wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H6 Regenten en vorsten

Total questions: 20

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.
In Amsterdam worden allerlei goederen opgeslagen in pakhuizen. Vanuit daar worden ze verder verhandeld. Amsterdam is een...
a)
wereldstad
b)
beurs
c)
multinational
d)
stapelmarkt
2.
De VOC handelde in specerijen in de 
a)
Noord
b)
Oost
c)
Zuid 
d)
West
3.
Een voorbeeld van een specerij is
a)
hout
b)
wol
c)
slaven
d)
kruidnagel
4.
De WIC handelde in
a)

Wapens

b)

Specerijen

c)

Tabak

d)

Slaven

5.
De WIC ging met goud en/of hout, wol en wapens naar Ghana. Hier handelde het in slaven, deze werden vervolgens verkocht in Zuid-Amerika. Dit is een voorbeeld van
a)
Multinational
b)
Driehoekshandel
c)
beurs
d)
Stapelmarkt
6.
De VOC en WIC waren beide succesvolle ondernemingen.
a)
Ja, maar de VOC was succesvoller dan de WIC
b)
Ja, maar de WIC was succesvoller dan de VOC
c)
Nee, alleen de WIC was succesvol
d)
Nee, alleen de VOC was succesvol
7.
De Gouden Eeuw was de....
a)
15e eeuw
b)
16e eeuw
c)
17e eeuw
d)
18e eeuw
8.

VOC is de afkorting van...

a)

Verenigde Oost-Indiase Compagnie

b)

Verenigde Compagnie van het Oosten

c)

Verenigde Oostende Compagnie

d)

Verenigde Oost-Indische Compagnie

9.

Wie is hier afgebeeld?

a)

Jan Pieterszoon Coen

b)

Michiel de Ruyter

c)

Antonie van Leeuwenhoek

d)

Christiaan Huygens

10.

Over welke tijd gaat dit hoofdstuk?

a)

17e eeuw: de Gouden eeuw

b)

16e eeuw: de Gouden eeuw

c)

18e eeuw: de wetenschappelijke revolutie

d)

16e eeuw: de tachtigjarige oorlog

11.

Wie zegt dit:

"Ik ben een rijke burger en ik zit in het bestuur van de stad."

a)

Een regent

b)

Een burger

c)

De burgemeester

d)

De koopman

12.

Wat hoort bij een regent?

a)

kaas verkopen op de markt.

b)

Vee houden in de polder.

c)

de stad besturen.

d)

Het weerbericht vertellen.

13.
Opperbevelhebber van het leger
a)
Raadspensionaris
b)
Regent
c)
Stadhouder
d)
Staten Generaal
14.
Hoeveel gewesten waren er in de Republiek?
a)
6
b)
7
c)
8
d)
9
15.
Wat was in de tijd van de Republiek de belangrijkste bestuurder van de volledige Republiek
a)
Stadhouder
b)
Regent
c)
Raadspensionaris
d)
Gouverneur-Generaal
16.
In het Rampjaar had de Republiek ruzie met
a)
Engeland en Frankrijk
b)
Frankrijk en Spanje
c)
Spanje en Engeland
d)
Duitsland en Spanje
17.
Omdat handel over de hele wereld plaatsvond, zeggen we dat er een ......................... ontstond. 
Welk woord hoort op het stippellijntje?
a)
Verenigde Oost-Indische Compagnie
b)
West-Indische Compagnie
c)
Wereldeconomie
d)
Slavenhandel
18.
De Verenigde Oost-Indische Compagie (VOC) werd in 1602 opgericht. Zij hadden de monopolie van de Nederlandse handel op Oost-Indië in handen. 
Wat is een "monopolie"
a)
Een bestuursvorm met een gouverneur-generaal
b)
Een speciale markt waar je je producten kan verkopen
c)
Je bent dan de enige die in bepaalde producten mag handelen
d)
Een spel dat iedereen toen al speelde
19.

Welk begrip past bij het bij dit plaatje?

(a)  

20.
Wie heeft dit schilderij gemaakt?
a)
Johannes Vermeer
b)
Jacob Cats
c)
Vincent van Gogh
d)
Rembrandt van Rijn