Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

vermogen

Total questions: 26

Worksheet time: 47mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de formule om het vermogen van een apparaat te berekenen?

a)

P = U ∕ I

b)

P = U * I

c)

U = I ∕ P

d)

U = P * I

2.

In een schakeling zijn drie lampjes in serie geschakeld. Welke twee beweringen over de stroom en de stroomsterkte in deze schakeling zijn waar?

a)

De stroomsterkte is overal in de stroomkring gelijk.

b)

De totale stroomsterkte is het grootst door het eerste lampje.

c)

De totale stroomsterkte vind je door de stroomsterktes door de drie lampjes bij elkaar op te tellen.

d)

De stroom kan maar één route volgen.

3.

Je kunt de stroomsterkte meten in A of in mA.

Zet om in mA:


0,006 A = … mA

a)

0,6 mA

b)

6 mA

c)

60 mA

d)

600 mA

4.

Betty maakt een parallelschakeling met drie lampjes. Ze sluit de schakeling aan op een gelijkspanningsbron. Welk schema hoort bij deze schakeling?

a)
b)
c)
5.

Bekijk de getekende schakeling. Bereken stroom I2. Welke berekening in juist?

a)

I2 = 1,3A – 0,4A – 0,6A = 0,3A

b)

I2 = 1,3A + 0,4A + 0,6A = 2,3A

c)

I2 = 0,4A + 0,6A = 1,0A

6.

Op een groep van een huisinstallatie (230 V) worden de volgende apparaten aangesloten: een tosti-ijzer van 460 W, een koelkast van 650 W en een magnetron van 800 W. Wat is de stroomsterkte door de magnetron?

a)

0,29A

b)

3,5A

c)

8,3A

7.

Wat is dit schakelsymbool?

a)

Batterij

b)

Weerstand

c)

Schakelaar (dicht)

d)

Schakelaar (open)

8.

Wat is dit?

a)

Weerstand

b)

Lamp

c)

Batterij

d)

Voltmeter

9.

Wat is dit?

a)

Spanningsbron

b)

Schakelaar (dicht)

c)

Lamp

d)

Het bord 'verboden te fietsen'

10.

Wat is dit?

a)

Spanningsmeter

b)

Stroommeter

c)

Motor

d)

Een Vrikandelbroodje

11.
Welke eenheid hoort bij spanning?
a)
Ampère
b)
Watt
c)
Wattuur
d)
Volt
12.

Welke schakeling staat op het plaatje?

a)

Serieschakeling

b)

parallelschakeling

c)

gemengde schakeling

d)

gemengde krakeling

13.

De letter P staat voor:

a)

Vermogen

b)

Spanning

c)

Stroomsterkte

d)

Weerstand

14.
16 kV = 
a)
16000 V
b)
160 V
c)
0,16 V
d)
0,0016 V
15.
In de figuur zijn 3 dezelfde lampjes aangesloten op een batterij van 4,5 Volt.
Welke stelling is juist?
a)
Alle lampjes branden even fel.
b)
Het rechter lampje brandt het felst.
c)
Het rechter lampje brand het zwakst.
d)
Kan je niet weten omdat de stroomsterkte niet gegeven is.
16.
In een serieschakeling is de spanning overal hetzelfde.
a)
Waar
b)
Niet waar
17.
In een parallelschakeling is de stroomsterkte overal hetzelfde.
a)
Waar 
b)
Niet waar
18.

Wat zijn de voordelen van een parallel schakeling?

a)

Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.

Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.

b)

Bij een parallel schakeling heb je slechts 1 stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.

Ook branden alle lampen die parallel staan even fel.

c)

Bij een parallel schakeling heb je meerdere stroomkringen. Als dan 1 lamp kapot gaat, blijft de rest werken.

Maar alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden.

d)

Bij een parallel schakeling heb je een stroomkring. Als dan 1 lamp kapot gaat, gaat de rest ook uit.

Alle lampen branden minder fel, omdat de stroom wordt verdeeld over verschillende paden

19.
De spanning die een stopcontact in je huis geeft is....
a)
12 V
b)
24 V
c)
110 V
d)
230 V
20.
Wat voor schakeling wordt in de afbeelding weergegeven?
a)
Een serieschakeling
b)
Een parallelschakeling
21.

Wat is de eenheid van stroomsterkte?

a)

Volt

b)

Ohm

c)

Watt

d)

Ampère

22.

Wat is de eenheid van spanning?

a)

Ohm

b)

Spanning

c)

Volt

d)

Ampère

23.

De capaciteit van een batterij wordt uitgedruk in ...

a)

(milli)-ampère

b)

(milli)-ampère-seconde

c)

(milli)-ampère-uur

d)

(milli)-ampère-minuut

24.

Het vermogen van een apparaat hangt af van twee factoren: ..... en .....

(a)  

25.

Op het plaatje van een elektrisch apparaat staat: 230 V en 8,0 A. Bereken het maximale vermogen in kilowatt.

(a)  

26.

Een oplaadbare batterij heeft een capaciteit van 2100 mAh en levert een spanning van 1,5 V. Je gebruikt de batterij in een zaklamp. Door de zaklamp gaat een stroom van 0,1 A.

Bereken na hoeveel uur je de batterij moet opladen

(a)