Worksheetsvocabulaire Codeplus H5
Total questions: 8
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Ik zit in de trein. Mijn bestemming is Eindhoven. Bestemming is:
a)
Reisdoel
b)
Eindpunt
2.
Antwoord A is juist. Juist is:
a)
fout
b)
goed
c)
mis
d)
correct
3.
Je moet je papieren opbergen anders raak je ze kwijt. Opbergen is:
a)
Opruimen
b)
weggooien
4.
Ben je wel eens naar het strand geweest? Wel eens is:
a)
soms
b)
ooit
c)
vaak
5.
De kok keurt de smaak van het vlees. Keuren is:
a)
beoordelen
b)
roepen
c)
controleren
6.
De monteur maakt een computer. Maken is:
a)
repareren
b)
openen
c)
herstellen
d)
dichtdoen
7.
Het onderhoud van een tuin kost veel tijd. Onderhoud is:
a)
verzorgen
b)
praten
c)
vergaderen
8.
Na het ongeluk werd de schade ter plekke gerepareerd. Ter plekke is:
a)
in de garage
b)
op dezelfde plaats
c)
op het station
100 %
