wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 3 H4 Conficten

Total questions: 22

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk de grafiek. In welke periode van vier jaar begon er een duidelijke babyboom?

a)

1935-1939

b)

1949-1954

c)

1965-1969

d)

1970-1974

2.

Je ziet hier een gevolg van een gewapend conflict. Met welke twee soorten gevolgen hebben deze vader en zoon te maken?

a)

culturele gevolgen

b)

demografische gevolgen

c)

economische gevolgen

d)

sociale gevolgen

e)

ecologische gevolgen

3.

Welk gevolg van de oorlog is in dit bevolkingsdiagram zichtbaar?

a)

cultureel

b)

demografisch

c)

ecologisch

d)

economisch

4.

Wat is een economische reden dat Angola vluchtelingen terugstuurt naar conflictgebied Congo?

a)

Angola heeft gekozen om de tegenstanders van de vluchtelingen te steunen.

b)

Angola heeft het conflict met DR Congo al beëindigd.

c)

Angola heeft de middelen niet om zoveel vluchtelingen op te vangen.

d)

Angola voert een politiek waarbij men profiteurs geen asiel wil verlenen.

5.

Wat is een demografisch gevolg van een conflict?

a)

infrastructurele puinhoop

b)

wederopbouw

c)

psychische nood

d)

genocide

6.

De beste manier om de ernst van conflicten in verschillende landen te vergelijken is...

a)

de kosten van de conflicten met elkaar vergelijken.

b)

het aantal slachtoffers per jaar met elkaar vergelijken.

c)

percentages doden met elkaar vergelijken.

d)

het totaal aantal doden met elkaar vergelijken.

7.

Conflicten hebben verschillende soorten gevolgen: economische, sociale, ecologische en demografische. Welke van de volgende stellingen zijn economische gevolgen? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

De oogst is mislukt omdat niemand heeft kunnen zaaien.

b)

Veel mensen hebben last van depressies en angsten.

c)

Er zijn meer dan een miljoen mensen op de vlucht geslagen.

d)

De twee bruggen over de rivier zijn opgeblazen waardoor de belangrijkste vervoerswegen zijn afgesloten.

8.

Hier volgen vier stellingen. Welke stelling is juist? Er zijn meerdere antwoorden mogelijk.

a)

Een asielzoeker is meestal te arm om te vluchten.

b)

Alleen rijkere vluchtelingen kunnen opvang krijgen in een vluchtelingenkamp.

c)

Het aantal vluchtelingen is vele malen groter dan het aantal asielzoekers.

d)

Buurlanden vangen de meeste vluchtelingen van gewelddadige conflicten op.

9.

Welke dimensie? Er zijn veel psychische gezondheidsklachten bij de bevolking

a)

Politiek

b)

Ecologisch

c)

Sociaal

d)

Economisch

10.

Welke dimensie: Je moet geen diamanten uit Liberia kopen, anders financier je de oorlog daar.

a)

politiek

b)

economisch

c)

sociaal

d)

demografisch

11.

Welke dimensie? De zuigelingensterfte is toegenomen

a)

politiek

b)

economisch

c)

demografisch

d)

cultureel

12.

Welke zin is juist?

a)

Elk volk in een staat heeft een eigen territorium.

b)

Een staat is een gebied waar één volk een territorium heeft.

c)

Het territorium van een volk valt niet altijd samen met de staatsgrens.

d)

Een volk zonder eigen territorium is geen volk.

13.

Welk begrip past bij deze zin.

De wens om onafhankelijkheid van een volk met een eigen taal en godsdienst.

a)

regionalisme

b)

territorium

c)

separatisme

d)

internationalisme

14.

Bekijk de afbeeldingen. Welke situatie pas bij de omschrijving.

'In Finland woont een grote Zweedssprekende minderheid.

a)
b)
c)
15.

Bekijk de afbeeldingen. Welke situatie pas bij de omschrijving.

'Albanezen wonen in Kosovo en in Albanië'

a)
b)
c)
16.

Bekijk de afbeeldingen. Welke situatie pas bij de omschrijving.

'In IJsland wonen vooral IJslanders.'

a)
b)
c)
17.

Bij welk conflict gaat het om een internationaal conflict;

a)

Sudan sinds 2004

b)

Afghanistan in 2001

c)

China

d)

Libië in 2011

18.

Wat is een burgeroorlog?

a)

Een oorlog waarbij vooral burgerslachtoffers vallen

b)

Een oorlog waarin burgers tegen elkaar strijden

c)

Een oorlog zonder extreem veel gewapend geweld

d)

Een oorlog tussen bevolkingsgroepen in een land

19.

Welke stelling is waar

a)

Elk volk heeft een eigen territorium

b)

Elk volk heeft een eigen staat

c)

In elke staat woont één volk

d)

Friezen zijn een volk

e)

Er zijn meer staten dan volkeren

20.

Welke stelling is juist

a)

Een internationaal conflict kan zich uitbreiden tot over de landgrenzen en wordt dan een regionaal conflict.

b)

Bij een intern conflict vluchten vluchtelingen naar het buitenland, hierdoor wordt het een internationaal conflict.

c)

Een intern conflict, zoals een drugsoorlog gaat soms ook over de grenzen en dan wordt het een regionaal conflict.

d)

Een regionaal conflict is altijd eerst een intern conflict geweest.

21.

Beoordeel de twee stellingen:

1 'Op den duur zal er voor elk volk een staat zijn.'

2 'Als een staat een territorium heeft, is er sprake van één volk.'

a)

1 is juist en 2 is onjuist

b)

2 is juist en 1 is onjuist

c)

beide zijn juist

d)

beide zijn onjuist

22.

Welke van onderstaande bewerking is NIET waar?

a)

De Verenigde Staten, Sovjet-Unie, Groot-Brittannië, China en Frankrijk zijn de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad.

b)

De Verenigde Staten, Sovjet-Unie, Groot-Brittannië, China en Frankrijk hebben het veto recht.

c)

China is vanaf de oprichting in 1945 al lid van de Verenigde Naties.

d)

China was in 1945 een grootmacht waarmee rekening gehouden moest worden.