Font size
WorksheetsHerhalingsquiz Nederlands 1B
Total questions: 15
Worksheet time: 15mins
Welke versie van deze zin is correct?
hij gaat naar parijs met tom.
Hij gaat naar Parijs met tom.
hij gaat naar Parijs met Tom.
Hij gaat naar Parijs met Tom.
Welke reeks is correct alfabetisch gerangschikt?
blauw- bloes- broek - braaf
braaf - bloes - blauw - broek
blauw - broek - braaf - bloes
Duid de infinitief aan.
jij reist
reizen
reis
reist
Duid de stam aan.
worden
wordt
word
Wat is het onderwerp in deze zin?
Volgende week gaan de leerlingen van 1B op zeeklas.
op zeeklas
de leerlingen
de leerlingen van 1B
Wat is het onderwerp in deze zin?
Hij zag haar gisteren op tv.
haar
hij
gisteren
tv
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
Het WK in Qatar is begonnen.
is
begonnen
het WK
in Rusland
Wat is het zelfstandig naamwoord in deze zin?
Hij zag gisteren een voetbalwedstrijd.
gisteren
zag
voetbalwedstrijd
Welk werkwoord past op het lijntje?
Hij ... voetbal een leuke sport.
vinden
vind
vindt
Wat is de verleden tijd van 'reizen'?
reis
reisde
rees
Welk bepaald lidwoord past in deze zin?
Hij eet ... koek terwijl hij de wedstrijd bekijkt.
het
de
een
Welk gevoel past bij deze afbeelding?
blijdschap
afkeer
boosheid
achterdocht
Wat is het antoniem van 'juist'?
verkeerd
correct
waar
wel
Geef het meervoud van het woord 'baby'.
(a)
Hoe noemen we de letters a, e, i, o en u in het alfabet?
(a)
