Font size
WorksheetsParagraaf 4.1 check 4 havo
Total questions: 11
Worksheet time: 7mins
Van wanneer tot wanneer was de 'Tijd van steden en staten'?
500 - 1000
1000 - 1500
500 - 1500
0 - 1000
In de 'Tijd van steden en staten' kwamen er weer steden op. Dit komt voornamelijk door:
Opkomst van handel
Vertrek van de noormannen
De ingrepen van Karel de Grote
De groeiende macht van de adel
Op welke twee plekken ontstonden vooral steden?
Bij een kruispunt
In de bergen
Bij een rivier
Bij een bos
Welk begrip wordt omschreven?
"Vereniging van samenwerkende Noordwest-Europese handelssteden, die in de 14e en 15e eeuw op zijn machtigst waren."
bedevaart
centraal bestuur
Hanze
kruistocht
Match the following
Milan
Handelsstad in Noord-Italië
Groningen
Hanzestad in Nederland
Brugge
Handelsstad in België
Kopenhagen
Hanzestad in Denemarken
Europa wordt in de tijd van Steden en Staten weer een landbouwstedelijke samenleving
Waar
Niet waar
Wat is het kenmerkend aspect dat past bij paragraaf 4.1: de opkomst van steden?
(a)
Check: door de tijd heen
Zet de kenmerkende aspecten in de juiste volgorde
het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen
de confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur van NoordwestEuropa
de vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid
de opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarischurbane samenleving
Check par 2.1:
Wat is de definitie van een directe democratie?
Bestuursvorm waarin de leider onwettig aan de macht is gekomen
Bestuursvorm waarin de bevolking stemt op volksvertegenwoordigers
Bestuursvorm waarin de bevolking zelf beslissingen mag nemen
Bestuursvorm waarin een groep aanzienlijke mannen aan de macht is
Check 3.3:
Wat is het leenstelsel?
Systeem waar land door de koning uitgeleend wordt aan leenmannen
Systeem waar horigen op het land van de heer werken
Systeem waar studenten geld kunnen lenen van de overheid
Check 2.4:
Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?
“… dat zij altijd op een bepaalde dag voordat het licht wordt samenkomen en om beurten bij zich een gebed zeggen tot Christus als God, verder beloven ze plechtig, dat zij niet een of andere misdaad begaan, in ieder geval niet stelen, noch roverij noch overspel plegen, noch een woord niet nakomen, noch opgevraagd in bewaring gegeven goed weigeren terug te geven. Als ze dat hebben gedaan zijn ze gewoon uiteen te gaan en verder nemen ze een maaltijd tot zich, gemeenschappelijk en veilig.”
Een Romeinse schrijver over de christenen.
De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat
De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde
De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur
De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-Europa
De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten
