wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

module klimaat deel 3

Total questions: 55

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.
Wat is stijgingsregen ?
a)
regen die stijgt
b)
 regen die door opstijgende warme lucht ontstaat
c)
wolken die langs een berg komen en moeten stijgen
2.
Wat is stuwingenregen ?
a)
lucht met vocht die moet stijgen om langs een berg te gaan en dan begint het te regenen  
b)
lucht die de regen weg duwt
c)
wolken die weg waaien
d)
lucht met vocht die moet dalen om van een berg af te gaan het begint de te regenen
3.
Wat Is De Betekenis Van Breedteligging
a)
De geografische ligging van een plaats ten opzicht van de evenaar uitgedrukt in graden.
b)
Boomkruinen op verschillende hoogten in een bos
c)
een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
d)
Dicht ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen
4.
Wat is de betekenis van Atmosfeer?
a)
De luchtlaag om de aarde
b)
De luchtlaag om de maan
c)
De luchtlaag op de grond
d)
De luchtlaag rond de zon
5.
Wat doet een meteoroloog?
a)
Voorspellen van weer
b)
Voorspellen en meten van het weer.
c)
Meten van het weer.
6.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaatsysteem

c)

Klimaat effect

d)

Waterkringloop

7.

Bij een laag druk gebied ........ de lucht en ...........

a)

daalt - is het droog

b)

stijgt - condenseert de lucht en regent het.

c)

daalt - condenseert de lucht en regent het.

d)

stijgt - is het droog

8.

Bij een hoog druk gebied ........ de lucht en ...........

a)

daalt - is het droog

b)

stijgt - condenseert de lucht en regent het.

c)

daalt - condenseert de lucht en regent het.

d)

stijgt - is het droog

9.

Wind is een luchtverplaatsing van

a)

het noorden naar het zuiden

b)

het zuiden naar het noorden

c)

van een lagedrukgebied naar een hogedrukgebied

d)

van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied

10.

wind waait van hoog naar laag drukgebied met op het noordelijk halfrond een afwijking naar.

a)

rechts

b)

links

11.

wind waait van hoog naar laag drukgebied met op het zuidelijk halfrond een afwijking naar.

a)

rechts

b)

links

12.

Wat Is De Betekenis Van Hoogteligging

a)

De geografische ligging van een plaats ten opzicht van de evenaar uitgedrukt in graden.

b)

het aantal meter boven zeeniveau

c)

een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt

d)

Dicht ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen

13.

Bij een hogedrukgebied daalt de lucht

a)

goed

b)

fout

14.

Wat is de ITCZ?

a)

Een gebied met lage druk rond de evenaar

b)

Een gebied met hoge druk rond de evenaar

c)

Een gebied met lage druk rond de poolgebieden

d)

Een gebied met hoge druk rond de poolgebieden

15.

In juni ligt de ITCZ...

a)

meer naar het noorden

b)

meer naar het zuiden

16.

Wat is de volgorde van drukgebieden vanaf de evenaar naar de polen?

a)

L-H-L-H

b)

H-L-H-L

c)

L-L-H-H

d)

H-H-L-L

17.

Lucht stroomt altijd van....

a)

L naar H

b)

H naar L

c)

L naar L

d)

H naar H

18.

Ligt de ITCZ boven India, dan...

a)

Is er een regentijd

b)

Is er een droge tijd

19.

De moesson ontstaat door:

a)

Aanlandige wind

b)

Aflandige wind

20.

Tijdens de moessontijd...

a)

waait de wind via zee naar het lagedrukgebied boven India

b)

waait de wind via het land naar het lagedrukgebied in het zuiden

21.

Winden gaan draaien vanwege...

a)

De draaiing van de aarde

b)

De ongelijkmatige opwarming van de aarde

c)

De verhouding land en zee

22.
De wet van Buys Ballot geeft een verklaring voor:
a)
afwijkende neerslagpatronen
b)
afwijkende windrichtingen
c)
afwijkende drukgebieden
d)
afwijkende antwoorden
23.
Wat hoort niet bij hoge druk?
a)
stijgende lucht
b)
mooi weer
c)
windstil
d)
30 en 90 NB/ZB
24.
Wat hoort niet bij lage druk?
a)
wind
b)
regen
c)
onbewolkt
d)
stijgende lucht
25.
Bij een lagedrukgebied is er sprake van:
a)
een dalende luchtbeweging
b)
een stijgende luchtbeweging
26.
De ITCZ bestaat uit een zone van:
a)
lage druk
b)
hoge druk
27.

Wat is de juiste volgorde van luchtdrukgebieden? H=hoog, L=laag

a)

H

L

H

L (evenaar)

H

L

H

b)

L

H

L

H (evenaar)

L

H

L

28.

Bij de noord- en zuidpool heerst een:

a)

polair maximum

b)

polair minimum

29.
Stijgingsneerslag is:
a)
Neerslag die ontstaat bij opwarming van het aardoppervlak waarbij lucht gaat stijgen en er neerslag ontstaat. 
b)
Neerslag die ontstaat als een warmte en een kou front elkaar tegenkomen. 
c)
Neerslag die ontstaat als lucht omhoog wordt geduwd aan een kant van de berg. 
30.

Waar liggen tropische regenwouden?

a)

Rond de 23 graden NB

b)

Bij de polen

c)

Bij de evenaar

31.

