WorksheetsR1+R2+R3+R4 (p.5-20)_traductions
Total questions: 113
Worksheet time: 57mins
gek zijn op, dol zijn op
(a)
helpen
(a)
houden van
(a)
aankomen
(a)
babbelen
(a)
knutselen
(a)
zingen
(a)
zoeken, halen
(a)
kosten
(a)
dansen
(a)
vragen
(a)
tekenen
(a)
verafschuwen, haten
(a)
geven
(a)
luisteren (naar)
(a)
binnenkomen
(a)
sluiten, dichtdoen
(a)
afspreken
(a)
wonen
(a)
spelen
(a)
laten
(a)
(ver)huren
(a)
instappen, naar boven gaan, naar boven brengen
(a)
tonen
(a)
praten (met/tegen)
(a)
praten (over)
(a)
doorbrengen, voorbijgaan, langskomen
(a)
denken
(a)
dragen
(a)
voorbereiden
(a)
voorstellen (iemand)
(a)
genieten (van)
(a)
vertellen
(a)
kijken (naar)
(a)
ontmoeten
(a)
voorstellen (iets)
(a)
thuiskomen, terugkeren naar huis
(a)
blijven
(a)
dromen (van/over)
(a)
zich interesseren voor
(a)
verzorgen
(a)
(aan)bellen, rinkelen
(a)
surfen
(a)
chatten
(a)
telefoneren naar
(a)
vallen
(a)
draaien
(a)
werken
(a)
bezoeken
(a)
bewegen
(a)
verbeteren
(a)
laden
(a)
uitladen
(a)
verhuizen
(a)
logeren
(a)
eten
(a)
zwemmen
(a)
duiken
(a)
opruimen
(a)
beginnen
(a)
herbeginnen
(a)
gooien
(a)
plaatsen
(a)
kopen
(a)
verkiezen
(a)
koken
(a)
combineren
(a)
tellen
(a)
verderdoen, voordoen
(a)
winnen
(a)
liegen
(a)
voelen, ruiken
(a)
(be)dienen, opdienen, serveren
(a)
uitgaan, naar buiten gaan, uitlaten
(a)
slapen
(a)
vertrekken
(a)
kiezen
(a)
(be)eindigen, afwerken, stoppen met
(a)
groeien, groot worden
(a)
verdikken
(a)
vermageren
(a)
aanbieden
(a)
reageren
(a)
nadenken (over)
(a)
(in)vullen
(a)
rood worden, blozen
(a)
oud worden
(a)
wachten (op)
(a)
uitstappen, naar beneden gaan
(a)
beantwoorden
(a)
verkopen
(a)
gaan
(a)
hebben
(a)
drinken
(a)
begrijpen
(a)
schrijven
(a)
zijn
(a)
lezen
(a)
leggen, (op)zetten, plaatsen, kledij aantrekken
(a)
kunnen, mogen
(a)
nemen
(a)
onthouden
(a)
terugkomen
(a)
(vast)houden
(a)
komen
(a)
zien
(a)
willen
(a)
leren
(a)
moeten
(a)
aanbieden
(a)
openen
(a)
toestaan
(a)
beloven
(a)
