wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Niveau opnemers

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Het voordeel van een vlotter is ?

a)

Relatief goedkoop

b)

Duurzaam

c)

snelle schakeling

d)

Kan toegepast worden bij dichte vaten

2.

Bij de verdringermethode wordt de ................ gemeten.

a)

Drukverschil

b)

Niveauhoogte van de vloeistof

c)

Verandering in gewicht van het verdringerlichaam

d)

meetbuis

3.

Bij een capacitieve meetmethode vormt de vloeistof.........?

a)

De geleider

b)

De niet geleider

c)

De weerstand

d)

De condensator

4.

Bij een Borrelbuis is hoe voller de tank hoe ......... luchtdruk er in de borrelbuis nodig is om luchtbellen te laten ontstaan.

a)

Meer

b)

Minder

c)

beter

d)

slechter

5.

Gammastraling ontstaat in het algemeen bij veranderingen in ............ ?

a)

Elektronen

b)

Neutronen

c)

Protonen

d)

Atoomkernen

6.

De telbuis is een instrument dat bestaat uit een buis met twee elektroden gevuld met een gas met ........... ?

a)

Inductie

b)

Elektronen

c)

lage druk

d)

Hoge druk

7.

Radar niveaumeting is te gebruiken voor grote niveauhoogte tot wel:

a)

35cm

b)

35m

c)

350m

d)

10m

8.

Bij radar niveaumeting maken we gebruik van reflectie van:

a)

macrogolfpuls

b)

microgolfpuls

c)

Ultrasone puls

d)

atmosferische puls

9.

De stemvork is niet geschikt voor een korrelgrootte meer dan 12 mm

a)

waar

b)

niet waar

c)

alleen vloeistoffen

d)

alleen gasvormig

10.

de trilstaaf wordt zowel voor vaste stoffen als voor vloeistoffen gebruikt.

a)

waar

b)

niet waar

c)

vloeistoffen en gassen

d)

alleen vloeistoffen

11.

Een ultrasone meting kun je gebruiken bij het meten van de schuimvorming.

a)

waar

b)

niet waar

c)

Alleen onder druk

d)

Alleen bij vloeistoffen

12.

Bij een thermokoppel geeft het toepassen van ................................ geeft problemen met de nauwkeurigheid bij het overbrengen van het meetresultaat

a)

Vloeistof

b)

metaaloxide

c)

slechts één las

d)

slechts twee lassen

13.

De 'warme las' wordt in het te meten object aangebracht.

a)

waar

b)

niet waar

c)

zijn er twee

d)

ernaast

14.

Halfgeleidersweerstanden bij een weerstandsthermometer worden ook wel .......................... genoemd.

a)

Brugschakelingen

b)

Thermistors

c)

stroombronschakelingen

d)

opnemers

15.

Wat meet een weerstandsthermometer om de temperatuur te kunnen bepalen ?

a)

De temperatuursverandering in de meter.

b)

Het voltage van de thyristor.

c)

De verandering in de spanning van de geleider waarvan de temperatuur verandert.

d)

De verandering in de weerstand van de geleider waarvan de temperatuur verandert.

16.

Een stralingsthermometer werkt met:

a)

Radiografische straling

b)

Infrarode straling

c)

Led straling

d)

Hoog frequent lichtstraling

17.

Toerentalopnemers werken we mee als we een machine:

a)

Willen kunnen starten.

b)

Moeten afstellen op kracht.

c)

Willen afregelen op een max toerental

d)

Willen regelen op een exact toerental

18.

Je kunt het toerental van een machine op twee manieren meten:

a)

Door aan de machine een generator te koppelen

b)

Door de omwentelingen van de as te tellen

c)

Alleen antwoord 1 is juist

d)

Antwoorden 1 en 2 zijn alle twee juist

19.

Naar mate de tachogenerator sneller wordt aangedreven

a)

Wekt hij een hogere spanning op

b)

Wekt hij een hogere stroom op

c)

Wordt hij minder nauwkeurig

d)

Wordt hij nauwkeuriger

20.

Bij een toerentalmeting met een lichtgevoelige diode vind je aan de andere zijde een:

a)

reflektor

b)

spiegel

c)

lichtbron

d)

gaatje

21.

Deze toets was:

a)

Leuk

b)

Makkelijk

c)

Geweldig

d)

Uitmuntend !