wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De grote Spelling & Over taal quiz - 2022

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Vul de goede bezitsvorm in.

(a)   (Rianne) wens

2.

Kies de juiste schrijfwijze van de getallen.

Op sommige stukken snelweg mag je tegenwoordig ...... per uur rijden

a)

130 kilometer

b)

honderddertig km

c)

130 km

d)

honderddertig kilometer

3.

Verdeel de woorden in lettergrepen. Zet tussen de lettergrepen een streepje.

koningin

(a)  

4.

Vul de goede bezitvorm in.

(a)   (Jimmy) hond

5.

Schrijf een afkorting met kleine letters en met punten

4 lines
6.

Vul de goede bezitsvorm in.

(a)   (Patrice) huiswerk

7.

Verdeel de woorden in lettergrepen. Zet tussen de lettergrepen een streepje.

reserveren

(a)  

8.

Vervoeg het werkwoord.

Het heeft mij niet (a)   (verbazen) dat Maartje te laat kwam

9.

....... is zowel een afleiding als samenstelling.

a)

eersteklassers

b)

overmoedig

c)

veelvormig

d)

laatbloeier

10.

Schrijf het juiste verwijswoord op.

Vincent knipoogde naar het meisje (a)   hij zo grappig vond.

11.

Kies de juiste spelwijze van getallen.

De Oostenrijkse componist Wolfgang Amadeus Mozart is geboren op ......

a)

27-01-1756

b)

27 januari 1756

c)

zevenentwintig januari 1756

12.

Schrijf een afkorting met kleine letters en zonder punten.

4 lines
13.

Noteer de grondvorm van onderstaande afleiding.

jammerlijk

(a)  

14.

Noteer de grondvorm van onderstaande afleiding.

herstructurering

(a)  

15.

Beschrijf kort een situatie waarin het woord baby een negatief gevoel oproept.

4 lines
16.

Wat is de betekenis van het voorvoegsel inter- ?

Voorbeelden: interactie, intercity, interbellum

a)

samen

b)

tegen

c)

tussen

d)

na

17.

Schrijf het juiste verwijswoord op.

Alle huizen (a)   in de regio te koop staan, kun je terugvinden op die website.

18.

Vervoeg het werkwoord in de verleden tijd.

De verzekering (a)   (vergoeden) de schade die de reizigers hadden opgelopen.

19.

Vervoeg het werkwoord.

(a)   (Worden) je morgen geïnterviewd voor de krant?