wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Evolutie 2M

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.
Wie verzon de evolutie theorie?
a)
Albert Einstein
b)
Leonardo da Vinci
c)
Apollo
d)
Charles Darwin
2.

Het lichaam van onze voorouders is veranderd door erfelijke variatie en natuurlijke selectie

a)

waar

b)

niet waar

3.

Waarom zijn fossielen een belangrijk argument voor de evolutietheorie?

a)

Door fossielen kunnen we aantonen dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

b)

Door fossielen weten we de afstamming van alle soorten

c)

Uit fossielen kan DNA worden gehaald. Dit DNA geeft aan dat door de loop van de tijd soorten zijn ontstaan, verdwenen en veranderd.

d)

Fossielen geven te weinig informatie over de evolutie van soorten en het is een te zwak argument voor de evolutietheorie.

4.

Welke onderdelen hebben de grootste kans om een fossiel te worden?

a)

botten en tanden

b)

spieren en pezen

c)

rudimenten

d)

huid en haren

5.

In een bepaalde populatie komen ongeveer evenveel slakken met lichtgekleurde huisjes voor als slakken met donkergekleurde huisjes. De kleur van de huisjes is erfelijk bepaald. Door een verandering in de omgeving wordt de ondergrond waarop ze leven donkerder. Vogels eten daardoor slakken met lichte huisjes eerder op dan die met donkere. Na een paar generaties blijken er in die populatie bijna geen slakken met lichte huisjes meer te zijn. Is er in deze populatie sprake van selectie?

a)

Nee

b)

Ja, van kunstmatige selectie

c)

Ja, van seksuele selectie

d)

Ja, van natuurlijke selectie

6.

Is dit een fossiel?

a)

Ja

b)

Nee

7.
Kunnen door mutaties en geslachtelijke voortplanting organismen ontstaan met nieuwe genotypen?
a)
juist
b)
onjuist
8.
Is een albino een mutant? 
a)
juist
b)
onjuist
9.
Verandert bij celdeling de informatie voor erfelijke eigenschappen? 
a)
juist
b)
onjuist
10.
Zijn door klimaatverandering diersoorten uitgestorven? 
a)
juist
b)
onjuist
11.
Wanneer komt het genotype van een baby tot stand? 
a)
bij de vorming van de eicel
b)
bij de bevruchting
c)
bij de geboorte
12.

Wanneer een organisme voortplant met verschillende geslachtscellen noemen we dat

a)

Geslachtelijke voortplanting

b)

Ongeslachtelijke voortplanting

c)

Geslachtsgemeenschap

d)

Klonen

13.

Een mutatie komt altijd tot uiting

a)

Juist

b)

Onjuist

14.

Welke kleur is het sterkst?

a)

Wit

b)

Zwart