Font size
S
M
L
XL
WorksheetsWerkwoordspelling
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
De onzin die jij over de coach hebt (beweren) zal toch niemand geloven.
(a)
2.
Met carnaval (verkleden) Janneke zich als Ernie.
(a)
3.
Janneke (bewonderen) Ernie al jaren.
(a)
4.
Het (gebeuren) geregeld dat de paarden uit de wei ontsnappen.
(a)
5.
Wie een lichte huid heeft, (verbranden) sneller in de zon.
(a)
6.
Bob (melden) schade van inbraak bij de politie.
(a)
7.
Wanneer ontvang jij het bedrag van jouw (stelen) laptop van de verzekering?
(a)
8.
(Blijven) bij de les als je iets wilt leren!
(a)
9.
(Gapen) naar de televisie at Armin zijn avondmaaltijd.
(a)
10.
De nieuwste muziek van White Lies kan ik erg (waarderen).
(a)
Reset
