wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

B3 examenbegrippen

Total questions: 24

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.
Wat moet je als eerst doen als je een tekst leest?
a)
Naar plaatjes, bron, titel, inleiding en slot kijken. 
b)
De tekst lezen.
c)
Naar plaatjes, bron en titel kijken.
d)
Naar de vragen kijken. 
2.

Wat zijn hoofdzaken?

a)

De titel van een tekst

b)

Het belangrijkste van de tekst in één zin

c)

Alle informatie die in een tekst belangrijk is

d)

De conclusie van een tekst

3.
Het onderwerp van de tekst beschrijf je
a)
Zo kort mogelijk
b)
Zo uitgebreid mogelijk
c)
In drie zinnen
d)
Niet
4.

Waaruit bestaat betrouwbare informatie?

a)

Feiten

b)

Feiten en meningen

c)

Meningen

5.

Wat is de bron van een tekst

a)

Geeft aan waar een tekst vandaan komt

b)

De aanleiding van de tekst

c)

Het slot van de tekst

d)

De conclusie

6.
Vaak worden er in het middenstuk verschillende delen van het onderwerp besproken. Dit noemen we
a)
alinea's
b)
inleiding
c)
tussenkopjes
d)
deelonderwerpen
7.
Wat is het tekstdoel?
Een artikel op Wikipedia over Antwerpen.
a)
informeren
b)
activeren
c)
instructies geven
d)
overtuigen
8.
Wat is het tekstdoel?
Een reclameadvertentie voor de nieuwste film van James Bond.
a)
activeren
b)
informeren
c)
instructies geven
d)
amuseren
9.
Aan welke vijf kenmerken herken je het publiek van een tekst? 
a)
inhoud, taalgebruik, bron, lay-out, afbeeldingen 
b)
onderwerp, inhoud, toon, taalgebruik, bron 
c)
toon, bron, lengte, onderwerp, prijs
d)
lay-out, prijs, toon, uiterlijk, spelling 
10.
Wat is een kernzin? 
a)
De belangrijkste zin die in een alinea staat. 
b)
De belangrijkste zin die in een tekst staat. 
c)
Een zin waarmee je als lezer de hele tekst samenvat. 
d)
Een zin waarmee je als lezer de alinea samenvat. 
11.

Je kunt in één of in een paar woorden zeggen wat het onderwerp van een tekst is

a)

goed

b)

fout

12.

Waaraan kun je zien voor welk publiek een tekst is geschreven? (meerdere antwoorden)

a)

De bron

b)

Het taalgebruik

c)

Het onderwerp

d)

De lay-out

13.

Door het woord maar weet je dat hier een tekstverband bestaat.


Welk soort?

a)

Opsomming

b)

Tegenstelling

14.

Van lichtprojecties, vuurpijlen en steekvlammen tot een spectaculaire wateract van Davina Michelle en Thekla Reuten.

Signaalwoord en wijst hier op welk tekstverband?

a)

Oorzaak en gevolg

b)

Tegenstelling

c)

Opsomming

15.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'toch'?

a)

Tegenstellend

b)

Voorwaardelijk

c)

Opsommend

d)

Concluderend

16.

Bij welk tekstverband hoort het signaalwoord 'bovendien'?

a)

Redengevend

b)

Opsommend

c)

Vergelijkend

d)

Toelichtend

17.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?


Mijn oom is heel erg avontuurlijk. Mijn tante daarentegen is helemaal niet avontuurlijk en wil niet graag nieuwe dingen beleven.

a)

opsomming

b)

volgorde

c)

voorbeeld

d)

tegenstelling

18.

Welk tekstverband geeft het gekleurde woord aan?


Ik zou graag Spaans willen leren spreken, omdat ik vaak naar landen ga waar ze deze taal spreken.

a)

tegenstelling

b)

volgorde

c)

reden

d)

tijd

19.

Wat is de hoofdgedachte van de tekst?

a)

niet belangrijke zaken

b)

de belangrijkste zaken in een tekst

c)

staat altijd in de inleiding of het slot

d)

de tekst in 1 zin samengevat (het allerbelangrijkste van de tekst)

20.
Waar vind je meestal de hoofdgedachte van een tekst?
a)
Inleiding + slot
b)
Tweede alinea
c)
Kern
d)
Titel
21.
Wat is de hoofdgedachte van een artikel?
a)
Het tekstdoel
b)
De kortst mogelijke samenvatting van de tekst
c)
Het onderwerp
d)
Waarom de schrijver de tekst heeft geschreven
22.

Welke functies kan een illustratie hebben? (Er zijn meerdere antwoorden goed)

a)

Een versierende functie

b)

De aandacht trekken

c)

Een illustratie heeft nooit een functie

d)

De tekst is beter te begrijpen

23.

De kernzin is ...

a)

De belangrijkste zin van de inleiding

b)

De belangrijkste zin van het slot

c)

De belangrijkste zin van een alinea

d)

De belangrijkste zin van een tekst

24.

In het slot rondt de schrijver de tekst af door...

(er zijn meerdere antwoorden goed)

a)

Een samenvatting te geven

b)

Een advies te geven

c)

Een toekomstverwachting uit te spreken

d)

Zijn eigen mening te geven