WorksheetsRijprocedure B - hfst 3.6
Total questions: 23
Worksheet time: 23mins
Wat is de naam van hoofdstuk 3.6?
(a)
Welke bijzondere weggedeelten worden in de rijprocedure omschreven?
(a)
Wat is de omschrijving van bijzondere weggedeelten?
(a)
Wat zijn de essentiële onderwerpen bij het onderdeel bijzondere weggedeelten?
(a)
Indien een bestuurder een uitrit wilt verlaten en een andere bestuurder de inrit wilt inrijden. Wie gaat er dan voor?
(a)
Wat wordt er gezegd over snelheid bij het berijden van een in-/uitrit?
(a)
Wat wordt het verteld over kijkgedrag bij het berijden van in-/uitritten?
(a)
Bij het verlaten van een uitrit. Wie moet er dan voor gelaten worden?
(a)
Wat is de functie van een erf?
(a)
Waar mogen voetgangers zicht bevinden op een erf?
(a)
Welk rijgedrag is van groot belang bij het rijden op een erf?
(a)
Wat is de maximum snelheid binnen een erf?
(a)
Wat is absoluut verboden en moet ten alle rijden worden voorkomen bij het oprijden van een overweg?
(a)
Waar staat AHOB voor met een overweg in gedachte?
(a)
Wat betekend een wit knipper licht bij een overweg?
(a)
Met welke borden wordt een VOP aangegeven?
(a)
Met welk bord wordt een tram-/bushalte aangeduid?
(a)
Bij het voorbijrijden van een halte, waar moet extra op worden gelet?
(a)
Wat is de omschrijving van rotonde volgens de rijprocedure?
(a)
Met welk bord wordt een rotonde aangegeven?
(a)
Wat maakt een rotonde een bijzonder weggedeelten?
(a)
Waarop moet extra worden gelet bij verlaten van een rotonde?
(a)
Waarom worden tegenwoordig kruispunten omgebouwd tot mini-rotondes?
(a)
