wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

duurzaamheid

Total questions: 27

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.
Waarmee kun je de meeste CO2-uitstoot besparen?
a)
Je huis zuinig verwarmen
b)
Geen wasdroger gebruiken
c)

Altijd maximaal 5 minuten douchen/samen douchen

2.
Welk van deze opties verlaagt je CO2-uitstoot het meest?
a)
De hoeveelheid voedsel die je weggooit halveren
b)
Twee dagen per week geen vlees eten
3.
Hoeveel kilometer kan je rijden op 8 kilo frituurvet?
a)
67
b)
180
c)
410
4.

Het vermogen om arbeid te verrichten

a)

Energie

b)

Bezielde energie

c)

Kracht

5.

Een maat voor de hoeveelheid ruimte die een persoon nodig heeft om zijn manier van leven te kunnen leiden

a)

CO2-voetafdruk

b)

Ecologische voetafdruk

c)

Watervoetafdruk

6.

Elektriciteit die opgewekt wordt uit duurzame energiebronnen. Deze energie raakt nooit op

a)

Groene energie

b)

Hernieuwbare energie

c)

Duurzame energie

7.

Het maximumaantal mensen dat in een gebied of op aarde kan leven zonder schade aan te richten aan het ecosysteem

a)

Duurzame bevolking

b)

Draagkracht

c)

Milieugebruiksruimte

8.

De optelsom van de CO2-uitstoot van je huishoudelijk energieverbruik en je vervoer en van de CO2-uitstoot die ontstaat bij het maken van alle producten die je gebruikt

a)

CO2-voetafdruk

b)

Ecologische voetafdruk

c)

Totale CO2-uitstoot

9.

Bekijk de figuur. In de figuur zie je dat de ecologische voetafdruk van de gemiddelde Nederlander schommelt. Wat is daar de reden voor?

a)

Mensen eten het ene jaar meer dan het andere jaar.

b)

Als het economisch beter gaat, groeit de voetafdruk.

c)

Er worden soms meer kinderen geboren.

d)

De draagkracht schommelt, waardoor de ecologische voetafdruk ook schommelt.

10.

Bekijk de afbeelding. Dit is een zelfvoorzienend huis van afvalplastic gemaakt in Arnhem. Is in deze afbeelding de energietransitie zichtbaar?

a)

Ja, het is energieneutraal

b)

Nee, het verbruikt nog steeds energie

c)

Nee, er zijn producten gebruikt waar energie voor nodig was.

11.

In een lineaire economie is er veel energie nodig voor transport. Welk proces kost in de circulaire economie de meeste energie?

a)

Grondstoffen

b)

Niet-hernieuwbare grondstoffen

c)

Hernieuwbare grondstoffen

d)

Storten en verbranden

e)

Het omzetten van afvalmaterialen in materialen die opnieuw gebruikt kunnen worden

12.

Wat is de gemiddelde grootte van de ecologische voedafdruk van een Nederlander?

a)

50 hectare

b)

6 vierkante meter

c)

5 hectare

d)

20 000 vierkante meter

13.

Wat is de energietransitie?

a)

Helemaal geen energie meer gaan gebruiken.

b)

Nooit meer in de auto rijden.

c)

Overstappen naar fossiele energiebronnen.

d)

Overstappen naar duurzame energie.

14.

Wat zijn voorbeelden van fossiele energiebronnen?

a)

Wind

b)

Olie

c)

Kern Energie

d)

Water kracht.

15.

Waar of niet waar?

Het OV gebruiken is beter voor het milieu als zelf rijden.

a)

Waar

b)

Niet waar.

16.

Welke vorm van ecologische voetafdruk word verkleind door Circulaire economie te gebruiken.

a)

Voedselafdruk

b)

Klimaat - afdruk

c)

Afvalvoetafdruk

17.

Wat betekend monocultuur?

a)

Veel verschillende producten verbouwen op grote stukken grond.

b)

2 of 3 verschillende producten verbouwen die elkaar helpen met groeien op grote stukken grond.

c)

1 product verbouwen op grote stukken grond.

18.

Wat gebeurd er als er een ziekte komt bij één van de grote gewassen in Nederland.

a)

De boeren gaan de ziekte bestrijden met chemische stoffen.

b)

De boeren gooien de zieke planten weg.

c)

De boeren plaatsen alle planten over naar kassen

d)

De boeren verbranden de gewassen.

19.

Waar of niet waar?

Voor biologische landbouw is meer ruimte nodig.

a)

Waar.

b)

Niet waar.

20.

Waar of niet waar?

Door biologische landbouw is er meer opbrengst.

a)

Waar.

b)

Niet waar.

21.

Waar of niet waar?

Door biologische Landbouw vergroten we onze voedselafdruk.

a)

Waar.

b)

Niet waar.

22.

Waarom kunnen we in Nederland het hele jaar door alle soorten groente/fruit eten?

a)

Het maakt niet uit wanneer je groenten/fruit verbouwd, alle planten kunnen altijd groeien.

b)

Alle groenten/fruit worden ingevroren om het volgende seizoen te ontdooien.

c)

De groenten/fruit worden verbouwd in kassen of ze komen uit een ander land.

23.

Waar of niet waar?

Het is beter om groente/fruit te kopen dat uit een ander land komt.

a)

Waar.

b)

Niet waar.

24.

De stad Almere wil in 2022 energieneutraal zijn.

Wat betekend energieneutraal?

a)

Er word net zoveel energieopgewekt als verbruikt

b)

Er word meer energie opgewekt als gebruikt.

25.

Wat is recyclen?

a)

Bloemen verzamelen.

b)

Het verwerken van afvalmateriaal tot een hoogwaardige grondstof.

c)

Afval op een schone manier verbranden

d)

Afvalmaterialen opnieuw gebruiken.

26.

Wat zijn Cradle-to-cradle producten?

a)

Producten die weggegeven zijn door de fabriek aan armere mensen.

b)

Producten die gemaakt worden door kinderen.

c)

Producten die worden gebruikt soor baby's (denk aan luiers en babykleding).

d)

Producten die hergebruikt kunnen worden in een nieuw product.

27.

Kunnen natuurlijke hulpbronnen opraken?

a)

Ja.

b)

Nee.