Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woorden 5.5

Total questions: 35

Worksheet time: 26mins

Name
Class
Date
1.

Kies het juiste woord in de zin:

............. in de zon zitten kan geen kwaad.

a)

met mate

b)

uiteindelijk

c)

regelmatig

d)

crème

2.

Kies het juiste woord in de zin:

Wel moet je je dan insmeren met goede ............. .

a)

met mate

b)

uiteindelijk

c)

regelmatig

d)

crème

3.

Kies het juiste woord in de zin:

Maar wie dat ............. vergeet, kan verbranden.

a)

met mate

b)

uiteindelijk

c)

regelmatig

d)

crème

4.

Kies het juiste woord in de zin:

Een verbrande huid is ............. slecht voor je gezondheid.

a)

met mate

b)

uiteindelijk

c)

regelmatig

d)

crème

5.

Welke medische term bestaat er voor dit woord:

zieke

(a)  

6.

Welke medische term bestaat er voor dit woord:

voorschrift

(a)  

7.

Welke medische term bestaat er voor dit woord:

langdurig

(a)  

8.

Welke medische term bestaat er voor dit woord:

naam geven aan een ziekte

(a)  

9.

Welke medische term bestaat er voor dit woord:

ontsteking

(a)  

10.

Welke medische term bestaat er voor dit woord:

verdoving

(a)  

11.

Welk woord hoort er niet bij?

a)

crème

b)

vitamines

c)

voedingsstoffen

12.

Welk woord hoort op het stippellijntje?

Gezonde voeding ............. de kans op ziekten.

a)

varieert

b)

stimuleert

c)

reduceert

13.

Welk woord hoort op het stippellijntje?

Gezonde en .................. voeding reduceert de kans op ziekten.

a)

gestimuleerde

b)

gevarieerde

c)

gereduceerde

14.

Welk woord hoort op het stippellijntje?

Voor het bezoekuur kocht Ramin in de ............................ van het ziekenhuis een tijdschrift voor zijn tante.

a)

buitenlucht

b)

kiosk

c)

receptie

15.

Welk woord hoort op het stippellijntje?

Mijn opa heeft veel ................... klachten, maar mentaal is hij in orde.

a)

fysieke

b)

medische

c)

optimale

16.

Welk woord hoort op het stippellijntje?

Ratten kunnen ............. ziekten overbrengen.

a)

besmettelijke

b)

gevarieerde

c)

onbeschermde

17.

Welk woord hoort op het stippellijntje?

Honden ............... niet. Als ze het warm hebben, gaan ze hijgen.

a)

reduceren

b)

transpireren

c)

varieren

18.

Welk woord hoort op het stippellijntje?

De hond begroette zijn baasje met ......... geblaf.

a)

relaxed

b)

stimulerend

c)

uitbundig

19.

Welk woord hoort op het stippellijntje?

Wie gevarieerd eet, krijgt voldoende ........................ binnen. Je hoeft daarvoor geen pillen te slikken.

a)

medische stoffen

b)

optimale stoffen

c)

voedingsstoffen

20.

Maak een goede zin met deze drie woorden: optimaal, voorbereiding en blessure.

4 lines
21.

Maak een goede zin met deze drie woorden: intensief, controleren en politie.

4 lines
22.

Schrijf het eerste spreekwoord op dat je te binnen schiet:

4 lines
23.

Wat betekent 'Ziekte komt te paard en gaat te voet'?

a)

Dat de kans bestaat dat je een besmettelijke ziekte oploopt via paarden.

b)

Dat je je fysiek moet inspannen (bijvoorbeeld wandelen) om beter te worden.

c)

Dat je sneller ziek wordt dan dat je weer beter wordt.

24.

Ken je het spreekwoord 'Beter één vogel in de hand, dan tien in de lucht'? (Geen foute antwoorden mogelijk)

a)

Ja

b)

Nee

c)

Wil ik niet zeggen

25.

Wat betekent 'aangetast'?

a)

aangeraakt

b)

verdwenen

c)

beschadigd

26.

Wat betekent 'onbeschermd in aanraking komen met'?

a)

Onder het juk brengen

b)

Blootstellen aan

c)

Beheersen

27.

Betekent 'gevarieerd' hetzelfde als 'afwisselend'?

a)

Ja

b)

Nee

28.

Betekent 'medisch' hetzelfde als 'geneeskundig'?

a)

Ja

b)

Nee

29.

Betekent 'mentaal' hetzelfde als 'fysiek'?

a)

Ja

b)

Nee

30.

Wat betekent mentaal?

a)

Lichamelijk, wat met je lichaam te maken heeft

b)

Geestelijk, wat met je hersenen te maken heeft

31.

Wat betekent fysiek?

a)

Lichamelijk, wat met je lichaam te maken heeft

b)

Geestelijk, wat met je hersenen te maken heeft

32.

Wat betekent reduceren?

a)

Verminderen

b)

Activeren

33.

Wat betekent stimuleren?

a)

Verminderen

b)

Activeren

34.

Wat betekent intensief?

a)

met veel aandacht en veel inzet, hevig

b)

bijzonder onaangenaam

35.

Noem een woord voor 'met veel aandacht en veel inzet, hevig'

(a)