhaar

3.

Op welke dag in de menstruatiecyclus gebeurd de ovulatie?

a)

14

b)

15

c)

13

d)

20

4.

In welke van de antwoorden staat de ontwikkeling van een eicel naar een baby in de goede volgorde?

a)

Eicel+zaadcel->bevruchte eicel->blastula->embryo->foetus->baby

b)

Eicel+zaadcel->bevruchte eicel->blastula->foetus->embryo->baby

c)

Eicel+zaadcel->bevruchte eicel->foetus->blastula->embryo->baby

d)

Eicel+zaadcel->bevruchte eicel->embryo->blastula->foetus->baby

5.

Tim was geboren als vrouw, maar kwam er later achter dat hij zich comfortabeler voelt als man. Welk gender past bij Tim

a)

transman

b)

transvrouw

c)

genderfluid

d)

genderneutral

6.

Annabel voelt zich niet zo zeer aangetrokken tot een gender, maar meer tot de persoonlijkheid van iemand. Welke geaardheid past het beste bij Annabel?

a)

Pansexueel

b)

Bisexueel

c)

Homosexueel

d)

Asexueel

7.

Een asexueel persoon voelt zich niet sexueel aangetrokken tot een persoon. Kan deze persoon nog wel romantische gevoelens krijgen voor iemand?

a)

Ja

b)

Nee

8.

Wat is het verschil tussen geslacht en gender?

a)

Je geslacht wordt bepaald door je primaire geslachtkenmerken. Gender is hoe jij je voelt.

b)

Je gender wordt bepaald door je primaire geslachtkenmerken. Geslacht is hoe jij je voelt.

c)

Je geslacht wordt bepaald door je primaire geslachtskenmerken. Gender is tot welk geslacht jij je aangetrokken voelt.

d)

Je geslacht wordt bepaald door je primaire geslachtkenmerken. Je gender wordt bepaald door je secundaire geslachtskenmerken.

9.

Welke van deze onderstaande organismen planten zich voor door middel van geslachtelijke voorplanting?

a)
b)
c)
d)
10.

Hoe heet het gedeelte waar de pijl naar wijst?

a)

Eierstok

b)

Eileider

c)

Baarmoeder

d)

Urineblaas