Waarom liggen tropische regenwouden bij de evenaar?

a)

Door de schuine zonnestralen is het er koud en door de stijgende lucht nat.

b)

Door de loodrechte zonnestralen is het er warm en door de stijgende lucht nat.

c)

Door de loodrechte zonnestralen is het er koud en door de dalende lucht nat.

32.

De breedteligging van een plaats op aarde heeft gevolgen voor: (leerdoel 3)

a)

De stand van de zon

b)

De temperatuur

33.

Waarom is het droog in woestijnen? (leerdoel 8)

a)

De lucht stijgt daar. Stijgende lucht koelt af en daarom is het droog

b)

De lucht daalt daar. Dalende lucht wordt warmer en wolken lossen op.

34.

In de tropen valt heel veel neerslag (leerdoel 7)

a)

omdat de zon de lucht heel erg opwarmt, en warme lucht stijgt op, gaat condenseren: zo ontstaat stijgingsregen

b)

omdat de zon de lucht heel erg opwarmt, en warme lucht daalt waardoor er veel stijgingsregen ontstaat

35.

Welk landschap zie je op de afbeelding?

a)

Tropisch regenwoud

b)

Savanne

c)

Steppe

d)

Woestijn

36.
Wat is de betekenis van Atmosfeer?
a)
De luchtlaag om de aarde
b)
De luchtlaag om de maan
c)
De luchtlaag op de grond
d)
De luchtlaag rond de zon
37.

Wat staat hier afgebeeld?

a)

Broeikaseffect

b)

Klimaatsysteem

c)

Klimaat effect

d)

Waterkringloop

38.

De gegevens van een klimaatgrafiek worden verzameld over tenminste

a)

10 Jaar

b)

30 Jaar

c)

60 Jaar

d)

Maak niet uit

39.

Bij een laag druk gebied ........ de lucht en ...........

a)

daalt - is het droog

b)

stijgt - condenseert de lucht en regent het.

c)

daalt - condenseert de lucht en regent het.

d)

stijgt - is het droog

40.

Bij een hoog druk gebied ........ de lucht en ...........

a)

daalt - is het droog

b)

stijgt - condenseert de lucht en regent het.

c)

daalt - condenseert de lucht en regent het.

d)

stijgt - is het droog

41.

Wind is een luchtverplaatsing van

a)

het noorden naar het zuiden

b)

het zuiden naar het noorden

c)

van een lagedrukgebied naar een hogedrukgebied

d)

van een hogedrukgebied naar een lagedrukgebied

42.

Wat verstaan we onder een stijgingsregen ?

a)

warme lucht die tegen koude lucht opstijgt waardoor het gaat regenen

b)

regen die door opstijgende warme lucht ontstaat

c)

wolken die langs een berg komen en moeten stijgen

43.

wind waait van hoog naar laag drukgebied met op het noordelijk halfrond een afwijking naar.

a)

rechts

b)

links

44.

wind waait van hoog naar laag drukgebied met op het zuidelijk halfrond een afwijking naar.

a)

rechts

b)

links

45.
Waardoor ontstaan seizoenen?
a)
Door de draaiing van de aarde om zijn eigen as
b)
Door de draaiing van de zon om de aarde
c)
Door de draaiing van de aarde om de zon
d)
Ik heb geen idee
46.
In welk werelddeel is het op dit plaatje zomer?
a)
Rond de evenaar
b)
op het noordelijk halfrond
c)
op het zuidelijk halfrond
d)
geen idee
47.
Welk seizoen begint er op 21 december in Kaapstad?
a)
Lente
b)
Zomer 
c)
Herfst 
d)
Winter 
48.

De volgende Klimaatgrafiek staat op het...

a)

Noordelijk halfrond

b)

Zuidelijk halfrond

49.

Dit is geen temperatuursfactor

a)

hoogteliging

b)

breedteligging

c)

gesteldheid aardoppervlak

d)

albedo effect

e)

wind

50.
Wat Is De Betekenis Van Breedteligging
a)
De geografische ligging van een plaats ten opzicht van de evenaar uitgedrukt in graden.
b)
Boomkruinen op verschillende hoogten in een bos
c)
een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt
d)
Dicht ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen
51.

Wat Is De Betekenis Van Hoogteligging

a)

De geografische ligging van een plaats ten opzicht van de evenaar uitgedrukt in graden.

b)

het aantal meter boven zeeniveau

c)

een denkbeeldige cirkel die op een hemellichaam het noordelijk van het zuidelijk halfrond scheidt

d)

Dicht ondoordringbaar bos in de warme en vochtige tropen

52.

Rond de evenaar is het warmer omdat...

a)

De zonnestraal een kleiner stuk moet verwarmen

b)

De zonnestraal op de evenaar een groter stuk verwarmd

c)

De evenaar hoger ligt

d)

De zonnestralen op de evenaar schuiner invallen

53.

Aan de ....?.... van een gebergte ontstaat ...?......

a)

Loefzijde, stuwingsneerslag

b)

Loefzijde, stijgingsneerslag

c)

Lijzijde, stuwingsneerslag

d)

Lijzijde, stijgingsneerslag

54.
Wat is stuwingenregen ?
a)
lucht met vocht die moet stijgen om langs een berg te gaan en dan begint het te regenen  
b)
lucht die de regen weg duwt
c)
wolken die weg waaien
d)
lucht met vocht die moet dalen om van een berg af te gaan het begint de te regenen
55.

De foto is een voorbeeld van...

a)

stijgingsneerslag

b)

stuwingsneerslag

c)

frontale neerslag