wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

A4_Markt en overheid_H3+4

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Een minimumprijs veroorzaakt een aanbodtekort

a)

Dit is juist

b)

Dit is onjuist

2.

Een maximumprijs heeft alleen effect beneden de evenwichtsprijs

a)

Dit is juist

b)

Dit is onjuist

3.

Prijsregulering betekent dat de overheid de vrije prijsvorming uitschakelt.

a)

Dit is juist

b)

Dit is onjuist

4.

Een kartel is een verboden samenwerkingsverband

a)

Dit is juist

b)

Dit is onjuist

5.

Een belasting dient om de consumptie van een bepaald goed tegen te stimuleren

a)

Dit is juist

b)

Dit is onjuist

6.

Als de overheid subsidie of een bonus geeft voor een bepaald product zal de vraaglijn van dit product verschuiven naar

a)

rechts

b)

links

7.

Welke redenen kan de overheid hebben om in te grijpen in de vrije marktwerking (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

beperkte economische doelmatigheid

b)

politieke overwegingen

c)

bestaan van externe effecten

8.

Milieuvervuiling door autoverkeer is geen voorbeeld van een negatief extern effect als de maatschappelijke kosten van milieuvervuiling volledig in de prijs van autorijden zijn opgenomen.

a)

dit is juist

b)

dit is onjuist

9.

Op markten met positieve externe effecten is het marktevenwicht vanuit maatschappelijk oogpunt gewenst

a)

dit is juist

b)

dit is onjuist

10.

Kartels vergroten het consumentensurplus

a)

dit is juist

b)

dit is onjuist

11.

Waarom stelt de overheid normaliter een minimumprijs in?

a)

Om producenten te beschermen tegen een te lage prijs bij vrije marktwerking

b)

Om consumenten te beschermen tegen een te hoge prijs bij vrije marktwerking

12.

Collectieve goederen komen zonder overheidsbemoeienis niet tot stand.

a)

dit is juist

b)

dit is onjuist

13.

Openbaar vervoer is een collectief goed

a)

dit is juist

b)

dit is onjuist

14.

Door internationale specialisatie kunnen met de in de wereld beschikbare productiemiddelen meer goederen en diensten worden geproduceerd.

a)

dit is juist

b)

dit is onjuist

15.

Doordat de productiefactor arbeid in ontwikkelde landen relatief duur is, specialiseren deze landen zich in kapitaalintensieve productie.

a)

dit is juist

b)

dit is onjuist

16.

Als gehandeld wordt in producten in dezelfde industrie wordt gesproken van

a)

intra-industriële handel

b)

inter-industriële handel