wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets Erfekijkheid en evolutie

Total questions: 25

Worksheet time: 2hrs 5mins

Name
Class
Date
1.

In de afbeelding zie je een jonge Maleise tapir en zijn moeder. Heeft het jonge dier hetzelfde fenotype als het volwassen dier?

a)

juist

b)

onjuist

2.

Sara heeft een broertje Thijs en een zusje Anna. Hebben Sara, Thijs en Anna hetzelfde DNA?

a)

juist

b)

onjuist

3.

Hoeveel chromosomen heeft een cel van de maagwand?

a)

2

b)

23

c)

46

d)

Dat kun je niet weten

4.

John heeft veel getraind. Zijn spieren zijn hierdoor dik geworden. Is er bij John het fenotype veranderd?

a)

Zeker

b)

nee, dat verandert nooit

5.

Wanneer komt het genotype van een baby tot stand?

a)

bij de vorming van de eicel

b)

bij de bevruchting

c)

bij de geboorte

6.

Alle zichtbare eigenschappen van een organisme noemen we

a)

Fenotype

b)

Genotype

7.

Je hebt twee paar geslachtschromosomen

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Hoeveel genen heb je voor een eigenschap?

a)

1

b)

2

c)

23

d)

46

9.

Een dominant gen komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Een vrouw heeft

a)

XX chromosomen

b)

XY chromosomen

c)

YY chromosomen

11.

Dit plaatje is een voorbeeld van verandering in

a)

Genotype

b)

Fenotype

c)

Dna

d)

Milieu

12.
In de afbeelding zie je schematisch hoe twee zaadcellen en twee eicellen ontstaan. De zaadcellen zijn via reductiedeling ontstaan uit dezelfde moedercel. De zaadcellen hebben waarschijnlijk ..... hetzelfde genotype.
a)
wel
b)
niet
13.

Onderdelen in een organisme zijn: celkern, DNA, chromosoom, gen en cel. Zet deze organismen in de goede volgorde, het kleinste eerst, het grootste als laatste.

a)

DNA - Gen - Cel - Chromosoom - Celkern

b)

Gen - DNA - Chromosoom - Celkern - Cel

c)

Gen - Chromosoom - DNA - Celkern - Cel

d)

Chromosoom - DNA - Celkern - Gen - Cel

14.
Voorbeelden van rudimentaire organen bij de mens zijn:
a)
dunne dram en staartbeen
b)
dunne darm en blinde darm
c)
blinde darm en staartbeen
15.
Dieren waren de eerste organisme die op de aarde leefden.
a)
Waar
b)
Niet waar
16.
Alle organisme delen één voorouder met elkaar.
a)
Waar
b)
Niet waar
17.

Hoeveel miljoen jaar geleden begon de ontwikkeling van de apen van de oude wereld als aparte groep volgens de gegevens in de stamboom?

a)

ongeveer 10 miljoen jaar geleden

b)

ongeveer 25 miljoen jaar geleden

c)

ongeveer 35 miljoen jaar geleden

d)

ongeveer 38 miljoen jaar geleden

18.

Door natuurlijke selectie blijven de best aangepaste dieren in leven.

a)

Juist

b)

Onjuist

19.

Variatie in genotype en fenotype draagt bij aan evolutie

a)

Juist

b)

Onjuist

20.

In de evolutie gaan we uit:

a)

Dat soorten ontstaan, veranderen en uitsterven.

b)

Dat soorten ontstaan, uitsterven en verdwijnen.

c)

Dat soorten eten en gegeten worden.

d)

Dat soorten leven en sterven.

21.

Wie is de grondlegger van de evolutietheorie?

a)

Stephen Hawkings

b)

Richard Dawkins

c)

David Attenborough

d)

Charles Darwin

22.

Hoeveel chromosomen erf je van zowel jouw vader als moeder?

a)

23

b)

24

c)

46

d)

48

23.

Een mutagene invloed veroorzaakt mutaties

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Een mutatie kan ontstaan door teveel op je telefoon te kijken.

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

Het is alleen mogelijk om gelijke genenparen te hebben.

a)

Juist

b)

Onjuist